ROTTERDAM - Jaap van Duijn, hoofd beleggingen van de Robeco groep en verantwoordelijk voor liefst honderd miljard gulden aan ingelegde gelden, haalt de krant van de ochtend erbij. Hij wijst naar het rijtje op de beurspagina waar de omzet in aandelen van beleggingsfondsen staat vermeld. Eén fonds springt eruit: het heeft meer getallen naast elkaar dan bijna alle andere. Het is het Maleisië-fonds van Robeco. “En zo gaat het al een paar weken.”
Beleggers zijn weer bereid een gokje in Azië te wagen, is de conclusie van Van Duijn. “Ze zoeken risico op, omdat ze denken daar veel te gaan verdienen.” De Azië-crisis heeft dit najaar goed huisgehouden op de beurs van Kuala Lumpur, het gemiddelde beursfonds zakte de helft in waarde, de Maleisische munt, de ringgit, leverde 24 procent in tegenover de dollar. Een jaar geleden kostte een aandeel in Robeco's Maleisië fonds, dat belegt op de beurs van het Aziatische land, honderd gulden. Nu nog slechts dertig. “Blijkbaar denken beleggers nu: gut, daar kan ik mooi ingaan, dat is lekker goedkoop geworden.”
De vraag naar het Maleisië-fonds is zelfs zo sterk dat Robeco binnenkort nieuwe aandelen moet uitgeven. Want veel meer mensen willen kopen dan verkopen. De koers van de landenfondsen van Robeco - in Azië bestaan soortgelijke voor Hongkong, Singapore en Japan - is een weerspiegeling van de beursindex in deze landen. Gaat die index stijgen, dan gaat dus ook de waarde van je aandeel omhoog. “Blijkbaar mikken beleggers daar op.”
Van Duijn vertelt in april vorig jaar naar Maleisië te zijn afgereisd. Ook het algemene Robeco-fonds belegde, naast het Maleisië-fonds, op de beurs van Kuala Lumpur. De Aziatische economieën waren een jaar geleden op hun hoogtepunt. Maar, vertelt Van Duijn, “ik zag toen al dat het daar goed mis aan het gaan was.” Alles verkopen, was zijn eerste reactie. “Alle tekenen van een oververhitte economie waren er, zoals extreem veel bouwprojecten. Ik had er geen goed gevoel over.”
Na de reis besloot hij toch slechts een deel van het Robeco-aandelenbezit in Maleisië van de hand te doen. “Alle wat zwakkere fondsen hebben we verkocht. Maar een aantal sterke, waarvan we dachten: die zitten zo goed in elkaar die redden het wel, hebben we gehouden. Terugblikkend denk je dan: hadden we dat maar niet gedaan.”
Maar Van Duijn verwachtte dat de beurs nog wel zou doorstijgen tot na de Commonwealth Games die dit jaar in Maleisië worden gehouden. “Zo'n sportevenement trekt veel mensen en veel optimisme. Dat heb je bij de Olympische Spelen in Barcelona ook gezien. Na afloop daarvan, dacht ik, hoeven we pas weg te wezen.” Maar het ging afgelopen najaar al mis. De koersen denderden in elkaar. “Het is een bekende beurswijsheid: als de politie een inval doet in het bordeel, worden alle meisjes meegenomen. Ook de mooie. Zo was het ook met de mooie fondsen waar wij in belegd hadden. Ze gingen allemaal onderuit.”
Robeco heeft het verlies in Azië vorig jaar ruimschoots kunnen compenseren, doordat de beurzen elders in de wereld het prima deden. De waarde van de beleggingen van Robeco is in 1997 met 33 procent gestegen. Maar de opbouw van de portefeuille van Robeco is wel veranderd. Bijna alle belangen in Azië zijn verkocht. “In Maleisië hadden we 1,5 procent, dat is nu nul. In Hongkong hadden we vier procent, dat is teruggebracht naar ruim een, in Singapore hadden we drie procent, dat is nu ruim een half.”
Inmiddels, met behulp van het Internationaal Monetair Fonds, lijkt het dieptepunt van de crisis voorbij, constateert Van Duijn. Is het verstandig daar nu weer aandelen te kopen, nu ze lekker goedkoop zijn, vraagt hij zich hardop af. “Onze klanten vinden dat blijkbaar. Dat blijkt wel uit de belangstelling voor het Maleisië fonds.”
Maar Van Duijn is het niet helemaal met hen eens. Op korte termijn ziet het er niet best uit in Azië, zegt hij. De economieën verkeren in een staat van malaise. Devaluaties hebben op korte termijn een negatieve uitwerking. De bevolking ziet haar koopkracht sterk afnemen, men verarmt. “In Indonesië zie je dat het sterkst, de roepia heeft echt een vrije val gemaakt van 2300 tegen de dollar naar 12 500 nu. Die munt is zo goed als waardeloos. Import wordt daardoor veel duurder, de welvaart van het land is gewoon veel minder geworden.”
De oorzaak van dit alles is vooral oververhitting van de economie. Er is te gemakkelijk krediet verleend, er is veel en veel te veel gebouwd. De bom is gebarsten. Herstel kost tijd. En maatregelen, zoals strengere voorwaarden om geld te lenen, worden nu pas doorgevoerd. “De investeringen zullen een tijd op een laag pitje staan, de bevolking heeft minder geld te besteden.”
“Maar op de langere termijn heeft zo'n crisis een heel ander effect”, vervolgt Van Duijn zijn analyse. “En daar spelen beleggers die weer belangstelling hebben voor Azië, op in.” De goedkope munten zorgen ervoor dat de producten uit deze landen op de wereldmarkt ook zo'n 20 tot 30 procent goedkoper worden. “Voor het exporterende bedrijfsleven is dat een gigantisch voordeel. Vroeg of laat zal dat in de koersen terug te vinden zijn. De vraag is alleen, wannéér vindt die ombuiging naar boven plaats?” Zover is het nog niet, meent Van Duijn.
In theorie dreigt er nog hyperinflatie in Azië, als de staat extra geld gaat drukken om het inkomensverlies goed te maken. Alle prijzen gaan dan omhoog, en zo wordt het concurrentievoordeel weer tenietgedaan. Maar, ook door inmenging van het IMF zal de inflatie in de meeste landen wel in toom worden gehouden.
Wat zullen de gevolgen zijn voor het westerse bedrijfsleven? Sommige bedrijven die actief zijn in de regio, moeten nu al winstbijstellingen bekendmaken. Nederlandse concerns blijven gedeeltelijk buiten schot, omdat hun belangen in het werelddeel niet zo heel groot zijn. Maar Amerikaanse en ook bijvoorbeeld Duitse en Franse concerns zullen harder worden geraakt. “Bijna iedere dag is er nu een bedrijf dat met tegenvallende resultaten in die regio komt, en dat zal nog wel een tijdje zo doorgaan.”
Indirect zullen Nederlandse bedrijven daar toch ook wat van merken. Want op een koersdaling in New York volgt meestal ook een val in Amsterdam. Robeco bovendien, belegt wereldwijd. “Wij zitten met Robeco bijvoorbeeld in het Franse detailhandelsconcern Carrefour, een heel goed bedrijf dat nogal veel doet in Azië. Als belegger moet je dan denken, kijken we over het dal heen met dit aandeel, of gaan we verkopen. Carrefour houden we voorlopig vast.”
Maar Van Duijn, bekend om zijn voorzichtige opstelling op de beurzen, is niet heel bevreesd voor een fikse daling van de beurs van Wall Street of het Damrak. “Het neerwaartse risico is niet groot meer. Ik denk dat de westerse beurzen zo'n beetje blijven schommelen rond de koersen van nu. Ik verwacht geen rampen. En in de tweede helft van dit jaar verwacht ik dat de koersen weer gaan stijgen.”
De Azië-crisis brengt ook nieuwe kansen. Westerse bedrijven die in Azië actief willen zijn, kunnen nu lokaal voor weinig geld een goed bedrijf overnemen. Ahold bijvoorbeeld maakte daar onlangs al gebruik van. Bovendien is er een golf van goedkope exporten uit industrielanden als Zuid-Korea, Maleisië en Thailand op komst. Die angst voor goedkope producten zorgt dat er in het westen geen prijsstijgingen zullen komen, want daarmee zou het bedrijfsleven zichzelf helemaal uit de markt prijzen. Hetzelfde geldt voor de lonen, die zijn in de Aziatische landen meegedaald en kunnen dus ook in het westen nu niet hard omhoog.
In een gesprek vorige zomer, net vóór de Azië-crisis, wees Van Duijn nog op het gevaar van inflatie in het westen. De economie van de VS deed het zo goed, dat de kans op bijvoorbeeld loonsverhogingen toenam. Daarop zouden ook de prijzen in de winkels omhoog gaan, en zo dreigde inflatie. De Amerikaanse centrale bank zou daarop reageren met een rentestijging. Een stijging van de rente betekent niet alleen dat die opgaande prijsspiraal wordt bedwongen, maar ook dat aandelen minder interessant worden, legde Van Duijn toen al uit. Obligaties, minder risicovol, leveren dan meer op dan nu. En zakt de beurs van Wall Street in wegens renteverhogingen, dan volgt Amsterdam.
“Dit gevaar voor rentestijging is nu door de Azië-crisis geweken”, denkt hij. Zo zal “de economische correctie” in Azië, zoals hij het noemt, voor de westerse beurzen niet nadelig hoeven uitwerken. Aan de stijging van de koersen is tijdelijk een halt toegeroepen, dat wel. Maar beleggers kijken altijd vooruit, spelen in op wat er over een half jaar of langer zal gebeuren. En dan zal Azië weer gaan aantrekken.
Zelf houdt hij de beurzen daar nauwlettend in de gaten, zegt hij. Maleisië is hem nog te riskant, maar voor Hongkong is het anders. “Daar zie ik nu al herstelmogelijkheden. Daar kan je wel een kansje wagen, is mijn inschatting.” Robeco zelf houdt zich nog even afzijdig. “Wij laten het allemaal lekker uitzieken, pas als we tekenen zien van structureel herstel, gaan wij weer in Azië beleggen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.