*

 
dossier

Archief

Escude ziet krachten wegvloeien na serie slopende vijfsetters

Door: redactie − 31/01/98, 00:00

Van onze sportredactie MELBOURNE - De serie ontsnappingen was miraculeus geweest. Nicolas Escude, de sensatie van het Australian Open, presteerde het het drie keer - tegen de Zweed Larsson, de Amerikaan Reneberg en de Duitser Kiefer - een 2-0 achterstand in sets weg te werken. Gisteren viel het knappe record van de Fransman niet verder te verbeteren. Marcelo Rios maakte vanaf de eerste slagenwisselingen duidelijk dat hij, en niet Escude, recht had op een finaleplaats: 6-1 6-3 6-2.

Voor de vermoeide Escude duurde het toernooi dus net iets te lang. Voor de halve finale tegen Rios durfde hij nog stiekem te dromen dat hij een eeuwenoude Franse mijlpaal zou evenaren: ooit, in 1928, was het Jean Borotra die in Australië de eindstrijd bereikte. Een herhaling zat er gisteren geen moment in. Escude wilde zich niet achter excuses verschuilen. Een jaar geleden stond achter zijn naam nog het cijfer 415. En tijdens het Australian Open maakte hij een sprong van plaats 81 naar de top veertig. Met die progressie kon hij alleen maar tevreden omzien. “Ik was niet nerveuzer dan normaal”, vertelde hij na de kansloze drie-setter. “Een dijbeenspier speelde tijdens de partij op, maar dat ongemak had geen doorslaggevende invloed. Nee, het waren de vermoeienissen van de eerdere ronden die mij parten speelden. En de kwaliteiten van Rios natuurlijk. Hij komt zo ver naar voren dat hij de ballen half-volley pakt. Daarnaast is de richting van zijn slagen nauwelijks te voorspellen.”

In de finale krijgt de wat houterig ogende Petr Korda dus te maken met de clowneske Chileen Rios. Een veteraan tegen een getalenteerd joch van 22 jaar, van wie misschien wel gezegd mag worden dat hij zijn gaven tot nu toe niet voor de volle honderd procent heeft uitgebuit. In 1994 viel zijn spel namelijk al in het oog. In dat jaar was Rios de snelste stijger in het tenniscircuit. Na zijn entree in de top tien bleek hij mentaal toch erg kwetsbaar. Zijn beste prestaties in de Grand Slams waren tot op heden twee kwartfinaleplaatsen in Australië en op Flushing Meadows (US Open).

Rios dicht zich, ondanks zijn wisselvalligheid, goede kansen toe tegen Korda: “Ik was vroeger lui van aard. Als ik een partij verloor, lag ik daar niet wakker van. Op dat punt heb ik mijzelf verbeterd. Mijn vechtlust is enorm gegroeid, zelfs in de partijen die ik met slecht spel verlies.”

Het geluk was Rios in Melbourne goed gezind. De route naar de finale voerde hem uitsluitend langs ongeplaatste spelers. Zijn Spaanse opponent in de kwartfinale, Alberto Berasategui, had het vuile werk al opgeknapt door Patrick Rafter en André Agassi te verslaan.

Korda en Rios traden in 1997 twee keer tegen elkaar binnen de lijnen. In het Australian Open verloor Korda in de eerste ronde, maar de Tsjech nam in oktober revanche tijdens de kwartfinales van het toernooi in Stuttgart. Ook het totaal aan onderlinge partijen is in balans: Korda en Rios wonnen ieder drie maal.

Anders dan Rios heeft Korda al eens eerder in een Grand Slam-finale gestaan. In 1992 moest hij op Roland Garros de titel aan Jim Courier laten.

De Grand Slamfinale van morgen wordt er voor het eerst sinds 1984 weer een tussen twee linkshanders. Destijds waren het John McEnroe en Jimmy Connors die elkaar op Wimbledon in de eindstrijd troffen.

De titel in het vrouwendubbel kwam op naam van een zeer jeugdige deelneemster. De 15-jarige Mirjana Lucic had het geluk dat zij in de finale tegen Davenport en Zvereva de 17-jarige nummer een van de wereld, Martina Hingis, naast zich had. Nooit eerder won zo'n jong koppel het damesdubbel van een Grand Slam.

mailIcon print |