*

 
dossier

Archief

'Manusama overwon door zijn principe van geweldloosheid'

Door: redactie − 06/01/96, 00:00

Van een onzer verslaggevers CAPELLE AAN DEN IJSSEL, DEN HAAG - Op de hoek bij het gemeentehuis van Capelle staan vrijdagochtend zo'n duizend mensen - vrijwel allemaal Molukkers - zwijgzaam in de kou te wachten. Er is nog niets van de rouwstoet te zien, maar alsof afgesproken, doen ze plotseling allemaal een paar stappen naar voren om een erehaag te vormen voor hun oud-president in ballingschap: ir. J. Manusama.

Een strijdkreet klinkt op uit de menigte in het Maleis: “President in ballingschap!” De anderen antwoorden: “RMS!” Langzaam nadert de rouwstoet. Het voltallige Zuidmolukse kabinet in ballingschap komt voorbij, familie, andere hooggeplaatsten volgen in een bus met het ongelukkige opschrift 'Vreugde Tours'. Nog één keer klinken de strijdkreten. Het einde van de lange stoet auto's nadert als een wakkere toeschouwer iets opmerkt: “Waar is de kist eigenlijk?” Inderdaad, die is nog niet voorbijgekomen. De menigte begint al op te lossen en sommigen zitten al in de bus om naar het crematorium in Den Haag te rijden, als uiteindelijk de wagen met de kist de bocht om komt. Haastig stellen de mensen zich weer langs de route op voor het eerbetoon.

Tweeduizend Molukkers en Nederlanders hadden even daarvoor afscheid genomen van Manusama tijdens de dienst in de St. Pauluskerk in Capelle aan den IJssel. John Wattilete, vice-president van RMS-regering in ballingschap noemt de massale aanwezigheid van het Molukse volk “een teken naar de internationale gemeenschap”. Toch had Capelle er meer verwacht. “We hadden met drieduizend bezoekers rekening gehouden”, aldus gemeentewoordvoerder D. Verwaaijen. Twee kerken waar de dienst op een scherm kon worden gevolgd, bleven leeg.

In de Pauluskerk zongen de sprekers even daarvoor het lof van Manusama, die het niet altijd makkelijk heeft gehad. Spanningen binnen de Molukse gemeenschap in Nederland en tussen Molukkers en Nederlanders, met een dieptepunt in de jaren zeventig. De jaren waarin sommigen gijzelingen als middel aangrepen om de verwezenlijking van de Onafhankelijke republiek der Zuid-Molukken te bereiken. Manusama, RMS-president van 1966 tot 1993, bleef onverzettelijk geweldloosheid prediken.

“Hij won, overwon vooral door dat pricipe dat hij nimmer losliet: geweldloosheid”, zo zei burgemeester J. Verbree van Capelle tijdens de eredienst. “Zijn tragiek is dat het tegendeel ervan werd aangesproken: het uitstel, het wachten en vooral het zoeken werd omgezet in een verwijt en werd inzet van de strijd. Manusama heeft met deze kritiek, ook na het neerleggen van zijn ambt, altijd moeite gehad.”

Even daarvoor wees de huidige president in ballingschap, dr. F. Tutuhatunewa, al op de tragiek in Manusama's leven. “Niets is hem bespaard gebleven. Fysiek gevaar, aanvankelijk monddood gemaakt, en heftige kritiek heeft hij moeten doorstaan. Geleden heeft hij, samen met zijn echtgenote. En toen zij hem ontviel, heeft hij dat alles het hoofd moeten bieden.”

In de laatste jaren van zijn leven wist Manusama dat hij de onafhankelijkheid van de Zuid-Molukken niet meer mee zou maken. Hij wilde dat zijn as werd overgebracht en uitgestrooid over de Molukken, Maar pas als het zover zou zijn, “en dat gebeurt, al is het over honderd jaar”, aldus een van de aanwezigen.

Als de rouwstoet 's middags aankomt in het Haagse crematorium Ockenburg blijkt zelfs de 'grote aula' veel te klein. Zeker 1500 mensen komen afscheid nemen. Al gauw zijn alle wachtruimten van het gebouwtje stampvol. De kist, waar het blauw-wit-groen-rood van de republiek overheen ligt gedrapeerd, wordt geflankeerd door leden van de door Manusama indertijd opgerichte ordedienst in uniform. Voordat de massa een laatste groet brengt - bijna iedereen loopt langs de kist - spreekt A. Th. Manusama nog eenmaal de woorden die hij eerder op de dag al heeft gebruikt: 'Trima Kassi' - Bedankt.

mailIcon print |