Van onze correspondent BRUSSEL - Italië heeft niet de twijfels over zijn overheidsfinanciën kunnen wegnemen. Tenminste niet bij de Nederlandse minister van financiën Gerrit Zalm.
Na afloop van een beraad van de Europese ministers van financiën, gisteren in Brussel, zei Zalm waardering te hebben voor de uitvoerige documentatie die zijn Italiaanse collega Ciampi op tafel had gelegd. Maar Zalm voegde eraan toe dat zijn opvatting over 's lands financiën daardoor niet waren veranderd. Twijfels heeft hij vooral over het weinig structurele karakter van de maatregelen om het Italiaanse begrotingstekort onder de Maastricht-norm te brengen en over de hoogte van de Italiaanse staatsschuld.
De Europese ministers van financiën bespraken de Italiaanse voortgang op weg naar de muntunie, die op 1 januari volgend jaar start. De bespreking is een routine-kwestie; ieder EU-land legt eens in de twee jaar zijn begrotingsbeleid voor aan de Europese partners. Italië deed dat in juli vorig jaar. Toen vroeg Nederland om aanvullende informatie en een nieuwe bespreking. Die kwamen er gisteren. Zalm zei na afloop dat Italië veel vooruitgang had geboekt. De inflatie is inmiddels lager dan in Nederland. En de Italiaanse regering heeft hervormingen van de pensioenen en de belastingen op stapel staan.
Zalm stelde gisteren vooral vragen over de eenmalige maatregelen die Rome heeft genomen om de tekorten te verlagen. Die eenmalige maatregelen beliepen in 1997 1,1 procent van het bruto binnenlands product. Zo werd er een 'eurotax' in het leven geroepen om Italië naar de muntunie te helpen. De regering beloofde die belasting later weer aan de burgers te zullen terugbetalen. Volgens Zalm maakte zijn Italiaanse collega gisteren duidelijk dat dat een politieke verplichting is, geen juridische en dat nog onduidelijk is wanneer het terugbetalen zal komen.
De Europese partners maken zich ook zorgen over de betalingen die Rome nog aan lagere overheden moet doen, ondermeer voor infrastructuurprojecten. De achterstand in die betalingen heeft de Italiaanse regering laten oplopen tot zo'n 200 miljard gulden, of 10 procent van het Italiaanse BBP.
En dan is er de Italiaanse staatsschuld, die 120 procent van het BBP bedraagt en, wat erger is, die voor een groot deel wordt gefinancierd met kortlopende leningen. Daardoor is de last van de staatsschuld gevoelig voor renteschommelingen. De Italiaanse overheidsfinanciën hebben de afgelopen jaren fors geprofiteerd van rentedalingen. Maar eventuele rentestijgingen zullen in Rome ook harder aankomen dan elders.
Zalm zei gisteren dat de toelichting van zijn Italiaanse collega geen nieuws had gebracht. Maar de minister wilde niet ingaan op de vraag of hij Italië nu rijp acht voor toetreding tot de muntunie. “Daarover beslissen de Europese regeringsleiders begin mei”, was het voor de hand liggende antwoord van Zalm. Tegenover de twijfels die klinken in Nederland en Duitsland staat de Franse wens om Italië hoe dan ook op te nemen in de groep landen die met de muntunie beginnen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.