*

 
dossier

Archief

Elfstedentocht een jaar later

KOEN KOCH − 03/01/98, 00:00

Nederland is het land van de verworven rechten. Een voorstel tot verandering van de bestaande verhoudingen wordt al snel uitgelegd als aantasting van verworven rechten. En dat is weer voldoende reden om in allerheiligste verontwaardiging uit te barsten.

Meestal gaat het echter niet om een recht, maar om voordeeltjes die men door de speling van het lot, het toeval van de geboorte of door het manipuleren van de machtsverhoudingen verwierf. Wij verwachten niet van onszelf dat wij die voordeeltjes uit vrije wil opgeven. Achter de verworven-rechten-retoriek gaat het plattere argument schuil dat men geen dief van eigen portemonnee is.

Het lag dus voor de hand dat het voorstel van het bestuur van de vereniging 'De Friesche Elf Steden' om de jongere generaties schaatsers een kans te geven de tocht te rijden, door de leden massaal werd afgewezen. Het voorstel was even rechtvaardig als naïef. Rechtvaardig, omdat het vroeg aan ons leden, waarvan de meesten vier keer de gelegenheid hebben gekregen de tocht te rijden (1985, 1986, 1997 en de volgende die elk jaar een jaar dichterbij komt), om ook eens anderen een kans te geven. Het voorstel had dus te maken met een eerlijke verdeling van kansen tussen de generaties. In die zin is de kwestie van deelname aan de Elfstedentocht te vergelijken met de kwestie van een schoon milieu. Waarom zouden vaders en moeders daar wel recht op hebben en zonen en dochters niet? Maar als de opeenvolgende generaties gelijke rechten hebben, dan betekent dit dat de oudere generaties zich beperkingen moeten opleggen om de rechten van de jongere te beschermen. Onbeperkt consumeren, produceren en autorijden door ouders beknot de mogelijkheden van kinderen en kleinkinderen. We weten dat we tot dergelijke zelfbeperking niet in staat zijn. Daarom hebben we een overheid nodig die ons daartoe dwingt, en dan nog zoeken we naar middelen om tegen te stribbelen.

Hiermee is ook de naïviteit van het bestuursvoorstel getekend. Het was gebaseerd op een te groot vertrouwen in gevoelens van rechtvaardigheid, verantwoordelijkheid en solidariteit tussen generaties. Maar Elfstedenrijders zijn net mensen, zij geven hun privileges niet eigenhandig op. Er zijn natuurlijk nog bijkomende redenen voor afwijzing van het bestuursvoorstel. Politicologen wijzen graag op het fenomeen van de gepassioneerde minderheid. Voorstanders, die er ook moeten zijn, namen niet de moeite op een doordeweekse avond naar Leeuwarden te reizen, tegenstanders wel. Een schriftelijke peiling onder alle leden zou wel eens een ander beeld kunnen geven, en is dus voor de volgende keer aanbevelenswaardig. In zijn naïviteit, alweer, vertrouwde het bestuur te veel op de redelijkheid van het voorstel en verzuimde het de meningsvorming voor te bereiden. De uitslag was anders geweest wanneer gerespecteerde Friese opiniemakers, zoals de legendarische Jeen van den Berg, van tevoren van het voorstel overtuigd waren. Daarna hadden zij in de mediacampagne een rol kunnen spelen.

Het omgekeerde gebeurde: toen Van den Berg zich tegen verklaarde, was in feite het pleit beslecht. Een lawine van flauwekul-argumenten volgde. Het meest bizarre ervan was nog de bewering dat alleen leden de capaciteiten zouden bezitten om de Tocht te rijden, alle anderen niet. Zouden al die duizenden jongere schaatsers niet kunnen wat vijftigplussers wel kunnen? Een selectiemechanisme via de ijsclubs (de 1500 meter in ongeveer drie minuten bijvoorbeeld) is trouwens eenvoudig te organiseren.

Er verandert dus niets. Overigens zeg ik mijn lidmaatschap niet op om plaats te maken voor een jongere. Zo'n egoïst ben ik natuurlijk zelf ook wel.

mailIcon print |