*

 
dossier

Archief

ALLOCHTONEN

ARLETTE DWARKASING − 15/01/97, 00:00

“Een zekere drang om allochtone ouders aan te sporen opvoedcursussen te volgen, is dat nou zo erg?” vroeg criminologe Josine Junger-Tas zich begin deze maand in Trouw af, verbaasd over de commotie rond haar advies aan minister Sorgdrager. De GG & GD in Utrecht biedt via scholen en buurthuizen twee opvoedcursussen aan: Opvoeden zó (voor ouders van kinderen van drie tot twaalf jaar) en Vragen staat vrij (voor ouders van pubers). Basisschooldirecteur Verheul schrijft de allochtone ouders persoonlijk aan en accepteert een weigering niet zonder meer. “Ouders moeten verantwoording afleggen als ze niet mee willen doen.”

“Ja”, valt Sevinç Koksal (31) haar lachend bij. Zij heeft een dochter van tien en een zoon van vier. “Het is twee, drie keer 'nee', en dan denk je: ik wil dat gezeur en gehuil niet meer horen. Dan geef je het kind toch zijn zin. Zo gaat dat inderdaad bij ons. Maar nu niet meer, hoor.”

Dat hebben de moeders geleerd van de cursus Opvoeden zó die op de basisschool van hun kinderen, De Kleine Dichter in Utrecht, door een Turkse voorlichtster van de GG & GD werd gegeven.

“Voor de kinderen was het in het begin wel moeilijk”, vertelt Ceran. “Mijn dochter bijvoorbeeld zat altijd maar met de afstandsbediening te zappen, terwijl haar vader naar sport wilde kijken, of naar het nieuws. Ze bleef maar zoeken naar steeds weer andere tekenfilms. Dus ik zei: je hebt genoeg gezien, nu gaan we nieuws kijken. En ik pak de afstandsbediening af. Ze probeert het ding dan terug te pakken. Ik zeg: als je het nog eens doet, weet je wat er gebeurt. Dan zie je haar denken: Mama is anders geworden. 'Nee' is nu nee.”

Directeur Kees Verheul van De Kleine Dichter, een school met 65 procent leerlingen van allochtone afkomst: “Die moeders willen zo ontzettend graag kennis opslurpen. Het was zo'n vijftien jaar geleden ondenkbaar dat je Turkse of Marokkaanse moeders de school in kreeg, laat staan dat ze aan zo'n cursus mee zouden doen. Als er al contact was, was dat vooral met vaders. Die kwamen naar de tien-minuten-gesprekken. Maar er zat altijd zo'n kloof tussen de opvoedingsideeën van de middenklasse leerkrachten hier en die Turkse en Marokkaanse vaders. Er werd gezegd dat zij de scepter zwaaiden in het gezin, maar ze werkten de hele dag of zaten in koffiehuizen. Toen dachten we: we kunnen veel meer effect bereiken via de moeders. Maar die eerste generatie leefde erg in een isolement. De huidige moeders zijn grotendeels in Nederland opgegroeid. Als we ze eenmaal weten te interesseren voor een cursus merk ik dat ze steeds nieuwsgieriger worden en behoefte krijgen aan meer informatie. Die moeders zetten we vaak ook in om anderen over de streep te trekken.”

Verheul schrijft alle ouders persoonlijk aan voor de opvoedcursussen die in eigen taal worden gegeven, en rekent op antwoord. De ouders moeten als het ware verantwoording afleggen voor het weigeren van deelname aan een cursus. In de meeste gevallen neemt Verheul geen genoegen met een excuus en stuurt vervolgens een (vrouwelijke) leerkracht op huisbezoek om het belang van deelname te bespreken. Er staat weliswaar geen sanctie op, maar het lijkt wel een beetje op dwang.

Verheul, vastberaden: “Ja, nogal. Daar heb ik geen probleem mee. De noodzaak is groot. Kinderen raken verward als de opvoeding thuis en op school totaal anders is. Er zijn ouders die geen flauw idee hebben wat hun kinderen de hele dag op straat doen, of weten wat het belang is van een bepaalde aanpak. Neem nou zoiets simpels aan het vieren van een verjaardag. Dat doen ze bij Turken en Marokkanen niet, terwijl de kinderen hier dat bijna wekelijks van klasgenootjes zien. De ouders hoeven het niet te doen, maar ze blijken het wel leuk te vinden als er eenmaal met ze is gesproken over het belang van een kinderfeestje. Ik vind dat er best een beetje druk achter mag zitten. Want wat doen we nou helemaal? Opvoedingstechnieken aanreiken om eventuele ontsporing te voorkomen. Dat is me wel iets waard.”

Veranderde houding

In de paar jaar dat Verheul de opvoedingscursussen op zijn school heeft ziet hij vooral verandering in de houding van de ouders ten opzichte van de school. De moeders nemen veel meer deel aan activiteiten (“Er zitten nu allochtonen in de ouderraad en ze doen mee met de verkeersbrigadiers”). Maar over gedragsverandering bij de leerlingen, waar het toch om te doen is, durft hij niets te zeggen.

“Het effect op het gedrag van kinderen is, denk ik, marginaal. Sommige kinderen zullen er wel bij varen, maar anderen zullen zich nog steeds laten leiden door de groep waar ze op straat in terechtkomen. Want ín de school is er niets aan de hand hoor. Het zijn allemaal scheten, lieverds die hun voeten vegen, een handje geven en hard werken. Maar er zijn er een paar, daar geef ik geen stuiver voor als ze van school af komen. Een opvoedingscursus is natuurlijk geen garantie, maar geeft misschien wel een andere wending aan het leven van die kinderen.”

Yurdanur Ceran twijfelde niet aan haar manier van opvoeden, maar deed mee aan Opvoeden zó (en inmiddels aan Vragen staat vrij) vanwege de contacten met andere Turkse moeders. “Door de cursus weet ik dat ik sommige dingen eigenlijk fout deed”, zegt ze nu. “Bij ons is het zo dat je kleine kinderen heel erg beschermt. Als ze ruzie hebben met de oudere broers of zusters, krijgen die altijd de schuld. Ik heb nu geleerd meer te kijken naar wie de echte schuldige is.”

Melek Dogan (31, moeder van drie jongens van 14, 12 en 7) zegt, alsof ze er zich een beetje voor schaamt: “Voor mijn kleintje was ik altijd zo vriendelijk. Zo van: Ach, kom maar bij mama, huil maar niet meer. En als hij zei dat zijn grote broer iets had gedaan, kreeg die altijd straf. Zij moesten maar beter weten, want de jongste is nog maar zo klein. Maar sinds de cursus vraag ik: ben jij begonnen? En als hij schuld heeft krijgt hij straf.”

En die straffen duurden, weet ze nu, wel erg lang. Als ze boos was stuurde ze de kinderen vaak alle drie al om zes of zeven uur naar bed. Of ze verbood de jongsten een week lang te fietsen. De moeders giechelen er nu om. Op de cursus hebben ze geleerd dat een straf van vijf minuten al effectief is. Een paar minuten apart zitten of naar de kamer sturen maakt meer indruk.

Nog zoiets praktisch uit de cursus: je kind een tijdstip geven hoe laat het thuis moet zijn. Dogan: “Voor de cursus zeiden we slechts: kom niet te laat thuis. Maar ja, dan wisten ze zelf eigenlijk ook niet wat 'niet te laat' was. Nu spreken we samen een tijd af tot wanneer ze buiten spelen.”

Sevinç Koksal: “Ik heb ook andere ideeën gekregen voor speelgoed. Niet dat we verkeerd speelgoed kochten, maar het was toch vaak auto's voor jongens en poppetjes voor meisjes. Nederlanders kopen voor jonge kinderen al van die boekjes van stof enzo. Dan kun je al vroeg beginnen met voorlezen. Dat is wel goed.”

Een belangrijke Turkse waarde als het respect hebben voor ouderen, wordt nu door de Turkse moeders wat anders bekeken. Dogan legt uit: “Als wij onze kinderen iets verbieden of ze terechtwijzen waar de grootouders bij zijn, is het vaak zo dat opa of oma voor de kleinkinderen opkomt. Wij dienen dat te respecteren. Soms misbruiken de kinderen dat. Dan zijn ze bang voor straf en gaan huilend naar de grootouders. Nederlandse grootouders zullen eerder zeggen: nee, papa en mama hebben gelijk.” Koksal heeft haar moeder een keer meegenomen naar de opvoedingscursus. “Nu begrijpt ze dat ík de opvoeder ben en dat ze mij moet volgen. Niet omdat we hetzelfde als Nederlanders moeten doen, maar omdat het beter is voor de opvoeding van het kind.”

Geen seks

Eén Turkse waarde zijn de moeders absoluut niet van plan te laten varen. Voor hun dochters geldt (en liefst voor hun zoons ook, zeggen ze): geen seks voor het huwelijk. Ze zullen er meer dan hun ouders met hen deden, met de kinderen over praten. “Maar het is iets van onze cultuur dat ze moeten leren respecteren.”

De Turkse vrouwen hebben het niet als een teken van onbekwaamheid ervaren dat er speciaal voor hen in hun eigen taal opvoedcursussen zijn. “Nee waarom?”, zegt Koksal. “Het is juist leuk om meer te horen over opvoeden en heel gezellig om met andere moeders erover te praten. Er zijn Nederlandse ouders die ons vragen: mogen wij Turks leren, dan kunnen we ook meedoen.”

De GG & GD Utrecht biedt de Nederlandse cursussen aan via consultatiebureaus en schoolartsen. Schooldirecteur Verheul zag het niet zitten op school ook een cursus voor Nederlandse ouders te geven, omdat de meesten werken en de ruimte alleen overdag beschikbaar is.

Melek Dogan: “We leren door de cursussen meer over de kinderen en de buitenwereld. Voor de straat ben ik best wel bang. Ik heb twee jongens op de middelbare school. Ik hoor dat leerlingen drugs in shag doen en aan anderen geven. Ik zeg tegen mijn kinderen: als je wilt roken mag je roken, maar ga dan zelf sigaretten in de kantine kopen. Ik zorg dat ze daar geld voor hebben. Want ik kan me voorstellen dat ze mee willen doen als ze worden uitgedaagd. Maar tot nu toe hebben ze gelukkig nog nooit gerookt.”

mailIcon print |