*

 
dossier

Archief

Verabsolutering van de fysica maakt natuurkundigen tot sektarisch genootschap

P. BASTIAANSEN; P. VAN GELDEREN; G. VERTOGEN − 31/08/96, 00:00

Dr. G. Vertogen is hoogleraar theoretische natuurkunde aan de Katholieke Universiteit Nijmegen; P. Bastiaansen en P. van Gelderen bereiden een proefschrift bij hem voor.

Deze verabsolutering blijkt duidelijk uit talloze uitlatingen van veel fysici in woord en geschrift. In de populair-wetenschappelijke literatuur overheerst de toonzetting dat de theorieën van de natuurkunde het enig ware wereldbeeld verschaffen. Met name religie wordt daardoor gezien als concurrerende denkrichting en wordt derhalve bestreden. Dit gebeurt door het schetsen van een karikaturaal beeld van religie in termen van vermeende tegenspraken met de natuurkunde, brandstapels en godsdienstoorlogen, zonder acht te slaan op de argumenten van andersdenkenden.

De keuze voor het atheïsme kan men een fysicus uiteraard niet afstrijden, maar zijn bewering dat deze keuze onderbouwd kan worden vanuit zijn vak is onhoudbaar. Door deze stellingname wordt ook de natuurkunde gekarikaturiseerd.

Hypothese

Sinds de opkomst van de natuurkunde heeft de wetenschapsfilosofie de uitgangspunten van deze discipline kritisch onderzocht. Dit onderzoek heeft de visie dat de fysische theorieën de waarheid weerspiegelen, in hoge mate geproblematiseerd. Een redelijker uitgangspunt lijkt te zijn een natuurkundige theorie op te vatten als een hypothese, als een model dat een deel van de werkelijkheid beschrijft. Zingeving en subjectiviteit bevinden zich niet binnen dat deel. Zij worden methodisch buitengesloten in de natuurkunde. De consequentie is dan ook dat natuurkunde niets over zingeving kan zeggen; dat is slechts voorbehouden aan de mens.

Ondanks deze tegenwerpingen handhaven veel fysici de visie dat hun theorieën de absolute waarheid weerspiegelen. Daarbij is het beperkte aandachtsveld van de natuurkunde een probleem. Dit wordt opgelost door te stellen dat alles wat buiten het natuurkundig kader valt (zoals emoties, bewustzijn, moraal en het scheppen van kunst) uiteindelijk afgeleid kan worden uit de natuurkunde.

Het duidelijkst komt dit tot uiting in de zoektocht van de moderne natuurkunde naar een overkoepelende theorie, die de bestaande fundamentele theorieën moet samenvoegen. Deze verhoopte theorie wordt de 'theorie van alles' genoemd. Als deze theorie eenmaal gevonden is, dan “kennen we de geest van God”, schreef de vooraanstaande Engelse kosmoloog Hawking.

Onder meer door de geseculariseerde maatschappij hun met de religie concurrerend wereldbeeld aan te bieden proberen fysici de benodigde gelden bijeen te krijgen om hun fundamentele onderzoek te kunnen bekostigen. Onlangs is weer besloten om een miljarden guldens kostende versneller te bouwen. Het voornaamste doel van dit project is om een deeltje op te sporen dat volgens Hawking niet meetbaar is.

Verabsolutering van de natuurkunde leidt tot een claim die de natuurkunde niet hard kan maken. Erger is dat deze claim tot intolerantie leidt. Andere meningen en denkrichtingen worden verketterd, natuurkundigen eisen het alleenrecht van hun wereldbeeld op. De Nederlandse Nobelprijswinnaar Van der Meer stelde dat je als fysicus een gespleten persoonlijkheid moet hebben om nog in een god te kunnen geloven, terwijl de Utrechtse theoreticus 't Hooft herhaaldelijk betoogt dat er op deze wereld geen plaats is voor allerlei metafysische zaken.

In een tweetal boeken heeft Van den Beukel, hoogleraar in de metaalkunde aan de TU Delft, stelling genomen tegen de verabsolutering van de natuurkunde. Hij is diep bezorgd over de schadelijke en gevaarlijke invloed van deze ideologie op de samenleving. Zijn betoog werd hem door de redactie van het NTvN niet in dank afgenomen. De redactie, gesteund door het NNV-bestuur, stapte af van het aloude gebruik om boeken van Nederlandse fysici op fysisch of aan fysica verwant gebied te recenseren. Kennelijk moet het op fysica geënte wereldbeeld in eigen kring gecultiveerd worden door andersdenkenden dood te zwijgen.

De rechtsfilosoof en theoloog Chatelion Counet ziet als het belangrijkste kenmerk van een sekte niet de afsplitsing van een groter geheel, maar de terugtrekking uit het debat met andersdenkenden, om afgescheiden van de rest het eigen gelijk te cultiveren. Volgens deze definitie is de gemeenschap van natuurkundigen in Nederland, zoals vertegenwoordigd door de NNV, een sekte. Het belang van de fysica is hiermee niet gediend. Wil de natuurkunde niet enkel als een techologisch relevant vak maar ook als een waarlijk intellectuele discipline in de maatschappelijke belangstelling blijven staan, dan zal de fysische gemeenschap moeten veranderen van een sektarische in een open gemeenschap.

mailIcon print |