UTRECHT - Op de entreekaartjes stond abusievelijk zijn naam nog vermeld, maar Morrissey liet wegens ziekte verstek gaan. Toch wist David Bowie ook zonder deze extra trekpleister de Utrechtse Prins van Oranjehal aardig te vullen.
Liefst veertienduizend fans togen zondag naar Utrecht, zeg maar drie generaties Bowie-aanhangers. De oudsten onder hen kwamen uit gewoonte, de middengroep in de hoop op een wederopstanding, de jongsten om de simpele reden dat je hem toch een keer gezien moest hebben. Tenslotte vertegenwoordigt David Bowie een vaste waarde in de pop, de vijftien jaar geleden ingetreden devaluatie ten spijt.
Met de herfst '95 verschenen cd 'Outside' mikte Bowie op artistiek eerherstel. Maar deze zwaar op de maag liggende plaat valt alleen voor de echte die-hards in één ruk uit te luisteren. Laat staan dat hij zich voor een 'concertante' uitvoering leent. 'Outside' is een echt concept-album. De eerste van een vijfdelige serie waarin de hoofdpersoon (Bowie's alter ego Nathan Adler) allerlei avonturen beleeft in cyberspace. Geen touw aan vast te knopen, maar toch intelligent bedoeld. De bijdragen van Brian Eno, de man die Bowie bijstond op zijn gouden trits 'Low', 'Heroes' en 'Lodger' aan het eind van de jaren zeventig, maken 'Outside' nog enigszins genietbaar.
Wijselijk besloot Bowie tijdens zijn optreden in Utrecht dan ook een sandwich-formule toe te passen. In Engeland liepen eerder al veel mensen tijdens deze tournee weg; een greep uit zijn gouden repertoire moest de zware kost lichter verteerbaar maken.
In de futuristische Fokker-hangar alias Oranjehal kwam het optreden dan ook moeizaam van de grond. Kil en mechanisch deed het voormalig wonderkind zijn werk. Zijn 49 jaren waren hem niet af te zien. Tenger en veerkrachtig bewoog Bowie zich over de bühne, maar dan wel als acteur in zijn eigen levensverhaal. De man die zoveel rollen speelde, gaf zich aanvankelijk ook hier niet bloot. Dank zij zijn strak en gedisciplineerd spelende band bleef de vaart er in zitten. De gitaristen Carlos Alomar (uit zijn Lodger-tijd), Reeves Gabrels (van zijn mislukte Tin Machine-avontuur) en de gerenommeerde bassiste Gail Ann Dorsey boden stevig weerwerk. Pas bij het bekende materiaal sloeg de vlam over en ervoer je even de sensatie van weleer.
In de nummers van de albums 'Scary Monsters' ('Teenage wildlife') en 'Ziggy Stardust' ('Moonage dream') kroop Bowie eindelijk achter zijn façade vandaan. De acteur die een popzanger speelde werd opeens een artiest van vlees en bloed. Ook het eerbetoon aan zijn overleden collega's Freddy Mercury ('Under pressure') en Kurt Cobain ('The man who sold the world'), een Bowie-compositie die Cobain vlak voor zijn dood unplugged uitvoerde op MTV) deed een lichte siddering door de hal varen.
Met name in de vol overgave gezongen toegift 'Moonage dream' gaf Bowie aan dat we hem nog niet moeten afschrijven. Maar laat hem dan voortaan ophouden zichzelf in de weg te zitten met dat krampachtig kameleontisch gedrag. Stadions en sporthallen vol zijn blijkbaar niet genoeg om zijn hongerig ego te strelen. Bowie moet gewoon liedjes zingen, zittend op een barkruk, en uitsluitend zijn 'inside' in plaats van zijn 'outside' laten zien.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.