*

 
dossier

Archief

BRIEVEN

Door: redactie − 07/01/98, 00:00

Newman (1) Het artikel 'Vandalen kerven kruis in joodse schepping' van John Lith in Trouw van 3 januari is in zekere zin verhelderend. Ter toelichting op de twee immense doeken van Barnett Newman, door beschadigingen in de publieke aandacht, blijkt een deskundige niets anders beschikbaar te hebben dan hooggestemd, mystiek proza.

Newman zelf maakte het ons niet gemakkelijk. Zijn kunst doet geen enkele toenaderingspoging. Het publiek gaat er ongeïnteresseerd aan voorbij, totdat een gewelddadig incident er de aandacht op vestigt. Dan opeens worden de met publiek geld verworven stukken gemeenschapsbezit waarvan ieder, mits op niet-destructieve wijze, gebruik mag maken. De r.k.-kerk heeft dat gedaan en naar mijn mening op geoorloofde en best aardige wijze. De heer Lith vergist zich als hij dit vandalisme noemt; hij zou veeleer dankbaar moeten zijn dat op deze manier het werk van Newman opnieuw in de openbare aandacht komt. Waalre J.A. Klaassen

Newman (2) De Podium-bijdrage van John Lith die het werk van Barnett Newman binnen de Joodse traditie plaatst, is niet alleen nonsens, maar ook een staaltje polemiek waar joodse noch katholieke gemeenschap mee gediend zijn. Alleen al de vraag naar het joodse gehalte van Newman's kunst klinkt suspect in de oren. Dat Newman een overspannen relatie had met de christelijke iconografie wordt gelogenstraft door zijn Veertien Kruiswegstaties, (1958-1966). Den Bosch Oscar Laurens Schrover

Newman (3) Op 30 december is Paul Cliteur op de Podium-pagina in de lach geschoten bij het zien van het affiche dat misbruik maakt van de vernieling van een schilderij. De verdedigers van moderne kunst moest maar eens lesje worden geleerd: hadden zij het niet over zichzelf afgeroepen? Al hun geleuter, wat moest je ermee? De kunst zal ongestoord zijn gang blijven gaan, met of zonder kunstcritisch gebazel en al helemaal afgezien van Cliteurs inbreng. Amsterdam Frits Keers

mailIcon print |