“Jouw laatste column gaat zeker over de winkelsluitingswet”, grapte een collega. Zoekend naar rode draden door mijn overdenkingen, was hij dat onderwerp ongetwijfeld herhaaldelijk tegengekomen.
Maar ach, je wilt toch wat breder uitpakken in zo'n afscheidsstukje. Waarom dan niet over het midden-en kleinbedrijf (mkb)? Ook daarover ging het meer dan eens in deze rubriek. Bovendien heeft het mkb tal van raakvlakken met die winkelsluiting.
Belangstelling voor het mkb betekent geen onvoorwaardelijke steun voor elke kleine ondernemer. Winkeliers die draaiorgels uit hun straat weren, vind ik neringzieke stumpers, die van mij mogen verdwijnen.
Waar het mij werkelijk om gaat in het mkb zijn wetten en een subsidiebeleid, die aan kleine ondernemers evenveel kansen bieden als aan grote. Daaraan heeft het van de kant van de overheid de laatste jaren wel eens ontbroken. Denk alleen al aan de toenemende neiging om toe te staan dat winkels zeven dagen per week open blijven. Daar kan toch geen kleine speciaalzaak tegenop?
Met die zondagstrend stijgen we in feite uit boven de problematiek van het mkb. Ik stuit op het dilemma 'meer markt of het handhaven van allerlei regels'. Verder doordenkend kom ik dan terecht bij de grondslag van het economisch handelen in deze samenleving. De vraag of het rechtvaardigheidsbeginsel prioriteit moet hebben of een zo ongestoord mogelijke marktwerking.
Uitpluizers van rode draden in mijn columns van de afgelopen zeven en een half jaar zal het niet zijn ontgaan waar de voorkeur van de schrijver ligt. Die trouwens helemaal geen tegenstander is van een normale marktwerking. Maar welk verstandig mens is dat eigenlijk wel? Laat twee supermarkten, twee banken of twee notarissen vooral op het scherpst van de snede concurreren. En beslist geen kartelafspraken maken.
Nee, ik heb veeleer willen waarschuwen tegen de overschatting van de marktwerking, zoals die zich bijvoorbeeld manifesteert in de uit de hand gelopen privatiseringsrage. De markt behoort geen doel te zijn maar een middel om tot iets beters te komen. Als het middel faalt, gebruik het dan niet. En het doel? Dat hangt af van ieders politieke of ethische keuze. In mijn geval is die keus sterk bepaald door een normen- en waardenstelsel, dat is ontleend aan joods/christelijke en humanistische tradities.
De verwarring van doel en middel kom je ook tegen bij mensen die te pas en te onpas stellingen uit de economische wetenschap citeren of hanteren. Economen verkondigen echter geen ultieme waarheden, al lijkt het er soms op. Net als de markt een middel is, is de economie voor de mens een tas vol instrumenten om vraagstukken op het gebied van schaarste en verdeling op te lossen. Die oplossingen zijn op zich zelf niet rechtvaardig of onrechtvaardig. Die invulling moeten we zelf geven.
Dat waren de laatste woorden in deze rubriek. Niet dat ik uitgeschreven ben. Maar ik ga, zoals dat heet, 'in de vut'. En dan doe je geen betaald schrijfwerk meer, zo is de regel. Of de schrijver nu vertrekt of niet, de economische ontwikkelingen gaan door. Graag wens ik de lezer een kritische kijk op de economie toe.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.