*

 
dossier

Archief

'Ik voelde me juist in de Middeleeuwen beland'

NICO KEUNING − 09/01/97, 00:00

Zo geërgerd had Frans Nauta, lid nr. 8695 van de Elf Steden vereniging, zich tijdens zijn tocht aan alle mediagedoe en grof gedrag van 'fantastische' toeschouwers, dat het van hem nooit meer hoeft, schreef hij in Podium van 7 januari. Nico Keuning beleefde een heel andere tocht. De auteur is Neerlandicus. Als lid nr. 10283 van de Elf Steden vereniging voltooide hij de tocht in 1986 en in 1997.

Mijn ervaringen zijn veeleer vooroorlogs. Zo stond ik in Workum achter een ingevroren schuit moederziel alleen tussen een handvol dorpers snert te eten, toen een man met de armen ten hemel zijn boerderij uitrende: “Henk Angenent heeft gewonnen. Ik hoorde het op de radio. Angenent heeft gewonnen.' Op hetzelfde moment woei mijn eerste schep snert over mijn windjack.

In Witmarsum, waar ik als 'spijkerbroek' met dweilorkest warm werd onthaald, sprak ik met enkele inwoners. Trots vertelden zij dat Pim Mulier afkomstig is uit hun dorp. Mulier, de vader van de Moeder der tochten!

Nauta heeft zich alleen maar geërgerd tijdens de tocht aan de moderne ontwikkelingen van deze tijd. Ik heb ze niet gezien. Eten en drinken dat vanaf de wal gratis werd aangeboden, hadden niets van doen met de tegenwoordige vitaminen-hype. Eerder leek ik in de Middeleeuwen beland te zijn. Uit roestige emmers en zilverblinkende gamellen werd lauwe thee of water, limonade of watersoep geschept.

'Schaatsen is een van de mooiste bewegingen die er zijn,' schrijft Nauta euforisch. Dat is zeker waar. Lees de ijs-verzen van Herman Gorter er maar op na (in Balk had ik 's morgens zijn beeldje al stilzwijgend met eerbied gegroet). Maar om de bewegingen te blijven maken en de eenzaamheid te ondergaan, moet een rijder beslagen ten ijs komen en niet 'zonder een kilometer natuurijs in de benen'. Tenzij je Koss heet.

Nauta laat slechts de zwarte kant van zijn stedentocht (zelfs die per trein) zien. Mischien legt hij daar zo de nadruk op, omdat hij het zwart van de prachtige sterrenavond en de fluitende wind in het mysterieuze Siberische landschap heeft gemist, want om 15.00 uur stapte hij in Harlingen al van het ijs.

Nu wil Nauta als lid nummer 1 een geheime Echte Elfstedentocht oprichten. Hoezo echte? Die is er al. Die van Nauta is maar 116 km en mist de ontberingen vanaf Harlingen, waar de legendes van de hel van het noorden pas beginnen. Waar de rijder bij bruggen bijgelicht door fakkels, door Jeroen Bosch-taferelen stoempt. Waar hij soms vallend, op weg naar Dokkum zijn weg vindt tussen schaatsende schimmen, als waren het geestverschijningen van Bonifatius.

Er is meer dan genoeg poëzie in de bestaande Friese Elf Steden. Conditie, techniek, doorzettingsvermogen en gevoel voor poëzie zijn net zo belangrijk als een extra lange onderbroek en een dikke muts (dan hoor je die piep-telefoons ook niet). Gorter zou hem hebben uitgereden, deze Muze der tochten.

mailIcon print |