*

 
dossier

Archief

Castro en de Paus

Door: redactie − 27/01/98, 00:00

Amigos para siempre? Vrienden voor het leven, zou je denken bij het zien van de warme manier waarop kerkleider Johannes Paulus II en president Fidel Castro elkaar bij het afscheid de handen schudden en nazwaaiden. De Cubaanse president heeft de paus aan het begin van zijn bezoek officieel omarmd, om vijf dagen later zonder ruzie weer uiteen te gaan.

Dat mag een wonder heten. Weliswaar stoelt de vriendschap op een gemeenschappelijke verwerping van de Amerikaanse blokkade tegen Cuba en een gezamenlijke strijd tegen de uitwassen van het neoliberalisme, de kerkvorst nam geen blad voor de mond als het ging om kritiek op zijn gastheer. Hij had het over gewetensgevangenen, individuele vrijheden en een menselijke samenleving.

Daarmee is de paus nog niet 'de door God gezonden uitroeier van het communisme'.

Castro's communistische systeem staat nog overeind. Maar de paus heeft de Cubanen wel aan het denken gezet over thema's die onbespreekbaar leken.

Als Castro de vriendschap serieus neemt, trekt hij zich die kritiek aan. Hij kan niet meer doen alsof de paus helemaal niet is geweest, nadat hij hem eerst zelf heeft geprezen om zijn morele rol in de wereld. Cuba kan niet meer onder de godsdienstvrijheid uit. Dat geeft de katholieke kerk op het eiland het recht - en volgens de paus ook de plicht - om ook de andere individuele rechten te bevechten. Daarbij is de Cubaanse bevolking alleen maar gebaat.

Datzelfde geldt voor het verdwijnen van het embargo tegen Cuba. De veroordeling daarvan was meer dan lippendienst aan Castro: de paus constateerde terecht dat de bevolking daarvan hoe dan ook het slachtoffer wordt. De enige die er baat bij heeft is Fidel Castro, die zonder de tegenwerking van de Amerikanen heel wat minder begrip van zijn bevolking zou krijgen voor de zware omstandigheden waaronder zij nu moet leven.

mailIcon print |