*

 
dossier

Archief

Fax Sorgdrager overtuigde Hirsch Ballin

WILMA KIESKAMP; TEUN LAGAS − 10/11/95, 00:00

DEN HAAG - De fax naast het ziekbed van de door hernia gevelde Hirsch Ballin staat in maart 1994 geen seconde stil. Aan rust komt de minister van justitie niet toe. Van alle kanten wordt hij bestookt, over steeds hetzelfde onderwerp. De IRT-affaire.

De meest opmerkelijke lobby komt vanuit het openbaar ministerie. Vooral de fax met de handgeschreven tekst van - toen nog - procureur-generaal Sorgdrager uit Den Haag trekt achteraf de aandacht. 'Vertrouwelijk', staat er boven. Sorgdrager schrijft haar minister op 30 maart dat ze informatie heeft over de geheime IRT-methode. Die informatie heeft haar er van overtuigd dat de methode op zichzelf niet onaanvaardbaar is. Als procureur-generaal in Den Haag geeft ze aan haar minister het klemmende advies om de methode niet te verbieden.

Het is slechts een van de vele faxen die Hirsch Ballin krijgt, in de spannende dagen voor het Kamerdebat over het IRT. Aan de ene kant probeert collega-minister Van Thijn Hirsch Ballin er van te overtuigen dat de Amsterdamse waarschuwing serieus moet worden genomen. De fax van Sorgdrager hoort op het stapeltje 'pro'. De impliciete boodschap die zij kwijt wil, is dat Hirsch Ballin niet teveel moet luisteren naar de Amsterdamse tegenstanders van het IRT.

Het IRT heeft weliswaar zeer grote hoeveelheden softdrugs het land laten binnenkomen, schrijft Sorgdrager. “Maar het ging om weed, dat tien keer minder sterk is dan hasj.” Verder heeft de operatie plaatsgevonden onder strakke regie van het OM, en kan de minister in de kluis van de CID Kennemerland alle dagrapporten terugvinden.

Dat procureur-generaal Sorgdrager al die details kent, wekt Hirsch Ballins verbazing. Niemand hoort die details te kennen, behalve de commissie-Wierenga en degenen die de ultrageheime bijlage hebben gelezen over de werkwijze van het IRT. Hirsch Ballin weet niet dat uitgerekend voorzitter Wierenga zelf tegen Sorgdrager uit de school heeft geklapt.

Dat heeft het gewenste resultaat. Hirsch Ballin begint te twijfelen of de Amsterdamse lijn - een onverbiddelijk 'nee' tegen de IRT-methode - wel zo goed is. Was het een opzetje met Wierenga? “Ik vond dat de minister het gewoon moest weten”, zegt Sorgdrager neutraal, nadat ze gisteren alsnog is geconfronteerd met de fax uit 1994. “Het concept van de werkmethode van het IRT is op zichzelf niet onaanvaardbaar, dat vond ik toen en dat vind ik nog steeds.”

Dat Hirsch Ballin de fax heeft bewaard, is een pijnlijke verrassing voor de D66-bewindsvrouw. Sinds haar aantreden heeft Sorgdrager zich altijd geprofileerd als representant van het kamp der preciezen. Gecontroleerde doorlevering van drugs en infiltratie zijn in zeer bijzondere omstandigheden toegestaan, maar zelf heeft de minister die toestemming nog nooit gegeven. Ze verbood een lopende infiltratie in het zuiden des lands. Door het opduiken van de fax blijkt dat Sorgdrager blijkbaar is overgestapt, want in 1994 hoorde ze nog tot de rekkelijken. “Sindsdien is er zoveel bekend geworden over de risico's, dat ik veel voorzichtiger ben geworden”, zegt ze.

In de zenuwen over de fax maakte Sorgdrager gisteren nog een vreemde draai. In het verhoor zelf verklaarde ze stellig dat mr. Bleichrodt, lid van de Hoge Raad en van de commissie-Wierenga, degene was die haar informeerde over het geheime deel van het rapport-Wierenga. Een uur later stuurt ze Van Traa een briefje: “Het was Wierenga.”

Ook vanuit Rotterdam is vorig jaar een lobby gevoerd om de twijfelende Hirsch Ballin in het juiste spoor te houden. De Rotterdammers hadden er alle belang bij dat Hirsch Ballin de Tweede Kamer ervan zou overtuigen dat de werkmethode van het IRT op zichzelf niet verkeerd was. In Rotterdam liep een vergelijkbaar onderzoek, waarbij uiteindelijk 20 000 kilo softdrugs op de markt zijn gelaten.

Dat laatste krijgt de minister niet te horen. Maar hij hoort in december 1993 wèl van het bestaan van het onderzoek. De Rotterdamse officier van justitie mr. R. de Groot waarschuwt de minister dat er in Rotterdam “ook een soort IRT-methode” wordt gebruikt. Hirsch Ballin vraagt verder geen details, dat was niet zijn gewoonte. Wel komt hij tot de conclusie dat het op grote schaal 'doorleveren' van drugs moet kunnen, zelfs al is het in Haarlem uit de klauwen gelopen. Precies die slotsom had trok ook de commissie-Wierenga.

In de debatten met de Kamer heeft Hirsch Ballin vorig jaar nooit gezegd dat hij wist dat er in Rotterdam ook een soort IRT-traject liep. Ook besloot hij de Kamer niet te informeren over de exacte omvang van het IRT-schandaal, voor zover dat toen al bekend was. Dat er 45 000 kilo mariuhana het land was binnengekomen met medeweten van de politie, en dat de informant veel meer was geweest dan alleen tipgever - het bleef geheim. “In het belang van de informant”, zegt Hirsch Ballin. “Zelfs in Amsterdam vonden ze dat het gevaarlijk was als er herkenbare details bekend zouden worden.” De veiligheid van de informant woog zwaarder dan de parlementaire controle.

Zowel Hirsch Ballin als Sorgdrager verdedigen die afweging nog steeds, blijkt uit hun verklaringen voor de commissie. De voormalige en huidige minister zitten ook op één lijn met hun principe dat de politie in staat moet blijven dergelijke gewaagde opsporingsmethoden te hanteren. Hirsch Ballin tegen Van Traa: “Wat er in Haarlem gebeurde was alleen een fataal gebrek aan communicatie tussen de criminele inlichtingendienst van de politie en de officier van justitie.” Dat de inmiddels beroemde 'cowboy-rechercheurs' Langendoen en Van Vondel hun officier van justitie Van der Veen lang niet alles vertelden was volgens Hirsch Ballin zelfs “een geraffineerde opzet”. “Zij waren een rotte appel die niet zichtbaar was voor de officier. Maar dat is nog geen reden om pardoes de hele boom om te hakken.”

Dat de Tweede Kamer vorig jaar niet goed op de hoogte kon worden gebracht omdat de veiligheid van de informant beschermd moest blijven, riep bij Van Traa de vraag op of die ene informant niet het hele land “in gijzeling” heeft gehouden en nòg houdt. Sorgdrager vindt dat te sterk uitgedrukt. “Een beetje vasthouden”, noemt zij het onderkoeld. Toch begrijpt ze de bezorgdheid van de commissie wel. “Het is verschrikkelijk om te zien dat je niet los komt van de mensen die met hulp van de politie konden 'groeien' in het criminele milieu.” Daarmee veroordeelt de minister in feite de kern van de IRT-methode - dezelfde methode die onder strikte voorwaarden moet kunnen.

mailIcon print |