*

 
dossier

Archief

'Je kunt een goed boek vermoorden met een slechte vertaling'

ONNO BLOM − 23/08/96, 00:00

AMSTERDAM - Stampvol is het in de hoge herenkamer van het hoofdstedelijke grachtenpand. Ternauwernood kan iedereen een plekje vinden in de schaduw van de boekenkasten, die zijn gevuld met boeken die tegelijk vertrouwd en vreemd aandoen: rug aan rug staan daar 'Il virtuoso', 'Die Entdeckung des Himmels' en 'Indiske Sanddyner'.

Op de aanwezigen maken de titels van Margriet de Moor, Harry Mulisch en Adriaan van Dis een volstrekt natuurlijke indruk. In de directeurskamer van het Nederlands Literair produktie- en vertalingenfonds is voor een ochtend een selecte groep van twintig beginnende vertalers Nederlands uit Duitsland, Frankrijk en Engeland neergestreken. Ze nemen van 19 augustus tot 6 september deel aan de zomercursus 'Literair vertalen', die de Nederlandse Taalunie - de instantie die de belangen van de Nederlandse taal in binnen- en buitenland behartigt - samen met de Universiteit van Amsterdam en het Produktiefonds heeft georganiseerd. Meer dan dertig docenten en schrijvers verzorgen gedurende deze weken de lessen, onder wie Eric de Kuyper, Philip Noble en Jaap Goedegebuure.

Aandachtig luisteren de vertalers naar Rudi Wester, die begin dit jaar werd benoemd tot de nieuwe directrice van het Produktiefonds: “Als een buitenlandse uitgever een Nederlandse roman wil uitgeven, dan nemen wij maximaal 70 procent van de vertaalkosten voor onze rekening. Mits aan twee voorwaarden is voldaan. De eerste voorwaarde is een geldig contract met de vertaler. De tweede is dat de vertaler zelf door ons is goedgekeurd op grond van een proefvertaling.”

Wester vertelt hoe het is gesteld met de vertalingen van Nederlandse romans in de verschillende taalgebieden. Waar Engelse en Franse uitgevers maar mondjesmaat vertalingen durven te laten maken, heeft Duitsland zich gewonnen gegeven sinds Nederland op de Frankfurter Buchmesse van 1993 'Schwerpunkt' was. “In Duitsland gaat het fantastisch. Er is bijna geen Nederlandse auteur van niveau die daar nog niet is verschenen. Van de Duitse vertaling van 'Het volgende verhaal' van Cees Nooteboom zijn er een paar honderdduizend verkocht.”

Tevreden kijkt iedereen elkaar aan, totdat Rudi Wester uitlegt hoe het bijvoorbeeld in Spanje toegaat. “Daar is het echt verschrikkelijk. Je krijgt er nog net geen pakje sigaretten voor een vertaling. Spaanse uitgevers betalen, geloof ik, drie cent per woord.” Verontwaardigd gesis ontsnapt tussen de vertalerstanden.

De gezichten blijven sip als Moris Meyer van het cultuurdepartement van het ministerie van de Vlaamse gemeenschap schijnbaar laconiek zijn verhaal afsteekt. “In Vlaanderen is de afdeling vertalingen in handen van één persoon . . . één persoon . . . ik herhaal . . .” Stilte. Meyer: “Subsidie-aanvragen moeten worden goedgekeurd door de minister van begroting en die is slechts geïnteresseerd in één soort drukwerk: dat van de Nationale bank. In het begin van de jaren '90 konden we desondanks nog aan alle aanvragen voor buitenlandse vertalingen van Vlaamse auteurs voldoen. Inmiddels is ons budget ook daarvoor ontoereikend.”

Rudi Wester bevestigt na afloop van het ochtendprogramma dat de Nederlandse situatie een stuk beter is dan de Vlaamse. Bij het Nederlands Produktiefonds werken twaalf mensen en is de financiële armslag groter. Per jaar heeft haar fonds 500 000 gulden voor vertalingen beschikbaar. Voor de periode van 1997 tot en met 2000 vraagt ze voor die post nog jaarlijks 75 000 gulden meer aan de staatssecretaris van cultuur. “We moeten wel,” lacht Wester. “Ons eigen beleid is te succesvol geweest. Succes genereert succes. Ik vergelijk het altijd maar met de bekende steen in het water, waarin de kringen steeds groter worden.”

“Onze grootste zorg is het niveau van de vertalingen hoog te houden nu de vraag aanmerkelijk is gestegen. Daarom doen we mee aan deze zomercursus 'Literair vertalen' en hebben we net besloten in samenwerking met de Universiteit van Nijmegen een bijzondere leerstoel 'Theorie en praktijk van het literair vertalen' in te stellen. Zeker nu de Universiteit van Amsterdam de vakgroep vertaalwetenschap heeft opgeheven, is zo'n leerstoel voor de toekomst van cruciaal belang. Je kunt een goed boek vermoorden met een slechte vertaling.”

Zonder het te weten zegt Stacey Knecht, docente van het vertaalatelier Engels en vertaalster van onder anderen Marcel Möring en Hugo Claus, 's middags hetzelfde in andere woorden. “Een schrijver heeft wel eens gezegd: 'Being translated is like being raped.' Vertaald worden is als verkracht worden. Ik weet dat Hugo Claus eens maanden spendeerde aan de correctie van een slechte vertaling van 'Het verdriet van België'. Om de juiste toon, om het juiste ritme te vangen, moet je je volledig kunnen verplaatsen in het werk en de diepere bedoelingen van een schrijver. Als vertaler ben je ook een beetje een therapeut.”

De zeven vertalers in het vertaalatelier knikken driftig. Constant becommentariëren ze elkaar, vullen ze elkaar aan en leggen ze gevoelige nuances. Op tafel ligt een kort verhaal van Kristien Hemmerechts. 'Roza', uit Hemmerechts bundel 'Weerberichten', gaat over een beetje simpele, maar ontroerende vrouw in een besloten boerendorp. Voor de vertalers vormt Roza's taal een probleem. 'Gij zoudt het niet geloven hoe de boer die arme paarden verwaarloost', laat Hemmerechts Roza zeggen. Is dat dialect of is het gewoon Belgisch? Kun je wel een harde lijn trekken tussen Nederlands en Belgisch?

Allemaal hebben de vertalers in hun proefvertalingen hun eigen oplossingen bedacht om Roza zo authentiek mogelijk te laten klinken. Eric, die immer keurig Engels spreekt met a stiff upper lip, heeft Roza's taal omgezet in het platte Engels dat in en om Yorkshire wordt gesproken. Bij de Amerikaanse Gwynne valt een accent uit een van de zuidelijke staten te beluisteren. 'It's clearly spreektaal,' verdedigt ze haar tekst. Roza krijgt bij een vertaalster zelfs het spraakgebruik en tongval van een negerin. 'Lord above! Ain't that so, Honey?' Stacey Knecht vraagt de vertaalster of ze het gevoel heeft dat ze ook zonder de swingende intonatie, op koel papier, Roza's taal recht heeft gedaan. De vertaalster schudt haar hoofd. 'I should make talking books', verzucht ze. Haar eigen Roza is er met Hemmerechts' personage vandoor gegaan.

mailIcon print |