Over geen van de oude kerkvaders zijn we zo goed geïnformeerd als over Augustinus en geen van hen heeft zo'n grote schriftelijke nalatenschap als hij. Eeuwenlang is hij bepalend geweest voor de westerse dogmatiek, katholiek en protestants. Maar, waarschuwt pater augustijn dr. Martijn Schrama, ,,juist binnen dogmatische discussies kwam Augustinus' denken in de loop der tijden deerlijk gehavend uit de strijd.''
De gedetailleerd overgeleverde biografie van Augustinus (354-430) vermeldt zelfs zijn sterfdag: 28 augustus. En zo viert de Latijnse kerk sinds eeuwen op deze dag het feest van de heilige bisschop van Hippo, de zeergeleerde schrijver, geestelijke vader van de augustijnen en van nog heel wat andere religieuze gezelschappen, zowel van mannen als van vrouwen. Voor zijn lijvige, autobiografische 'Belijdenissen' is tot op vandaag een markt voor een kloek uitgegeven vertaling.
Een classic over Augustinus in ons taalgebied blijft natuurlijk 'Augustinus de Zielzorger' van Frits van der Meer uit 1947. Maar wie terugdeinst voor 600 pagina's vol bombastische eruditie kan terecht bij Martijn Schrama, een 55-jarige augustijn, oud-docent patristiek, die zich al tientallen jaren met Augustinus en diens geschriften heeft gelaafd. In 'Augustinus - de binnenkant van zijn denken' neemt Schrama de lezer mee, niet op een dogmatische toer door Augustinus' traktaten over erfzonde en Drieëenheid, maar mediteert hij bij de teksten van de man wiens leven is gekenmerkt door hartstochtelijk zoeken en hartstochtelijk verlangen.
Augustinus was heel knap. Zou vandaag zeker 'hoogbegaafd' heten en op school klassen overslaan. Maar later, zo laat Schrama zien, leerde hij ,,dat geleerdheid zonder liefde een hindernis vormt voor de godsontmoeting''.
In hoofdstukjes over Augustinus' leven, over het oude, herlevende thema van 'Christus de lijdende genezer', over dienen en vriendschap, over kerk en gebed prijst Schrama zijn spirituele meester voor de lezer aan als mogelijk een verre geestverwant.
Het moeilijkst wordt het als in het laatste hoofdstuk Augustinus' betekenis voor de 'postmoderne' tijd aan de orde komt. Dan wordt het eerst meer een college over Lyotard en Derrida, dan is het echt weer meer voor de knappen die dat allemaal kunnen volgen. Maar flarden dringen dan wel weer door - over postmoderniteit en het probleem van de niet-presenteerbare werkelijkheid, terwijl dit voor de gelovige geen 'probleem' is, maar een 'geheim waar hij in wonen kan'.
In de twaalfde eeuw hebben scholastiek en ratio het affect uit theologie en verkondiging verdrongen, stelt Schrama. In onze tijd met al zijn kennis en informatie, maar zonder eenheid van denken en betekenis, is het christelijke verlangen naar eenheid, naar identificatie gebaat met een toewending tot de affectieve Augustinus. Hijzelf besefte terdege de betrekkelijkheid van alle menselijke spreken over God, ook dat hele knappe van hemzelf, maar toch - zo schreef hij - ,,wee degenen die zwijgen over U, want woordenrijk zijn zij stom.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.