DEN HAAG (ANP) - Staatssecretaris Van Dok van economische zaken maakt zich wel zorgen over bedrijven die ons land de rug toekeren, maar ziet in een recente studie van de Vrije universiteit in opdracht van Fenedex (een organisatie van het exporterende bedrijfsleven) bepaald geen aanleiding tot doemdenken. Dat bleek gisteren toen de bewindsvrouwe in Den Haag de nota 'Ruimte voor regio's' presenteerde.
Volgens het studierapport van de VU overwegen twee van de vijf ondervraagde bedrijven binnen vijf jaar gemiddeld zo'n twintig procent van de activiteiten naar het buitenland te brengen. Vooral in de chemische industrie en in de fabricage van consumentenprodukten is de trek naar het buitenland in zwang. De eenwording van de Europese markt speelt daarbij een belangrijke rol.
Maar, aldus de staatssecretaris, in het buitenland is niet aan bedrijven gevraagd in hoeverre ze willen uitwijken naar bijvoorbeeld ons land.
In 1992, het laatste jaar waarover cijfers bekend zijn, investeerden buitenlandse bedrijven 13 miljard gulden in ons land. Inmiddels zijn de Nederlandse vestigingen van buitenlandse ondernemingen goed voor 300 000 banen en werkt in de industrie één op de vijf werknemers voor een buitenlands bedrijf.
Daar staat tegenover dat Nederlandse bedrijven in 1992 ongeveer 18 miljard gulden investeerden in het buitenland. Maar, aldus Van Dok, die investeringen dienen vaak om uitbreiding van de onderneming ook in ons land mogelijk te maken. Zo proberen Nederlandse bedrijven door een gezamenlijke onderneming met een buitenlandse partner te stichten nieuwe afzetmarkten aan te boren.
Bovendien blijkt ons land bij grote ondernemingen in de Verenigde Staten en Japan in trek als vestigingsplaats voor distributiecentra of Europese hoofdkantoren. Mede daardoor doet Nederland als vestigingsland het beter dan landen als België of Frankrijk.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.