DEN HAAG - De multi-culturele samenleving. Meestal reserveren politici daar fraaie beschrijvingen voor: 'uitdaging' of 'verrijking'. Heel aardig, vindt GroenLinks-Kamerlid Mohamed Rabbae. Maar het gaat niet om een verjaardagsfeestje, waar het als vanzelf gezellig wordt. Spanningen liggen op de loer, als onbegrip en angst tussen mensen de overhand krijgen. Wie daar wat tegen wil doen, moet investeren in kennis over en weer.
Rabbae praat zacht. Het Kamerlid voelt zich wat slap; het is ramadan, dus hij heeft de hele dag nog niets gegeten of gedronken. Het maakt zijn pleidooi niet minder klemmend. De oorlog in voormalig Joegoslavië heeft laten zien hoe een multi-culturele samenleving ontploffen kan. Ook op minder verschrikkelijke schaal kan onbekendheid tussen culturen tot botsingen leiden. Wie dat wil bestrijden door meer en betere kennis, komt al snel terecht bij het onderwijs. Maar daar bestaat bitter weinig aandacht voor de vele verschillende culturen die Nederland inmiddels herbergt, stelt Rabbae vast.
“We kennen bijzondere scholen. Die zijn vooral gericht op één cultuur of godsdienst: katholiek, protestants, islamitisch, hindoestaans. Openbare scholen moeten aan alle stromingen aandacht besteden. Maar het aanbod van dit soort vorming is vaak veel te mager. Ik ken ouders die het echt missen dat hun kind daar niet wat dieper kennis kan nemen van zijn eigen achtergrond, en die van andere leerlingen.”
Het besluit van het kabinet om de richting van een nieuwe school niet langer te toetsen, bracht Rabbae op een idee. Als er straks alleen nog maar voldoende handtekeningen bij elkaar hoeven te worden gezocht om met een school te beginnen, dan biedt dat ruimte voor een nieuw type onderwijs: de inter-culturele school.
Harmonieuze samenleving
“Als je wilt investeren in een harmonieuze samenleving, is het zinvol om te investeren in een school die dat ideaal dichter bij brengt. Waar kinderen leren wie ze zijn, waar ze vandaan komen, over hun cultuur, godsdienst, tradities, normen en waarden. En waar ze ook diepgaande kennis opdoen over waar hun klasgenoten vandaan komen, over die culturen, godsdiensten, tradities, normen en waarden. Zo leren kinderen al heel vroeg zichzelf en anderen kennen en accepteren. Het maakt de kans groter dat ze opgroeien tot burgers met een open houding. Die bij eventuele spanningen of conflicten niet paniekerig reageren, maar beseffen dat loze kreten van beide kanten niet deugen.”
In de ideale situatie heeft de inter-culturele school van Rabbae ook een inter-culturele bevolking. “Het is niet de bedoeling dat het zwarte scholen worden, integendeel. Maar er hoort wat mij betreft wel bij dat geen kind de toegang geweigerd wordt, en dan kun je moeilijk tegenhouden dat misschien toch een of twee groepen gaan domineren in de schoolbevolking.”
“Daar is wel wàt tegen te doen. Een gemengd bestuur bijvoorbeeld, waar verschillende godsdiensten, allochtonen en autochtonen in zitten. Je kunt ook zorgen dat in elk geval in het begin alle groepen onder de leerlingen te vinden zijn. Misschien wel het belangrijkste vind ik dialogen tussen verschillende culturen en godsdiensten op de school. Over elkaars gevoelige punten, de positie van de vrouw, huwelijk, noem maar op.”
Het schrappen van de eis dat een nieuwe school binnen een bepaalde richting moet passen, legt het initiatief voor stichting van nieuwe scholen veel meer dan nu het geval is bij de ouders. Verwacht Rabbae belangstelling voor zijn voorstel in het land? “Ik verwacht dat het vanzelf zal groeien, als de discussie een keer op gang gekomen is. Zeker als dit ideaal gedragen en uitgedragen zal worden door de kaders van verschillende bevolkingsgroepen. Ik vergelijk het maar met de algemeen-bijzondere scholen. Hoe groot was de belangstelling voor hen nou in het begin? Zij zijn ook heel klein begonnen, nu zie je overal montessori-scholen en vrije scholen.”
Grote steden
Het GroenLinkse Kamerlid ziet de inter-culturele scholen niet overal in het land ontstaan. “Maar in de grote steden kan het er heel goed van komen, denk ik. Als er daar een keer een paar zijn, kan het werken als een olievlek.”
Er kleeft een belangrijk bezwaar aan de inter-culturele school, geeft Rabbae toe. Het ideaal van meer kennis over en begrip van verschillende culturen blijft zo beperkt tot een groepje scholen. Terwijl inter-cultureel onderwijs pas echt verschil maakt als niemand buiten schot kan blijven.
“Het heeft daarom mijn voorkeur als minister Ritzen van onderwijs opdracht geeft aan de Stichting voor leerplanontwikkeling om inter-cultureel onderwijs te ontwikkelen voor alle scholen. Zo'n programma zou eigenlijk verplicht moeten zijn. Een voorwaarde om bekostigd te worden door de overheid.”
Turkse hapjes
Nu blijven scholen te vaak steken in 'iets multi-cultureels doen', vindt Rabbae. “Je moet het vaak hebben van Turkse hapjes, of hooguit wat lezingen over Turkije en Marokko. Twee, drie keer per jaar en dan weer over tot de orde van de dag. Het zou veel meer body, meer inhoud moeten hebben. Uitgewerkt in de kerndoelen: wat moeten kinderen weten van verschillende beschavingen.”
Het Kamerlid meent dat ook de lerarenopleidingen en pedagogische acadamies op dit punt tekort schieten. “Leraren zouden een bredere blik moeten hebben, maar ze weten er nauwelijks iets van. De opleidingen moeten zich er meer op concentreren, meer materiaal bieden.”
Dijkstal
Toen minister Dijkstal van binnenlandse zaken onlangs voorstelde om op alle scholen islam-onderwijs te gaan geven, klom de CDA-fractie direct in de pen. Volgens haar is dat in strijd met de vrijheid van onderwijs. Zal het plan van Rabbae niet soortgelijke reacties uitlokken?
“Waarom zouden we leerlingen wel kunnen verplichten rekenen te leren, en de Nederlandse taal, maar niet hoe je als burger met je mede-burgers omgaat? Is leren rekenen dan belangrijker dan het voorkomen van conflicten onderling? Ik vind het net zo zwaar wegen om te streven naar een vreedzame samenleving.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.