Tournee t/m mei 1996. Nog t/m zondag in De Kleine Komedie, Amsterdam.
Toen Jan Rot in 1991 de overstap maakte van 'jeugdhonk naar theaterpluche' besloot hij drie soloprogramma's te maken die samen een drieluik zouden vormen.
Het eerste was het meest anekdotische. Het handelde over de popmuzikant die tien jaar met zijn band door het land trok en nu voor het theater had gekozen.
Met het tweede, veel kwetsbaardere programma ging hij een stap verder. Daarin ging hij op 'zelfonderzoek'. Hij vroeg zich bovenal af wat hem als dichter-zanger nu eigenlijk beweegt om op een podium te gaan staan.
Met zijn derde, meest persoonlijke solovoorstelling sluit hij deze theatertrilogie nu af. Dat kan ook niet anders, want alles is gezegd. Hij heeft zijn geschiedenis geschreven, zijn drijfveren blootgelegd en na deze anamnese en diagnose volgt nog slechts de genezende therapie.
Bij Jan Rot is dat de louterende conclusie, dat de theaterillusie die hij op het podium tot stand brengt hem zo bevalt, omdat die hem twee keer drie kwartier per dag gelukkig maakt. “En dat is nog altijd meer dan de meeste mensen kunnen zeggen.”
Is Jan Rot dan zo ongelukkig? Ja en nee. Hij is een romanticus pur sang. Niet bijster veel mensen herkennen zich in de gemoedsstemmingen die 'ons soort mensen' treffen. In 'Hard zingend in het donker' omschrijft hij die gevoelens met het voorbeeld van iemand die 's morgens de telefoonstekker eruit trekt en 's avonds treurig constateert dat er wéér niemand belde. Later refereert hij aan een ander paradoxaal voorbeeld, waarin ik mijzelf herken. Je laat, hoe onbewust ook, liefdes stranden, omdat samenleven met iemand van wie je houdt al met al toch een minder aangenaam gevoel blijkt dan het missen van diezelfde persoon.
Door zich over deze en nog veel persoonlijker zaken zo schaamteloos openhartig uit te laten, wenden sommigen zich geërgerd of geschokt van hem af. Ook op de première vertrokken enkele tientallen mensen in de pauze. Anderen lachen hard om hem en veronderstellen ten onrechte dat hij een camp-artiest is, die slechte smaak handig tot kunst verheft. Maar bij wie hem beter kent, bijvoorbeeld van zijn vorige programma's, dwingt hij vooral sympathie en bewondering af met zijn intieme 'bekentenis-cabaret'.
Centraal staat het verhaal van zijn stamkroeg, waar hij, op zijn eenzaamst na de euforie van het theateroptreden, jonge jongens tracht te versieren. Bovenal voor de seks, maar ook uit behoefte aan de geborgenheid van een gezellig broertje. Binnen dit verhaal vertelt hij andere anekdotes, zoals over het lichamelijk verval dat de 37-jarige artiest overvalt. Zeer grappig en ontroerend soms, vooral doordat hij een uitgekiend spel speelt met 'fictief-autobiografische' feiten rond de zanger en de persoon Jan Rot, waarin hij veel aardige statements plaatst.
De mooiste acteerscène, waarin hij een oudere pedofiel neerzet, is beklemmend. Zijn liedjes, waaronder fraai getoonzette poëzie van Lodeizen en Bloem, heeft hij per programma meer tot bijzaak gemaakt. Daardoor gaapt er inmiddels zelfs een behoorlijk gat tussen de popzanger die hij was (en op zijn cd's nog is) en de cabaretier die na dit programma verleden tijd zal zijn. Wat zou hij hierna eigenlijk gaan doen?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.