“Wanneer ik het jaar 1997 voor het korps kort en bondig samenvat, dan heeft het korps soms wellicht het evenwicht niet helemaal kunnen behouden, maar het korps is nooit uit balans geweest.
In de nog korte tijd dat ik de functie van korpschef vervul is mij opgevallen dat het bestuur van de politieregio zich tot dusver in belangrijke mate heeft beziggehouden met de beheersaspecten van het korps. Slechts mondjesmaat heeft de inhoud van ons werk en de wijze waarop wij daaraan gestalte geven op de bestuurlijke agenda gestaan. Het is mijn intentie om de overheersende bestuurlijke discussie over beheersaangelegenheden om te buigen naar een discussie over de inhoud van het politiewerk en het formuleren van regionale kaders voor afstemming van beleid en gezag. Natuurlijk zal ik voor deze ombuiging tijd nodig hebben, maar ik ben ervan overtuigd dat op korte termijn sprake zal zijn van een win-winsituatie, waar uiteindelijk de burgers de vruchten van zullen plukken.
In de eerste plaats denk ik dan aan een regionale discussie over het te voeren veiligheidsbeleid. Die zou er toe moeten leiden dat in elke gemeente een integraal veiligheidsbeleid wordt gevoerd dat is toegespitst op de couleur locale. Daarnaast dienen zich allerlei specifieke onderwerpen aan, die zich naar mijn opvatting lenen voor een regionale beleidsafstemming. Ik denk hier aan het te voeren beleid met betrekking tot coffeeshops, prostitutie, demonstraties en evenementen, maar ook aan het hanteren van keurmerken, veilig wonen en ondernemen.
Aan de mate waarin ons korps succesvol kan zijn ligt een goed personeelsbeleid ten grondslag. Dat impliceert dat gewerkt moet worden aan een verdere verhoging van de kwaliteit van personeelsbeleid en personeelszorg. Een en ander moet gebaseerd zijn op een heldere visie die gericht is op de ontwikkelingen en taken waarvoor het korps zich de komende jaren gesteld zal zien.
Twee jaar geleden ontwikkelde het korps het concept van gebiedsgebonden werken en fijnmazigheid. De filosofie die daarachter schuilgaat vraagt om medewerkers die in staat zijn, nog meer dan nu het geval is, zich het samenspel met onze partners in de veiligheid en met de bevolking eigen te maken. Dit vereist een grote mate van zelfstandigheid en verantwoordelijkheidsgevoel. De voorwaarden waaraan politiemensen moeten voldoen om in samenwerking met anderen te kunnen bijdragen aan de doelstellingen van ons korps, zullen van ons bijzondere aandacht opeisen. Niet alleen om de nodige arbeidsvreugde te verzekeren maar ook om de samenhang binnen ons korps te waarborgen. Hierbij denk ik aan loopbaanbeleid, management development, leeftijdsbewust personeelsbeleid en diversiteitsbeleid.
Naast deze inhoudelijke onderwerpen spelen er uiteraard ook nog formele zaken. Ik noem: regels en procedures voor organisatiewijzigingen, formatiebeheer, formatie-onderhoud, benoemingen of aanwijzingen en arbeidsvoorwaarden. Het streven is erop gericht om in het eerste kwartaal nadere voorstellen ter besluitvorming aan te bieden.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.