DEN HAAG - Grote opluchting in de wereld van het rundvee: het mogelijke besmette Limburgse Galloway-kalf had toch geen gekke-koeienziekte (BSE). Tienduizenden boeren, veehandelaren, werknemers in de vleesverwerkende industrie, slagers en minister hielden de afgelopen dagen even de adem in. De kans was klein, maar áls er een BSE-geval in het vooralsnog BSE-vrije Nederland zou worden gevonden, zou dat grote gevolgen hebben.
Het imago van het Nederlandse rundvee zou een klap krijgen. Terwijl de prijzen voor kalfs- en rundvlees toch al zo laag zijn, onder meer door de gevolgen van de BSE-affaire van vorig jaar, die vooral in het buitenland sporen heeft nagelaten. Die affaire ontstond na berichten dat het eten van met BSE besmet vlees bij mensen kan leiden tot de dodelijke hersenziekte Creutzfeldt-Jakob. Met name de Duitsers eten sindsdien veel minder rundvlees dan voorheen. “Gelukkig blijkt er met dit kalf niets aan de hand”, reageerde gisteren dan ook een woordvoerder van minister Van Aartsen.
Toch is het gevaar nog niet helemaal geweken. Er zijn nog veertien andere dieren in Nederland die besmet kúnnen zijn. Die staan bij een Limburgse veehandelaar. Het ministerie onderhandelt nog over de prijs die de boer ter compensatie voor de dieren krijgt. “Zodra dat rond is, worden ze voor onderzoek naar Lelystad gehaald”, zegt de woordvoerder. In Lelystad is het Instituut voor dierhouderij en diergezondheid (ID-DLO), de proefboerderij van het ministerie. Binnen een week, schat de woordvoerder, zal de uitslag er zijn.
De geschiedenis van de jongste BSE-crisis heeft inmiddels iets van een goedkope Amerikaanse tv-film. Alles draait om het vorige maand in Duitsland ontdekte zieke kalf en om de vraag: hoe heeft dit kalf de gekke-koeienziekte opgelopen?
Drie scripts zijn mogelijk. De eerste en meest ingewikkelde begint in 1989 als er een koe in Groot-Brittannië, het land waar BSE heerst, wordt geboren. Ze krijgt de naam Camella. In 1990 gaat zij met 49 andere runderen naar Duitsland, naar de Oost-Duitse deelstaat Mecklenburg Vorpommern. In 1992 krijgt ze daar een kind: Cindy. Cindy vertrekt in 1995 naar de deelstaat Nordrhein-Westfalen en blijkt daar in december 1996 aan BSE te lijden. In dit scenario lijkt Camella een mogelijke besmetter.
De Nederlandse crisis vloeit geheel voort uit dit script. Voor Nederland is de connectie met Camella zeer verontrustend. Camella is namelijk drie jaar na de geboorte van Cindy met 41 runderen door een veehandelaar uit het Limburgse Meijel naar Nederland gebracht. Maart vorig jaar krijgt ze hier nog een kalf. Dat is het dier dat nu geen BSE blijkt te hebben. In augustus is Camella zelf al geslacht en opgegeten.
Hoe zit het nu met die 41 dieren die met haar meegereisd zijn naar Nederland? De kans is klein dat zij BSE hebben, denkt de woordvoerder van de minister. “Besmetting met BSE gebeurt niet op de manier waarop je een verkoudheid oploopt. De ziekte wordt niet zomaar overgedragen. Wat wel zou kunnen is dat de hele groep in Duitsland besmet veevoer heeft gegeten. Dat is illegaal veevoer waarin schapenresten zijn verwerkt, van schapen die scrapie hadden”.
Om iedere verdenking uit te sluiten zijn de 41 dieren daarom getraceerd, er blijken er nog maar elf in leven, de rest is geslacht en verkocht. De overgeblevene blijken alle, met nog eens drie nakomelingen, bij de Limburgse veehandelaar te staan waar ook het al onderzochte kalf zich bevond.
Het tweede script draait om de verwarrende vraag of Cindy wel Cindy is. Daarover is twijfel gerezen nadat de Duitse autoriteiten meldden dat met het oormerk van het zieke dier mogelijk gesjoemeld is. Zeker is dat Camella een kalfje kreeg dat Cindy heet. Maar is dit ook het dier dat ziek is? Het DNA van het Limburgse kalf wordt nu vergeleken met dat van haar. Zijn ze geen halfzusters, dan is het zieke kalf wellicht rechtstreeks uit Groot-Brittannië geïmporteerd. Deze versie van het verhaal is dus eenvoudig: het kalf heeft in Groot-Brittannië BSE opgelopen en kreeg de ziekte in Duitsland. Nederland speelt hierin geen rol.
“Er is ook nog een derde mogelijkheid”, stelt de woordvoerder van de minister. Niet het zieke kalf is illegaal naar Duitsland gehaald, maar het veevoer is illegaal én besmet. Die optie is voor de Duitsers weinig aanlokkend. Want hoeveel andere beesten hebben dit veevoer gegeten? Deze versie zal moeilijk te bewijzen zijn. De Duitsers hopen echter ieder risico op nog een BSE-geval uit te sluiten en vernietigen alvast 5200 runderen van Britse afkomst.
De kans dat Nederland nog in de serie speelt is afgenomen. Maar die kans was eigenlijk op voorhand al klein, maakt minister van Aartsen duidelijk in een brief aan de Tweede Kamer, die gisteren is verzonden. Als Camella drager is van BSE en dus Cindy besmette, dan had Camella de ziekte óók moeten krijgen, volgens wetenschappelijk onderzoek. Cindy stamt uit 1992 en Camella is ruim drie jaar later gestorven. Voor zij naar Nederland werd geëxporteerd, is Camella zowel in Duitsland als in Nederland medisch gekeurd. Ze mankeerde niks.
De woordvoerder van de minister zegt dat het niet zeker is of de veertien nog levende 'verdachte' koeien ook geslacht zullen worden. Ze krijgen om te beginnen een algemene gezondheidskeuring. Wel kan BSE alleen aangetoond worden wanneer er hersenonderzoek wordt gedaan, erkent hij. Hun vonnis wordt waarschijnlijk geveld na de uitslag van het DNA-onderzoek. Is er geen connectie tussen het zieke kalf en Camella, dan is er geen reden tot verdenking van de veertien.
Bij de slager zal hun vlees echter ook niet meer terecht komen, denkt de woordvoerder. “Dit is zo'n gevoelig onderwerp, dat dat beter is, ook al is er geen reden dat er met hun vlees iets mis is”.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.