Voor de tweede keer sinds hij in januari van dit jaar aantrad, heeft CDA-voorzitter Helgers zich vergaloppeerd en nog wel over een kwestie die tot de springstof van de partij behoort: de verdeling van vertegenwoordigende en bestuurlijke functies naar religieuze afkomst. Misschien is hem dat als beginneling nog niet eens heel erg kwalijk te nemen, want de benadering van deze kwestie vergt een uiterste aan subtiliteit, een verfijnd gevoel voor dubbele bodems. Helgers heeft al eerder laten blijken daarover niet te beschikken.
De dubbele bodem van deze kwestie is dat je er binnen de partij over mag praten, zelfs vechten, maar dat je naar buiten toe moet doen alsof zij geen rol speelt. Dat heeft altijd een forse spanning opgeleverd, maar zolang het met de partij goed ging viel die redelijk te beheersen. Sinds de val in de electorale gunst een jaar geleden, is dat een stuk moeilijker. De vergissing die Helgers heeft begaan is dat hij als beginneling in het openbaar met de springstof is gaan spelen met als gevolg dat de partij gisteren in rep en roer raakte.
Helgers leek aan het eind van de dag nog niet goed te beseffen welk onheil hij had aangericht. Hij vond dat de Volkskrant een karikatuur van zijn uitspraken had gemaakt door zijn woorden uit hun context te lichten. Was dat het geval geweest, dan had hij meteen aan het begin van de dag corrigerend moeten optreden. Nu zong het nieuws de hele dag op radio en televisie rond en overschaduwde het op lelijke wijze het symposium dat de partij in de Nieuwe Kerk in Den Haag heeft belegd om een strategie naar een betere toekomst uit te stippelen. Ongelukkiger kon het niet.
Voor een deel van de weergave van zijn uitspraken tegen de Volkskrant kon Helgers zijn handen in onschuld wassen. Maar wat bleef staan was zijn uitspraak, dat er in de volgende fractie meer katholieken moeten komen. Daarmee vertolkt hij weliswaar de gevoelens van veel van zijn geloofsgenoten in het CDA, maar hij had dat volgens de ongeschreven wetten van de partij niet publiekelijk mogen zeggen. Daarvoor is de kwestie historisch te zwaar beladen.
In de jaren zeventig vochten de toenmalige leiders van de katholieke KVP, de gereformeerde ARP en de hervormde CHU elkaar de tent uit over wie van hen het CDA zou moeten leiden. Het wantrouwen over elkaars intenties met de nieuwe partij was groot. De ARP vreesde dat het CDA een 'vergrote KVP' zou worden, de KVP was omgekeerd benauwd dat door een te grote invloed van de steile calvinisten het karakter van volkspartij verloren zou gaan. Het gevolg was dat de katholiek Van Agt als compromiskandidaat de eerste CDA-aanvoerder werd. Hij trok een gezamenlijke lijst die volgens een uiterst nauwkeurig toegepaste verdeelsleutel was samengesteld.
Vooral in de eerste jaren bleef het wantrouwen groot en werd bij de verdeling van posten binnen en buiten de partij scherp toegezien op een evenwichtige verdeling. De gevoeligheid is door de jaren heen nooit verdwenen, maar in het gunstigste geval ging het toepassen van de verdeelsleutel tot de tweede natuur van de christen-democraten behoren. Zoals een CDA'er dat gisteren zei: “Bij ons in de afdeling praat je daar niet over. Het gaat vanzelf. Je zet natuurlijk niet zeven katholieken of zeven protestanten bovenaan de lijst.”
De ironie van de CDA-geschiedenis is dat niet de gereformeerden klagen over de partij als een 'vergrote KVP', maar de katholieken over overheersing door de protestanten. Tot nu toe blijft dat gemurmureer redelijk binnenskamers. Dat is al een flink tijdje gaande. Wat vooral onder de zuidelijke katholieken veel kwaad bloed zette was dat Lubbers in de vorige periode de katholieke ministers Braks en Van den Broek, die tussentijds aftraden, verving door de gereformeerden Bukman en Kooijmans.
De zuiderlingen mopperden dan wel, maar zij hadden zich wellicht beter de vraag kunnen stellen wat de oorzaak was van het ontbreken van geschikte katholieke kandidaten. Waren die voor de vacante posten voorhanden geweest, dan hadden zij zeker van Lubbers, als geen ander vertrouwd met de gevoeligheid van de kwestie, de voorkeur gekregen. Het tandengeknars over het oprukken van de gereformeerden was bijna oordovend, maar het kwam opmerkelijk genoeg uit monden zonder tanden.
Dat bleek ook uit de moeizame zoektocht naar een katholieke partijvoorzitter. De protestantse Tineke Lodders deed het weliswaar voortreffelijk als waarneemster van de weggestuurde Van Velzen, zeker in de presentatie naar buiten, maar vanwege het evenwicht moest er naast de gereformeerde leider Brinkman per se een katholiek als nieuwe voorzitter komen. Uiteindelijk werd die gevonden in Hans Helgers, onbekend in de partij, maar rooms-katholiek, een Limburger met een zachte 'g' en zeer enthousiast.
Toch kon dat alles niet de indruk wegnemen dat Helgers een kandidaat bij gebrek aan beter was, iemand met ervaring in managen, maar zonder ervaring in de hogere politiek. Dat gebrek is de partij nu voor de tweede keer opgebroken. Zijn eerste uitglijder was de vergelijking die hij maakte van illegalen met zwartkijkers en waarmee hij een deel van de achterban in de ziel trof. De ongelukken van Helgers doen denken aan die van zijn voorganger Van Velzen, die zich nog niet zo lang geleden verstrikte in vragen over het karakter van de partij: het CDA was niet christelijk, maar christen-democratisch.
Toch is het de vraag of het CDA het taboe over de verdeelsleutel niet zou moeten doorbreken. Nu probeert de partij toch vrij krampachtig het beeld overeind te houden van eensgezindheid, terwijl zij weet dat de verschillen in cultuur er zijn en een figuur als Brinkman de zuidelijke leden en kiezers weinig aansprak. Daar zit een forse dubbelzinnigheid in en het levert spanningen op die nauwelijks nog zijn te beteugelen.
Een bewijs daarvan is dat het Limburgse CDA-Kamerlid Van der Linden heeft gedreigd met een zuidelijke afsplitsing als de partij niet sterker rekening houdt met zijn regio. Over de motieven van dit Kamerlid valt te twijfelen. Hij voelt zich nog altijd gekrenkt over zijn heenzending als staatssecretaris in 1988 vanwege de paspoortaffaire en de weigering van de PvdA in de vorige periode hem als staatssecretaris van landbouw te accepteren. Daarentegen kan hij in het Limburgse bogen op een enorme populariteit. Bij de laatste verkiezingen verwierf hij ruim 20 000 voorkeurstemmen.
Maar er gaan meer stemmen op om de pluriformiteit in de partij meer gezicht te geven en bij verkiezingen met meer dan één lijstaanvoerder te opereren. De boze reacties gisteren op de uitspraken van Helgers geven evenwel aan, dat de partij kennelijk nog niet zo ver is.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.