GENEVE, NAIROBI (AP, Reuter, AFP) - De Rwandese Hutu-vluchtelingen die dit weekeinde van Burundi naar Tanzania stroomden, mogen voorlopig toch in Tanzania blijven. Dat heeft de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR gisteren van de autoriteiten vernomen. Eerder ontzegde Tanzania, dat al zeker 500 000 Rwandese Hutu-vluchtelingen herbergt, de jongste stroom de toegang tot het land.
De naar schatting tien- à twintigduizend vluchtelingen bivakkeren verspreid over een langgerekt en zeer onbegaanbaar gebied langs de rivier de Ruvumu. Ze kwamen dit weekeinde de grens over vanuit kampen het noordoosten van Burundi. Enkele duizenden vluchtelingen zouden nog aan de Burundese kant van de grens zitten wachten tot ze Tanzania in mogen. De vluchtelingen, die sinds vorig jaar in kampen in Burundi wonen, zijn tussen hamer en aambeeld gekomen. In het gebied woeden gevechten tussen extremistische Hutu-milities en het Burundese leger, dat overwegend uit Tutsi's bestaat en dat de Hutu's weg wil hebben.
De Verenigde Naties hebben gisteren een beroep gedaan op alle donorlanden om 70,5 miljoen dollar (ruim 110 miljoen gulden) bijeen te brengen om de schade aan milieu en infrastructuur te herstellen in de landen die Rwandese vluchtelingen opvangen - Tanzania, Burundi en Zaïre.
Het geld dat de VN vragen is bestemd voor de coördinatie van houtkap-activiteiten door de (in totaal zeker 1 miljoen) vluchtelingen, voor herbebossing, herstel van wegen, en verbetering van de gezondheidszorg en sanitaire voorzieningen.
De Hutu-vluchtelingen ontvluchtten Rwanda in 1994 uit angst voor wraakacties, na de genocide op Tutsi's en gematigde Hutu's die daar aan zeker een half miljoen Rwandezen het leven heeft gekost.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.