Nog in Eindhoven 29/5, Amsterdam 31/5 en 1/6, Utrecht 4, Leeuwarden 6, Breda 8, Uden 10, Den Bosch 12, Venlo 14 en Enschede 15 juni.
Vragen die rezen bij het kijken en luisteren van de productie die de Nationale Opera in de Rotterdamse Schouwburg vertoonde van het tragi-komische spel. De auteurs hielden hun toeschouwers in het Duitsland anno 1930 een spiegel voor met een verhaal over een stad in Alabama waar gelukszoekers samenstromen. Dat is kunst: een goed alibi scheppen om de toeschouwer de waarheid stevig in te peperen terwijl hij/zij zich kostelijk denkt te amuseren.
Was het echt zo'n goed idee van regisseur Peter te Nuyl om de hele scène te verplaatsen naar 'ons' IndiĆ«? Nu moesten we op zijn gezag onze ziel gaan zitten knijpen, want ach en wee, nu werden die arme inlanders (een hele ploeg figuranten in onderdanig gedribbel en geposeer) als de uitgebuiten afgebeeld. Waar mogelijk werden de scènes geduid: zo bleek de tyfoon de Japanse vloedgolf van 1941-1945 en de slotscène werd omgebouwd tot een spoedcursus Indonesische bevrijdingsgeschiedenis. Eerlijk, ik snapte er geen hout van.
Al die kleurige Indische sarongs, baadjes en witte tropenpakken (uit het leven ontworpen door Rien Bekkers) zorgden wel voor leuke plaatjes in het saai zwarte toneelbeeld van Mirjam Grote Gansey; zij had de scènes had geplaatst op een soort bordes met wat trappen.
De dames en heren van Mahagonny, zoals Leokadja Begbik (Lucia Meeuwsen in vele vermommingen, tot en met koningin Wilhelmina), Fatty (Brian Galliford), Dreieinigkeitsmoses (Jaco Huijpen), mooie Jenny uit Havanna (Simone Sauphanor, voor de couleur locale uit Trinidad afkomstig) en ruige Jim Mahoney uit Alaska (Julius Best), rommelden daar wat rond. Het koor van de Nationale Reisopera moest voor het bijpassende showwerk zorgen. De meisjes van plezier tilden hun benen evenwel uiterst lamlendig op, en ook de mannen (met stevige zangersbuiken) zorgden voor erbarmelijke staaltjes theaterwerk. Zou zo'n 'Mahagonny' niet in veel betere handen zijn bij showmakers van Joop van den Ende?
In voorpublicaties en het operaboek werd duidelijk gemaakt dat de originele 'Mahagonny' echt een opera is. Maar de oem-tata, of oem-tatatata ritmen waarop Weill zijn songs zette, deed mij toch meer aan zijn 'Dreigroschenoper' denken dan aan het werk van de opkomende en grote jongens uit zijn dagen (Zemlinsky, Schreker, Goldschmidt). In meer lyrische passages bleek hoe weinig krachtig Weills melodisch materiaal was.
Daar mocht het Orkest van het Oosten wat kleur en geur aan geven onder leiding van de Engelse dirigente Anne Manson. Zij mikte vooral op sterktegraden rond forte zodat de begeleiding uit de bak voornamelijk blikkerig klonk in de akoestisch nogal harde schouwburgzaal. Tenor Hein Meens gaf een leuk showtje weg als barpianist; zo zie je maar: een goed bijvak is nooit weg.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.