Van onze correspondent WASHINGTON - Twaalf miljoen immigranten hebben er de eerste voetstappen op Amerikaanse bodem gezet, nadat hun schip de haven van New York was binnengevaren: Ellis Island, een eilandje van twaalf hectare voornamelijk opgespoten land even ten noorden van het Vrijheidsbeeld, doet al sinds 1954 geen dienst meer als registratieplaats voor de nieuwe Amerikanen en het kantoor wordt als nationaal monument beheerd door de staat.
Toen het gebouw in verval ging raken werd een grondige restauratie begonnen en sinds 1990 doet het kantoor dienst als museum. De immigratiedocumenten, de lijsten met namen en andere bezienswaardigheden trekken per jaar zo twee miljoen bezoekers. De staten New York en New Jersey varen financieel wel bij deze exploitatie van Ellis Island. Een miljoen gulden krijgt New York uit de BTW voor allerlei souvenirs en New Jersey mag een miljoen in rekening brengen voor de levering van gas, water en licht. Maar dat is beide staten niet genoeg.
De zucht om dit stukje historie als hungrondgebied te mogen beschouwen is voor de twee groot genoeg om dat gelijk tot voor het Hooggerechtshof uit te vechten. Gisteren legden juristen van de twee staten hun argumenten voor aan de hoogste rechters. Centraal staat de uitleg van een document uit 1834, waarin New York en New Jersey overeenkomen dat de eerste het bezit krijgt van het eilandje, dat toen niet groter was dan ruim twee hectare en dat het omringende water aan New Jersey toebehoort. In de loop der jaren is het eiland tot ongeveer het tienvoudige van de oorspronkelijke omvang gegroeid. New York voert aan dat Ellis Island ondanks die uitbreiding als een voortzetting moet worden gezien van het oorspronkelijke stukje eiland, maar voor New Jersey geldt: een akkoord is een akkoord.
En dat betekent dat New York recht kan doen gelden op de oorspronkelijke twee hectare en New Jersey op de andere tien. Landschapsbeschermers vrezen dat New Jersey, dat een brugverbinding met Ellis Island heeft, plannen achter de hand houdt om de rest van het gebied te gaan bebouwen, bijvoorbeeld met een conferentie-centrum. Het Hooggerechtshof heeft vorige zomer Paul Verkuil, een voormalige rechtsgeleerde van de (New Yorkse) Columbia-universiteit aangesteld als speciale onderzoeker. Verkuil heeft na lang wikken en wegen vastgesteld dat de uitleg van New Jersey de juiste is, maar hij komt New York in zoverre tegemoet dat die staat de toegang van de pier naar het museumcomplex krijgt. New York vecht nu het rapport van de onderzoeker voor het hof aan. Terwijl New Jersey minzaam glimlachend er op vertrouwt gelijk te zullen krijgen delen New Yorkers speldenprikken uit. “Toen mijn grootvader honderd jaar geleden besloot te emigreren had hij niet New Jersey voor ogen,” zei burgemeester Rudy Giuliani van New York City het afgelopen weekeinde. En de advocaat van de staat memoreerde gisteren dat het eiland is genoemd naar een slager uit Manhattan en niet uit Hoboken, New Jersey.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.