Louis Aragons 'Le paysan de Paris' (1926) geldt als een klassiek hoogtepunt van het surrealisme, en het is daarom interessant dat er nu een Nederlandse vertaling van verschenen is. 'De boer van Parijs' is een interessante tekst om te lezen. Interessant ja, maar niet gemakkelijk.
“Ik voor mij”, zegt Aragon, “ben er de man niet naar elk ding bij zijn naam te noemen.” Integendeel, in plaats van de wereld van de gewone dingen, de alledaagse kennis, alles wat zweemt naar het zelfgenoegzame en burgerlijke, kiest Aragon voor de wereld van de verbeelding, de droom, het zonderlinge. Hij voert een gepersonifieerde Verbeeldingskracht ten tonele, die als een soort drugsdealer z'n handel aanprijst: “Vandaag heb ik een verdovend middel voor jullie meegenomen dat afkomstig is van de grenzen van het bewustzijn, van de rand van de afgrond. . . Het is gebrouwen geest, klinkklare poëzie. Koop! Koop de verdoemenis van je ziel (. . .) het surrealisme, telg van de waanzin en de duisternis.”
Aragons boek - essay, collage of reisverslag, in elk geval geen roman; romans zijn een doodzonde in surrealistische ogen - is in twee hoofdstukken verdeeld. Het eerste is een beschrijving van de Passage de l'Opéra, een van die vele overdekte doorgangen zoals die tussen de grote Parijse boulevards te vinden zijn. Het tweede hoofdstuk beschrijft een nachtelijke wandeling die Aragon met een paar vrienden maakt (onder wie de 'paus van het surrealisme' André Breton) in het park van de Buttes-Chaumont. Beide thema's vormen als het ware een schot voor open freudiaans doel: het exploreren van de donkere gangen van het onderbewuste en het broeierige schemergebied van de verleiding.
In het blauwgroene halfduister van de Passage de l'Opéra (die in de jaren twintig in haar bestaan werd bedreigd door de bouwplannen van de Boulevard Haussman-Bouwmaatschappij en waar een einde-der-tijden-achtige sfeer hing, een beetje zoals in de Amsterdamse Nieuwmarktbuurt vóór de metro-rellen) zijn vage neringdoenden gevestigd: een boekhandelaar met tijdschriften, volksromans en wetenschappelijke uitgaven, een handelaar in wandelstokken, het café Cert..., een veelvuldig door dadaïsten en surrealisten bezocht etablissement, een kapper en diverse onduidelijke bordelen, zoals dat van 'Madame Jehane, massage'.
Alles is aanleiding tot bespiegelingen over dood en libido. Als er één fascinatie is die alle andere overtreft, dan is het die voor vrouwen, die 'glinsterende wezens aan de poorten van het genot'. “In alles wat laag is, steekt iets wonderbaarlijks dat mijn zinnen prikkelt”, de make-up, de kringen om de ogen, de schandelijk vakkundige handen, de spotzucht, alles verwijst naar de afgrond en de verrukkelijke duizeligheid die daarbij hoort, “een grote draaikolk waarin het bewustzijn zichzelf nog louter als trapportaal van de afgrond ervaart”.
Dat is de omgeving die Aragon minutieus en vol verve beschrijft: een wereld vol grauwe alledaagsheid, maar die voor Aragon steeds weer aanleiding is tot de meest wonderbaarlijke gedachte-escapades.
Eindeloos rijgen de alinea's zich aaneen. Filosofische bespiegelingen, hegeliaans geïnspireerd proza ('Het wonderbare is de tegenstrijdigheid in het werkelijke', enz.) monden uit in bijna komisch-nuchtere relativeringen. Prachtige lyrische dromentaal, absurdistische woord-opeenstapelingen, soms briljant-doenerig, soms echt briljant - vaak is niet uit te maken met welk van de twee je van doen hebt, zoals wanneer Aragon de nacht in de grote stad beschrijft, “(De nacht) heeft pijpekrullen uit vonken, en waar de rookpluimen vervliegen, daar berijden mensen glijdende hemellichamen. De nacht heeft fluitjes en meren vol flikkerlicht. Hij hangt als een vrucht aan de aardse oever, als een stuk slachtvlees aan de gouden vuist van de steden. (...)(Hier) zoekt het onzekere fantoom van de vrijheid een wijkplaats, stilt aan de rand van de door gemeenschapszin verlichte straten zijn waanzinnige verlangen naar buitenlucht en doodsgevaar.”
Soms schiet Aragon door en wordt hij irritant breedsprakig; wie het allemaal volgen kan mag het zeggen (vertaler Rokus Hofstede, die het niet gemakkelijk gehad heeft, spreekt in zijn nawoord van Aragon als 'beau parleur'). Soms ook dringt de gedachte zich op dat het in het Frans vast wel meevalt met die leesbaarheid - het zit 'm ook in de soms weinig soepele Nederlandse vertaling. Maar ja, het Frans leent zich nu eenmaal beter voor zo'n ronkend soort proza.
Aragons intellectuele bestaan was verre van integer, en voor velen heeft hij afgedaan sinds zijn slaafse vasthouden aan het stalinisme. In deze tekst, die dateert van vóór de tijd dat Aragon het surrealisme had verruild voor het communisme, schemert soms iets autobiografisch door, iets van tragiek zelfs - zorgvuldig gecamoufleerd onder een laag bravoure - waarvan het waard is kennis te nemen, zeker voor diegenen die van plan waren om nooit meer iets van Aragon te lezen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.