*

 
dossier

Archief

Navo-uitbreiding doet Russische wapenhandel pijn

FRANS DIJKSTRA − 18/04/97, 00:00

MOSKOU - Ruslands successen in de wereldwijde wapenhandel lopen een deuk op door uitbreiding van de Navo. De nieuwe Navo-leden verkopen maar al te graag hun oude Sovjet-spullen. Dat is het commerciële venijn dat de Russische pijn nog erger maakt.

Wat de Duitse bondskanselier Kohl gisteren aan zijn gast Boris Jeltsin ook beloofd mag hebben om Rusland gerust te stellen over de Navo, toch verliezen de Russische wapenfabrieken belangrijke klanten in Oost-Europa. Nieuwe Navo-leden kijken begerig naar de militaire elektronica die het Westen in de aanbieding heeft.

Bovendien betekent de breuk met Moskou dat Oost-Europese landen hun eigen militaire fabrieken nu ook voor de wereldmarkt kunnen laten werken. Ze maken geen hoogwaardig materieel, dat hield Moskou in de communistische tijd voor zichzelf, toch kunnen ze in samenwerking met hun technologisch ontwikkelde nieuwe Navo-vrienden de Russen geduchte concurrentie aandoen.

Het Russische staatsverkoopbureau voor wapens, Rosvooroezjenije, dat verder alleen maar hoera roept over zijn groeiende klandizie in de wereld, erkent dat de Navo-uitbreiding 'zijn vooruitzichten verslechtert.'

Wie wapens wil kopen kan in het Westen terecht voor wonderen van technologie. Die kosten heel veel geld en vereisen ook goed opgeleide militairen. Wie wat zuiniger wil doen in geld en opleidingen, kan in Rusland goede alternatieven vinden. Juist de rijkere landen in de wereld, die al genoeg elektronische mirakels in huis hebben, vullen nu hun arsenalen aan met het beste wat Rusland te bieden heeft, van betrouwbare schietijzers tot gevechtsvliegtuigen met een enorm motorvermogen. Van Maleisië tot Colombia en zelfs Finland, bijna de hele wereld koopt nu Russisch.

De prijs is de grote attractie van Russische wapens, maar het kan nog goedkoper. Dat bewijst Oekraïne, vijf jaar geleden nog Ruslands broeder binnen de Sovjet-Unie, nu een ontluikende concurrent op de wapenmarkt. Oekraïne schuimt voorlopig de onderkant van de markt af en levert aan berooide landen zoals Bangladesj, Sierra Leone en Oeganda. Toen de Sovjet-Unie uiteenviel erfde Oekraïne 17 procent van het militair-industriële complex, weinig vergeleken met Rusland, maar genoeg om zaken mee te doen. De grootste order die Oekraïne tot nog toe heeft binnengehaald is de verkoop van ruim driehonderd tanks aan Pakistan.

Die Oekraïense tanks hebben Rusland in een lastig parket gebracht. Want Oekraïne kan lang niet alle onderdelen produceren. Voor het geschut bijvoorbeeld zou het een beroep moeten doen op Russische fabrieken. Daar kreeg Pakistans aartsvijand India lucht van. India vindt het maar niets dat zijn belangrijkste leverancier ook aan zijn belangrijkste vijand zou kunnen leveren, ook al was het indirect via Oekraïne. Aangezien India al dertig jaar een goede klant is van Moskou, kon het zich een ferm protest permitteren.

Ruslands verkoopbureau Rosvooroezjenije speelde de vermoorde onschuld. “Geen enkel kanon, geen enkel vuurgeleidingssysteem kan officieel worden geëxporteerd van Rusland naar Oekraïne voor de T80-tanks”, sprak onderdirecteur Oleg Sidorenko. Toch hoeft dat geen beletsel te zijn voor Oekraïne om aan onderdelen te komen. “Er zijn heel wat bekende en onbekende wegen die kunnen worden gebruikt,” erkende de wapenhandelaar.

Russische fabrieken zouden bijvoorbeeld in de verleiding kunnen komen om op eigen houtje Oekraïne te voorzien van de ontbrekende onderdelen, buiten de officiële kanalen om. Dat spaart bovendien de commissie van drie tot zeven procent die het staatsverkoopbureau incasseert.

Een andere uitweg bieden de Oost-Europese landen. In Slowakije en Polen staan fabrieken die tanks produceerden volgens ontwerp en bevel van Moskou. Nu ze zich van Rusland niets meer hoeven aan te trekken, zouden ze de onderdelen kunnen gaan maken die Oekraïne zo hard nodig heeft voor het Pakistaanse contract. Hun Navo-vrienden zouden dat prachtig vinden. Want alles wat de Russische concurrentiekracht schaadt, en dat zou Oekraïne zeker kunnen gaan doen, is in hun eigen commercieel belang.

Het is nog steeds mogelijk dat Rusland zelf nog probeert Oekraïne aan zich te binden. Kort na het Indiase protest tegen een mogelijke Russische bijdrage aan de Pakistaanse tanks, zei de Oekraiense president Leonid Koetsjma iets merkwaardigs: “Rusland heeft een groot aandeel in het contract”. Volgens hem had Oekraïne met Rusland overlegd voordat de Pakistaanse handel werd gesloten.

Rusland maakt dezelfde tanks als die Oekraïne aan Pakistan verkoopt. Want in de Sovjettijd werd niet naar octrooien of auteursrecht gekeken. Nog steeds bestaan er geen wetten die intellectueel eigendom regelen.

Nu de Sovjet-republieken op eigen benen staan, knutselen ze vrijelijk verder aan de oude ontwerpen. Zo heeft Oekraïne de gasturbinemotor van de T80-tank vervangen door een diesel, die minder gauw vastloopt in woestijnzand en die bovendien nog behoorlijk werkt in een hitte van meer dan vijftig graden. Rusland gaat hetzelfde doen, beide landen kijken vol verwachting naar de zanderige, hete landen rondom de Perzische Golf. Maar liefst 300 Russische bedrijven en 70 uit Oekraïne stonden onlangs te lonken op een militaire tentoonstelling in Aboe Dhabi.

Ook stonden daar veertien bedrijven uit Tatarstan, een deelrepubliek van Rusland. De Tataren hebben als enigen in Rusland vergaande autonomie van Moskou gekregen. Ook zij hebben het recht om Sovjet-ontwerpen na te bouwen. En dat doen ze, met als gevolg dat de Russische wapenindustrie nu ook een concurrent uit het hart van Rusland zelf krijgt.

mailIcon print |