*

 
dossier

Archief

Petrucciani hecht niet aan techniek

KEES POLLING − 05/09/97, 00:00

DEN HAAG - Voor de tweede keer confronteert dirigent Jurre Haanstra het Residentie Orkest met een solist uit het 'lichte genre'. Ter opening van het nieuwe seizoen brengt hij vanavond de Franse jazzpianist Michel Petrucciani mee naar het podium van de Anton Philipszaal.

“Het is een avontuur om jazzmusici met een orkest te laten spelen. Het is buitengewoon spannend om te zien wat daar uit komt,” zegt Haanstra aan de vooravond van het concert.

Petrucciani zal twee eigen stukken gaan vertolken. Hij liet zijn eigen arrangeur, Anders Soldh, speciale bewerkingen voor orkest en piano maken van zijn composities 'Sun in Blois Trilogy', een suite van ongeveer twintig minuten, en 'Home', een korter stuk. “Hetzelfde programma bracht Petrucciani deze zomer voor het eerst in Nice,” vertelt Haanstra. “Maar toen speelde hij met zijn jazztrio en een beduidend grotere orkestbezetting. Dat was hem niet goed bevallen. Hij wilde het intiemer. Daarom heeft hij zijn trio nu thuisgelaten en de orkestbezetting kleiner gehouden.”

Haanstra kan zich goed voorstellen dat de pianist in zo'n grote opstelling dreigt te verzuipen. “Je kunt er wel allerlei microfoons bijzetten, maar dat blijven kunstgrepen. In de beperkte opzet kan hij op natuurlijke wijze de boventoon voeren.” Haanstra, die zelf een vermaard componist van filmmuziek is, oordeelde afgelopen woensdag dat Petrucciani's stukken goed zijn gearrangeerd en orkestraal knap in elkaar zitten. Toch had hij zich de fusie van de Franse pianist met het symfonieorkest anders voorgesteld. “Zelf had ik het waarschijnlijk anders gedaan. Maar dat geldt voor ieder werk dat ik dirigeer - iedere componist is immers uniek. Bovendien zegt dat niets over de kwaliteit van de muziek. Samen met het orkest en Petrucciani kan ik er veel van maken.”

Haanstra ontmoette Petrucciani deze week pas voor het eerst, maar was al jaren vertrouwd met diens muziek. “Weet je wat vreemd was? De dag nadat ik voor dit concert gevraagd werd, viel ik midden in een documentaire over Petrucciani op de Duitse tv. Daar heb ik veel van opgestoken. Hij liet zich kennen als een buitengewone persoonlijkheid.”

Dat laatste heeft niet zozeer te maken met Petrucciani's presentatie - door een botziekte is hij nog geen meter lang en moet hij door een assistent op zijn kruk geholpen worden - maar alles met zijn muziek.

De in 1962 in Montpellier geboren Petrucciani wordt beschouwd als de enige echte opvolger van de roemruchte, in 1980 overleden jazzpianist Bill Evans. Op zijn dertiende maakte Petrucciani zijn professionele debuut op het Cliousclat Festival, waar hij de Amerikaanse trompettist Clark Terry begeleidde. Zes jaar later maakte hij zijn eerste plaat. Datzelfde jaar verhuisde hij naar de Verenigde Staten, waar hij nog altijd woont. In zijn woonplaats New York speelt hij met de bekendste jazzmusici.

Petrucciani weigert zich louter als jazzmusicus te afficheren. “Ik ben musicus. Ik hou van zoveel verschillende muziek, dat het gebruik van één label de andere mogelijkheden tekortdoet,” vertelde hij een paar jaar geleden. Niettemin is jazz onmiskenbaar zijn grote liefde. Na een tijdje platen te hebben gemaakt voor het jazzlabel Blue Note, switchte hij onlangs naar het Franse label Dreyfus, waarvoor hij met de bejaarde violist Stephane Grappelli de voortreffelijke cd 'Flamingo' maakte.

In zijn spel en composities laat Petrucciani zich kennen als een romanticus. Achter de piano grossiert hij graag in lange, lyrische lijnen. Opmerkelijk genoeg verhindert zijn ziekte hem niet te spelen met een buitengewoon krachtig toucher. Imponerend is de manier waarop hij zich ontfermt over bestaande stukken. Doodgespeelde standards blijken onder zijn handen onvermoede kwaliteiten te bezitten.

Zelf zei Petrucciani daar eens over: “In mijn spel is techniek van ondergeschikt belang. Aan clichés heb ik geen boodschap. Ik probeer alles wat ik speel iedere keer volkomen fris te benaderen. Dat lukt me alleen door alles vanuit mijn hart te brengen.”

mailIcon print |