JERUZALEM - De overwinning van Jasser Arafat (met 88,1 procent van de stemmen) bij de verkiezingen voor het presidentschap van de Palestijnse Raad mag voorspelbaar zijn geweest, de resultaten van de verkiezingen voor de 88 leden van de Raad zelf zijn toch anders dan alle wijsneuzen hadden voorspeld.
Het blijkt dat de kiezers veel meer voor hun clan hebben gekozen en er is ook veel meer gekozen op sociale en economische gronden dan uit politieke beweegredenen.
Geen van beide belangrijke stromingen - de Fatah 'insiders' (de plaatselijke jonge leiders van de intifada) en de 'outsiders' (de PLO-bureaucraten die met Arafat uit Tunis kwamen) - heeft bovendien de volledige overwinning behaald. Opvallend is ook dat in deze toch patriarchale samenleving zeven vrouwen zijn gekozen. De kiezers bleken bovendien een zeer ontwikkeld electoraat te vormen. Op het eerste gezicht lijkt het behoorlijk eenzijdig dat 75 procent van de zetels zijn gewonnen door uitgesproken Arafat-aanhangers. Maar gegeven het feit dat islamitische en linkse facties officieel hebben opgeroepen de verkiezingen te boycoten, behaalde de 'oppositie' toch een indrukwekkend resultaat door tien zetels te winnen: zes onafhankelijken die banden hebben met fundamentalisten, drie onafhankelijken namens het linkse Volksfront en één lid van de Palestijnse Volkspartij (de ex-communisten). Kortom, de Palestijnse Raad zal niet slechts een stempelmachine vormen voor de ideeën en invallen van Arafat. Want naast deze uitgesproken oppositie, is er een aantal andere volksvertegenwoordigers, onder wie onafhankelijken die aan Fatah zijn gelieerd, die zeker aan de bel zullen trekken als het beleid hen niet aanstaat. Dat betreft bijvoorbeeld Haidar Abdel Sjafi uit Gaza (indertijd het hoofd van de Palestijnse onderhandelingsdelegatie in Washington), die een verklaard tegenstander is van het beleid van Arafat. Ook Hanan Asjrawi, voormalig woordvoerster, heeft beloofd haar mond open te zullen doen.
In een wat breder perspectief is de grootste winnaar van de verkiezingen Israël, want niemand kan nu nog ontkennen dat het juist was van de voormalige minister van buitenlandse zaken en huidige premier Sjimon Peres en de vroegere premier Jitschak Rabin om met Arafat en zijn PLO in zee te gaan - in plaats van moeizaam door te ploeteren met mindere Palestijnse goden in Washington. Deze lokale leiders hebben altijd aan een onafhankelijke staat vastgehouden. Zij konden veel minder makkelijk concessies doen. Als dr. Abdel Sjafi akkoord zou zijn gegaan met de akkoorden van Oslo zou hij bij thuiskomst in Gaza als verrader zijn gebrandmerkt, en zou het vredesproces op de lange baan zijn geschoven. Door zaken te doen met Arafat (met de nodige reserves), heeft Israël veel minder concessies hoeven doen dan bij de 'insiders' het geval zou zijn geweest (in wezen heeft Israël hetzelfde weggegeven als indertijd de rechtse premier Menachem Begin al had gedaan bij de besprekingen in Camp David).
En met de verkiezingen heeft het vredesoverleg de goedkeuring gekregen van een overweldigende meerderheid van de lokale Palestijnse bevolking, zonder dat Israël - tot nu toe - zelfs verdere toezeggingen heeft hoeven doen over de uiteindelijke status van de gebieden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.