BERLIJN - Aanpakker, compromisloos, genadeloos, keihard, de ijzeren bezem. Wie gisteren de predikaten verzamelde die aan Daimler-topman Jürgen Schrempp worden toegeschreven, is geneigd te geloven dat Schrempp een public-relations-offensief is begonnen om de wereld te demonstreren wat voor een krachtpatser hij is.
Bijkomend voordeel van zo'n imago is dat op slag zijn zwaktes en managementsfouten in de schaduw worden gesteld. Een zwakte in een kracht transformeren, dat kan Schrempp. Een schijnbare tegenstrijdigheid: nauwelijks is bekend geworden dat Daimler-Benz over 1995 een recordverlies heeft geleden van zes miljard mark, of de financiële wereld herwint het vertrouwen in de onderneming. Want Schrempp heeft de verliezen voorgesteld als eenmalige ongevallen in bedrijfstakken (lees AEG, lees Fokker), die inmiddels van de gezonde stam (automobieldivisie Mercedes Benz) van de onderneming zijn afgesneden. Doorgestreept is daarmee ook de grote, wereldomspannende visie van Schrempps voorganger Edzard Reuter - jarenlang geprezen als Duitslands modelmanager. Een terugblik op een adembenemende en catastrofale ondernemingsgeschiedenis.
Een goed jaar om de terugblik te beginnen, is 1984. In dat jaar presenteren twee managers van Mercedes, Werner Niefer en Edzard Reuter, een strategievoorstel aan Werner Breitschwerdt, die dan topman van Daimler is. Aangezien de automobielconjunctuur niet eeuwig zal aanduren, moet Mercedes zich inkopen in nieuwe high-tech-ondernemingen, luidt het uitgangspunt.
Breitschwerdt - een omhooggevallen technicus die juist in beslag is genomen door een nieuwe achteras-constructie - laat Reuter en Niefer begaan. In 1985 koopt Reuter de motorenfabriek MTU, die onder andere motoren produceert voor straaljagers en tanks. Even later volgt een meerderheidsbelang in lucht- en ruimtevaartonderneming Dornier. Nog in hetzelfde jaar lijft Daimler het noodlijdende elektroconcern AEG in. De kooplust van Daimler stoelt geheel en al op de grote droom van Reuter om de autofabrikant uit te bouwen tot, zoals hij dat noemt, “een geïntegreerd technologie-concern dat complete verkeerssystemen voor de weg, voor het railvervoer en in de lucht kan aanbieden”.
Grootheidswaan? In ieder geval gaat de strategie in één opzicht op: in 1987 moet Breitschwerdt het veld ruimen en neemt Reuter de toppositie bij Daimler over. In '89 volgt een verdere coup als Daimler een meerderheidsbelang verwerft bij Messerschmidt-Bölkow-Blohm (MBB). Het concern is daarmee volgens de Financial Times uitgegroeid tot 'de machtigste Duitse wapenproducent sinds het Derde Rijk'.
Uit MBB, MTU, Dornier en delen van AEG ontstaat ten slotte de Deutsche Aerospace (Dasa), de lucht- en ruimtevaartdivisie van Daimler-Benz. De man die de losse onderdelen samenvoegt, heet Jürgen Schrempp.
De wereldgeschiedenis werkt echter niet mee: op het tijdstip dat Daimler zich grootscheeps inkoopt op de markt van de wapenindustrie, valt de Muur en komt er een einde aan de Koude Oorlog. Dasa, aanvankelijk voor vijftig procent aangewezen op defensietechniek, krijgt onmiddellijk de klappen van de inzakkende wapenmarkt. Een miljardengraf kondigt zich aan. Intussen doet ook Schrempp een duit in het zakje van Dasa-miskopen, als hij eind '92 met de zegen van Reuter grootaandeelhouder bij Fokker wordt. In één snelle, samengevoegde zin beschreef Schrempp gisteren op de persconferentie in Stuttgart zijn eigen rol in het Dasa-Fokker-fiasco: “We hebben inderdaad verkeerde inschattingen gemaakt van de marktontwikkeling, de condities en de wisselkoersen.” Met dat laatste doelt Schrempp op de val van de dollar. Veel meer aan zelfkritiek viel er niet te vernemen: tenslotte stond hier voor het journaille niet een schuldbewuste topmanager die fouten heeft gemaakt, maar de harde saneerder die met pijn in het hart het concern gezond maakt.
Buiten schot blijft ook de persoon van Edzard Reuter. Diens acquisitie-drift wordt in het begin nog gedempt door Daimlers president-commissaris Alfred Herrhausen. Die is tevens president-directeur van grootaandeelhouder Deutsche Bank. Herrhausen kent het bedrijfsleven, kent de financiële risico's. Na Herrhausens gewelddadige dood bij een Raf-aanslag in 1988 belandt diens opvolger Hilmar Kopper op de controleursstoel bij Daimler. Kopper is echter een klassieke bankier die Reuters escapades welwillend volgt. Als Reuter in mei '95 afscheid neemt en met retoriek en gemanipuleerde rekenkunst een positieve balans presenteert, is voor Kopper de wereld nog in orde. Hij knippert pas met de ogen als Schrempp, die Reuter is opgevolgd, een paar maanden later grote verliezen voor Daimler aankondigt, gebaseerd op een veel lagere dollarkoers.
In die paar maanden wordt het debâcle bij Daimler langzaam in volle omvang duidelijk: de miljardenverliezen bij Dasa en AEG hollen de renderende autodivisie uit. Schrempp moet tot het inzicht komen dat Reuters visie een luchtkasteel is gebleken. Het avontuur heeft Daimler - zo berekent Der Spiegel - een vermogen van 36 miljard mark gekost.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.