Van onze redactie economie VLAARDINGEN - De Indonesische vakbondsvoorzitter Muchtar Pakpahan krijgt dit jaar de Geuzenpenning voor zijn inzet voor de mensenrechten. Behalve Pakpahan ontvangen nog vier andere mensenrechtenactivisten de onderscheiding.
De Geuzenpenning is een initiatief van de stichting Geuzenverzet 1940-1945 in samenwerking met Amnesty International. Met de jaarlijkse onderscheiding worden mensen en instellingen geëerd die strijden tegen de 'verontmenselijking' van de samenleving. Eerder werd de penning toegekend aan onder meer koningin Wilhelmina (postuum), de toenmalige Duitse Bondspresident Von Weizsücker, de Anne Frankstichting en de Tsjechische president Vaclav Havel.
Dit jaar wordt de penning bij uitzondering verleend aan vijf personen uit vijf werelddelen omdat vijftig jaar geleden de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens is aangenomen door de algemene vergadering van de Verenigde Naties.
De andere mensenrechtenactivisten die de penning krijgen zijn Vera Chirwa uit Malawi, Sergei Kovalyov uit Rusland, Noel Pearson uit Australië en Rosaline Tuyuc Velásquez uit Guatemala. De penningen worden 13 maart uitgereikt in de Grote Kerk in Vlaardingen.
Voorzitter Pakpahan van de onafhankelijke vakbond SBSI zal waarschijnlijk niet bij de plechtigheid in Vlaardingen aanwezig zijn. Hij is in 1994 gearresteerd en veroordeeld wegens aanzetten tot rellen. Ondanks zijn ziekte en internationale protesten zit hij nog steeds vast.
In 1994 staakten Indonesische werknemers massaal voor een hoger minimumloon, betere arbeidsomstandigheden en de mogelijkheid onafhankelijke vakbonden op te richten. De protesten ontaardden in botsingen met het leger waarbij enkele doden vielen. Pakpahan werd als aanstichter beschouwd en gearresteerd. Zijn bond SBSI, in 1992 opgericht, is niet erkend door de regering, die alleen zaken doet met de officiële vakorganisatie.
De rooms-katholiek Pakpahan (43), geboren op Sumatra, verloor zijn ouders toen hij 17 jaar oud was. Door fietstaxi's te besturen, slaagde hij er toch in te studeren en een bul te halen aan een rechtenfaculteit. Na zijn studie gebruikte hij zijn rechtenkennis om werknemers te helpen. In de jaren tachtig werkte hij samen met de door de overheid gesteunde vakorganisatie.
In de vele zaken die Pakpahan voor gemolesteerde werknemers voerde, kwam hij erachter dat die vakorganisatie altijd de zijde van de werkgever koos. “In 1990 bereikte ik een nieuw bewustzijn”, zo omschreef hij het zelf. “Er moest een nieuwe vakbond komen, geleid en gefinancierd door werknemers, zelfstandig.” Pakpahan hielp met het opzetten van een onafhankelijke vakbond in Medan en in 1992 waren er 106 afdelingen verspreid over de hele archipel. Op dit moment heeft de organisatie naar schatting ruim een half miljoen leden.
Naast vakbondsvoorzitter is Pakpahan momenteel docent aan de rechtenfaculteit in Jakarta. Pogingen van advocaten, mensenrechtenorganisaties en internationale vakbonden om Pakpahan uit de gevangenis te krijgen, zijn tot nog toe mislukt. Afgelopen zomer heeft de vakbondsleider het besluit van de Hoge Raad om hem te veroordelen aangevochten. Een woordvoerder van de Indonesische commissie voor de mensenrechten typeerde het proces als 'een groot theater, een schijnvertoning'.
Ook de ziekte van Pakpahan is voor de autoriteiten geen reden de vakbondsleider vrij te laten. Pakpahan heeft een gezwel in zijn linkerlong waarvan de aard onduidelijk is. Verzoeken om hem in het buitenland te laten onderzoeken zijn afgewezen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.