*

 
dossier

Archief

Hercules moet onderzocht op veiligheid passagiers

JOOP BOUMA − 12/10/96, 00:00

AMSTERDAM, ROSLYN - Overheden die vliegtuigen van het type Hercules C-130 in gebruik hebben, moeten zich ernstig zorgen maken over de veiligheidsvoorzieningen aan boord. Dat zegt de Amerikaanse advocaat Jerry Lear, specialist in de nasleep van vliegtuigongelukken. Lear pleit voor een diepgaand onderzoek naar de ontsnappingsmogelijkheden van passagiers na een crash.

Hij komt tot die uitspraak na lezing van de conclusies in het onderzoeksrapport over het ongeluk op 15 juli met de Hercules CH-06 van de Belgische luchtmacht op de vliegbasis Eindhoven. Er kwamen toen 34 mensen om. Ze konden het brandende vliegtuig niet via nooduitgangen verlaten, hoewel de Hercules zeker acht nooddeuren en -luiken heeft.

De advocaat: “Hier zijn vele doden te betreuren na een crash die op zich 'overleefbaar' was. De inzittenden waren na het ongeluk zelf, niet of amper gewond. Dan is het zeer opmerkelijk dat deze mensen zich vervolgens niet uit het vliegtuig hebben kunnen bevrijden.”

Lear, een ex-piloot, houdt zich al 27 jaar bezig met de juridische nasleep van vliegtuigongelukken. Hij is partner van het kantoor Spiser, Crowse, Madole & Lear in Roslyn (Virginia). Het Amerikaanse advocatenbureau is om advies gevraagd door het Amsterdamse kantoor Boekel de Nerée.

Er zijn hier overigens nog geen verzoeken om rechtsbijstand binnengekomen van overlevenden of nabestaanden. “Maar het is onze gewoonte direct na een ongeval al te beginnen met het aanleggen van een dossier, omdat dit soort zaken zo ingewikkeld is”, zegt H. Bunjes, letselschade-advocaat bij Boekel de Nerée.

Jerry Lear vindt het hoogst opmerkelijk dat de bemanning van de Belgische Hercules en de passagiers - het fanfarekorps van de Koninklijke landmacht - niet in staat waren noodvooruitgangen te openen vanuit het laadruim. Volgens het onderzoek waren in het laadruim in ieder geval twee paratroop-deuren aan de zijkanten van het vliegtuig bereikbaar. Maar beide deuren konden niet worden geopend, omdat het vliegtuig door de crash was vervormd. De passagiers kregen één van die deuren slechts 20 centimeter open.

In het laadruim was nog een noodluik bovenin de romp, maar dat is waarschijnlijk kort na de crash door de hitte vast komen te zitten. Er was bovendien geen ladder beschikbaar om bij dit luik te komen. Ook was er nog een klein rond luik boven de laadklep, dat wel bruikbaar was, maar niet ís gebruikt. Lear: “Die toestellen zijn geschikt voor vervoer van passagiers. Maar je moet er wel van opaan kunnen, dat je er bij overleefbare crash nog uit kunt komen. Onaanvaardbaar wat hier is gebeurd.”

Het feit dat er tijdens het Hercules-ongeluk een cilinder met zuurstof lek raakte, waardoor een brand kon uitgroeien tot een inferno, noemt Lear 'verontrustend'. “Een vliegtuig moet natuurlijk zo ontworpen worden dat er geen zuurstof vrij kan komen. Dat is rampzalig, in luchtvaartkringen zijn die risico's zeer goed bekend.”

“Het is precies de oorzaak waardoor op Cape Kennedy in 1967 een oefening op de grond voor de lancering van de eerste bemande Apollovlucht, eindigde in een ramp. Drie astronauten kwamen om doordat er een zuurstofcilinder ging lekken en er in de capsule een enorme brand ontstond. Zuurstofcilinders moeten zo ontworpen zijn, dat ze bij een crash niet kunnen bijdragen aan een brand.”

Bij Lockheed in Georgia, fabrikant van de Hercules C-130, was gisteren niemand bereikbaar voor commentaar.

mailIcon print |