Van onze kerkredactie AMSTERDAM - Om de pensioenen van de geestelijken van de anglicaanse kerk te kunnen blijven betalen, moeten de anderhalf miljoen regelmatige bezoekers dieper in de buidel gaan tasten. Dit stellen leidende figuren van de anglicaanse kerk aan de vooravond van de Generale Synode die volgende week begint.
Volgens het Britse dagblad The Times bepleiten de kerkleiders een extra bijdrage van drieëneenhalve gulden per kerkganger per week. Ook zouden parochies hun bijdragen moeten verhogen tot vijf procent van hun inkomsten om de pensioenen veilig te stellen. De kerkleiders denken met de extra bijdragen de circa 72 miljoen gulden bijeen te brengen die jaarlijks nodig is om tot 1998 de pensioenen te bekostigen. Naar verwachting zal in april 1998 een nieuwe pensioenregeling voor de anglicaanse kerk van kracht worden.
De financiering van de pensioenen van geestelijken is sinds het begin van de jaren tachtig een toenemend probleem. Het vermogen van de anglicaanse kerk verminderde toen met circa 2 miljard gulden door een waardedaling van investeringen in onder meer onroerend goed. De anglicaanse kerk beheert nu een vermogen van ongeveer 5,75 miljard gulden.
Besloegen de pensioenlasten in 1954 nog zeven procent van het kerkelijke inkomen, vorig jaar was dat de helft en in 2010 zal naar schatting het gehele inkomen van de kerk worden opgeslokt door de pensioenlasten. In 1994 werd ruim 177 miljoen gulden uitgekeerd aan pensioenen.
Ondanks de toenemende financiële druk hebben de penningmeesters van de anglicaanse kerk de gepensioneerde geestelijken de garantie gegeven hun uitkering voorlopig niet te verlagen. Er zijn 11 000 gepensioneerde geestelijken (en hun weduwen) en 10 500 werkende geestelijken. Een anglicaanse priester ontvangt bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd een basisuitkering van circa twintigduizend gulden per jaar en een eenmalige uitkering van ruim zestigduizend gulden. Aartsbisschoppen ontvangen twee keer het basispensioen.
Risico-mijdend
Volgens A. Kriellaars, hoofd afdeling pensioenen van de Nederlandse hervormde kerk, is in Nederland geen sprake van een 'verontrustende situatie' zoals in Engeland. Kerkelijke pensioenfondsen beleggen in tegenstelling tot hun anglicaanse collega's vooral in risicomijdende projecten zoals leningen en obligaties. Kriellaars verwacht pas ver na de eeuwwisseling eventuele problemen met de pensioenen van onder meer hervormde predikanten. Dan bereikt de 'baby-boom'-generatie, geboren vlak na de oorlog, de pensioengerechtigde leeftijd. Het pensioenfonds van de hervormde kerk, de grootste kerkelijke pensioeninstelling in Nederland, keerde in 1994 bijna 47 miljoen gulden uit, evenveel als in 1993.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.