*

 
dossier

Archief

ZIEK VAN DIE STOMME MUIS

ALDERT SCHIPPER − 31/08/96, 00:00

Vroeger was het loodvergiftiging, asbestose, silicose en kruipknieën, tegenwoordig is het kappers-eczeem, bakkers-allergie en 'burnout'. Oude en nieuwe beroepsziekten wisselen elkaar af. In de serie waarin mensen vertellen over hun werk én hun klachten, vandaag: de marketing expert en haar muis.

Het komt veel voor bij mensen die de hele dag aan de computer zitten. Maya Epping werkt al een jaar of tien, twaalf met de computer. Maar haar RSI dateert van het moment dat op haar werk, op de marketingafdeling van de Weekbladpers, in december vorig jaar Windows 95 werd ingevoerd. “Het zit 'm niet zozeer in dat Windows”, zegt ze, “maar in dit achterlijke dingetje.” Ze laat vol afschuw de muis zien, die op een matje ligt en met een draadje aan haar tikbord verbonden is. Eigenlijk is het een sierlijk en slim apparaatje, maar Epping voelt alleen maar weerzin als ze de muis ziet.

Ze kijkt door het raam van haar werkkamer uit over de Kloveniersburgwal. Boven de daken de flonkerende torens van de Amsterdamse binnenstad. Maar ze kijkt er niet vaak naar, want ze tuurt de hele dag naar haar beeldscherm. “En alles met mijn pols in de aanslag.”

Voor haar toetsenbord ligt een opgerold geruit keukenhanddoekje. “Daar moet ik van de fysiotherapeut m'n arm op leggen bij het werken. Maar ja, je vergeet het weleens, want je bent druk, je wilt dat stuk nog gauw even afmaken. Bovendien kún je met Windows 95 ontzettend veel. . . Het programma is gewoon uitdagend. Je kunt met een eenvoudige beweging vergroten, verkleinen, printen, faxen, opslaan. Ga zo maar door.”

Ze haalt, door via haar muis op een paar toetsen op het kleurige beeldscherm te klikken, een rekenprogramma tevoorschijn. “Zie je wel? Het is gewoon hartstikke leuk. Kijk, op de agenda kun je zien dat ik pas nog bij Trouw ben geweest, bij jullie marketingman, Tom Harkema.” Weer beweegt haar pols. Ze haalt een document op. Opnieuw met een paar minuscule bewegingen. “Het is enorm verslavend aan zo'n tekst te schaven. En ik ben toevallig nogal perfectionistisch. Het kan steeds mooier. Het komt nu wel voor dat ik net zo lang aan een rapport werk, totdat iemand zegt 'nu is het klaar'.”

Dit voorjaar merkte ze dat haar rechterarm een beetje stijf was. Toevallig had ze thuis net gewit. “Daar zal het wel van komen, dacht ik meteen. Het gaat wel over. Maar het ging niet over. Sinds een aantal jaren is alpine klimmen mijn grote hobby. Ik kon zaterdags de klimwand niet meer op.”

Ze laat foto's zien van een breedlachende Maya Epping bovenop een bergtop van 5700 meter in de Himalaya.

“Daarvoor moet je regelmatig trainen tegen een klimwand. Ik kon die richeltjes niet meer vasthouden. In de laatste vakantie ben ik gaan wandelen om mijn arm rust te geven. Maar in plaats van dat het overging, kreeg ik een bult op mijn elleboog.” Ze wijst op een plek ter grootte van een flinke knikker aan de buitenkant van haar elleboog. “Voorlopig hoop ik volgend jaar weer naar de Himalaya te gaan. Ik doe weliswaar niet de allermoeilijkste wanden, maar je moet toch regelmatig stukken klimmen. Zoals het nu is, haal ik zo'n schoorsteen absoluut niet.” Maya Epping doet voor, hoe je kunt klimmen tussen twee bergwanden die vlak bij elkaar staan.

Naast klimmen doet ze aan schaatsen. Of het er deze winter van kan komen, ook daar twijfelt ze aan. Ze doet voor hoe je je armen moet bewegen. “Bij het hardlopen heb ik ook al last van die arm. Ik moet hem losjes laten hangen. Dat kan niet bij sporten.”

“De dokter dacht dat ik een brei-arm had of een tennisarm had, maar de fysiotherapeut zag het meteen: RSI. 's Nachts werd ik wakker van de pijn in mijn elleboog. Ik kan geen thee meer inschenken. Als klimmer heb ik nogal stevige handen, maar een jampot opendraaien? Vergeet het maar. Voor mijn poes heb ik een draaiknop aan de keukendeur. Die kan ik niet meer open krijgen. Een boodschappentas aan de hand gaat niet.”

Herhaalde bewegingen gunnen het lichaam weinig kans op ontspanning. Dat kan leiden tot een chronische ontsteking van spieren, pezen en zenuwen. De klachten variëren van gevoelloze vingers, stijve gewrichten, spierpijn tot een tenniselleboog. Wie op z'n werk voortdurend zijn armen uitschudt en z'n polsen masseert, moet uitkijken. Het kan een voorbode van RSI zijn. Het komt langzaam, na maanden of jaren van dezelfde beweging. Soms hebben mensen juist last als ze even niet werken. Als de RSI wat verder gaat, neemt de kracht van de spieren in de hand af. Men laat gemakkelijk iets uit de handen vallen en heeft moeite met het pakken van een kopje koffie, schrijven of afwassen. In het begin herstelt het lichaam tijdens de vrije tijd, later alleen nog maar in de vakantie. Zodra het werk weer begint is de klacht snel weer terug. Op den duur kan hij blijvend worden.

Uiteindelijk kan RSI leiden tot arbeidsongeschiktheid. Van alle mensen die in de WAO terechtkomen is bij vier procent RSI de oorzaak. Twee miljoen mensen, een derde van de werkzame Nederlandse bevolking, heeft kans op RSI. De aandoening wordt veroorzaakt door een samengaan van een slechte werkplek, slechte werkhouding en te veel stress. Tot de risicogroep horen journalisten, wetenschappers, programmeurs en ook marketing deskundigen, zoals Maya Epping. Ze piekert er niet over naar een andere baan uit te kijken. “Ik ben beslist niet zielig hoor”, zegt ze bij de lift. “Laat niemand dat denken.”

mailIcon print |