*

 
dossier

Archief

Echte strijd om hoger onderwijsplan begint na het debat van maandag

MARLEEN BARTH − 27/01/96, 00:00

DEN HAAG - Een anti-climax, na anderhalf jaar gekrakeel over het hoger onderwijs. Het laatste restje spanning lijkt bij voorbaat verdwenen uit het debat dat de Tweede Kamer maandag voert over het Hoger Onderwijs- en OnderzoekPlan 1996 (HOOP). Daar zorgde een geslaagd potje handjeklap over de vraag of HBO-studenten nu vier, 3,7 of 3,5 jaar over hun opleiding mogen doen wel voor. Maar het is de rust van het oog van een orkaan.

PvdA, VVD en D66 geven maandag groen licht voor het HOOP van minister Ritzen en staatssecretaris Nuis, daarover bestaat geen twijfel. De hemelbestormende plannen uit het paarse regeerakkoord werden met dat stuk teruggebracht tot proporties waar de politiek goed raad mee weet: een wetenschappelijker, zwaardere en dus kleinere universiteit, die daarom wel 200 miljoen kan bezuinigen. Een groter, meer beroepsgericht HBO, in de hand gehouden door een streng voorgeschreven cursusduur: vier jaar voor havisten, drie jaar voor MBO'ers en VWO'ers.

Het zijn het soort getallen waar elke beroepsonderhandelaar graag zijn tanden in zet. Dus konden Ritzen en de HBO-raad afspreken dat de gemiddelde studieduur van HBO'ers naar 3,7 jaar gaat. En zijn de paarse fracties het op de valreep eens geworden over de bezuiniging op de universiteiten: worden die onverhoeds niet kleiner, dan schuift een deel van de 200 miljoen door naar de hogescholen. In 1998 zal de balans worden opgemaakt.

Ook de vertrouwensbreuk tussen het hoger onderwijs en de politiek lijkt weer een beetje geheeld. Op het kookpunt van de geëmotioneerde en gecompliceerde discussie die losbarstte na de verschijning van het regeerakkoord, gingen er vanuit de instellingen nog stemmen op om alle (financiële) banden met de overheid maar door te snijden. De politiek snapt niets van hoger onderwijs, maakt zich schuldig aan 'academie-knuppelen', heette het.

Inmiddels sussen de instellingen zich in de wetenschap dat de draconische korting uit de kabinetsformatie van een half miljard is verkeerd in een investering van gelijke omvang, dat er geen bachelors en masters komen, dat zij niet worden gedwongen hun hele hebben en houden om te gooien.

Het HOOP wil differentiatie in de opleidingen, meer flexibiliteit, om zowel studenten als werkgevers het soort opleidingen te bieden waar ze behoefte aan hebben. Vooral de universiteiten mogen daarbij veel: studies van drie, vier of vijf jaar, in allerlei combinaties. Er moet eigenlijk niets, zolang studenten gemiddeld maar een half jaar korter gaan studeren.

Toch zal van de door het hoger onderwijs zo begeerde rust weinig terecht komen, alle door het HOOP beloofde vrijheid ten spijt. Het is maar de vraag of er werkelijk flexibele, gedifferentieerde opleidingen zullen komen, als het niet moet. Het hoger onderwijs staat niet direct bekend om haar soepelheid. Ook de werknemers en werkgevers hebben liever een overzichtelijke doctorandus dan allerlei verschillende diploma's, bleek uit het advies van de Sociaal-Economische Raad over het HOOP.

De Kamer zal daarin niet berusten en zich verre van afzijdig houden als blijkt dat van vernieuwing geen sprake is. Vooral PvdA en D66 zijn er op gebrand dat de verschillende soorten studies er daadwerkelijk komen. Universiteiten en hogescholen zijn dus nog niet van de door hen verafschuwde bemoeizucht van de overheid af.

Dat is nog daargelaten de verbetering van de 'studeerbaarheid' van opleidingen. Voor de instellingen is dat een voorwaarde om het half miljard te kunnen krijgen, voor Ritzen om het collegegeld met 500 gulden te verhogen. Vooral D66 wil daarom nauwgezet toezicht op de instellingen. Omdat 'studeerbaarheid' alles te maken heeft met roosters, tentamendata en boekenlijsten, zal de controle diep moeten grijpen voor een Kamerlid een beeld heeft van hoe het er mee staat.

De studiefinanciering is in zijn geheel niet afgestemd op flexibele opleidingen, constateerde PvdA-Kamerlid Van der Ploeg al bij het laatste debat over de prestatiebeurs. Maar wil differentiatie echt van de grond komen, dan zal dat wel moeten - geen student haalt zich vrijwillig problemen met Groningen op de hals. Er is slechts een begin van een oplossing: Ritzen wil nog dit jaar een uitgebreid debat over de toekomst van de studiefinanciering. Waarschijnlijk blijft het daar bij; coalitiepartners PvdA en VVD verschillen diepgaand van mening over het ideale stelsel van studiefinanciering.

Tenslotte kan het hoger onderwijs haar starheid alleen kwijtraken als de rechtspositie van haar werknemers verregaand op de schop gaat. Dat zal niet lukken dan na een lang en levensgroot conflict met de onderwijsvakbonden. Het echte gevecht over het HOOP begint dan ook pas na maandag.

mailIcon print |