*

 
dossier

Archief

STIER

ROB SCHOUTEN − 29/07/95, 00:00

Van de diverse zielen in mijn borst houden sommige zich weleens bezig met het stierenvechten. Ben ik er gewoon regelrecht tegen uit hoofde van diervriendelijkheid of breng ik begrip op voor de religieus-folkloristische kanten ervan, de tauromachie? Veel hebben mijn gedachten tot nu toe niet opgeleverd, want toen ik onlangs las dat een Amerikaan bij het stierenvechten in Pamplona was gedood, dacht ik iets als 'eigen schuld', en toen ik las dat een dierenbeschermster, die zich zelf van het kwaad kwam overtuigen, ook dodelijk op de horens werd genomen, overwoog ik iets in dezelfde trant.

Omdat het zich allemaal redelijk verweg afspeelt, en ongeveer ressorteert onder mores zoals het ter ere van de vriendschap eten van een geitenoog, had ik besloten me er geen echte mening over te vormen en er steeds iets willekeurigs van te vinden. Ik wenste er ook eigenlijk niet heen te gaan om me van iets te overtuigen. Maar vorige week zwichtte ik. 'Ja, het is dierkwellerij, maar het maakt onvermoede instincten in jezelf los', overreedde een bevriend stel me. Het zou bovendien een vriendelijk getinte, niet Spaanse, maar Zuidfranse variant betreffen, een circusachtig over stieren heenspringen, waarna het beest niet gedood zou worden.

De arena had iets knus, met die monotone blaaskapel. Misschien was het een teken dat we voor aanvang tien secondenlang een minuut stilte hielden voor een overleden bestuurslid, maar een uur ging alles goed. Kwaaiige stieren en net op tijd wegspringende dorpsjongens. Zelfs overviel mij een geruststellende geeuwzucht, omdat in feite steeds hetzelfde gebeurde. En er was ook een Don José-achtige figuur met haviksneus en gouden tand, die glimlachend over de beesten sprong en koprolde.

Maar toen viel er een toreador, de stier draaide zich onmiddellijk om, nam 'm op de hoorns en begon er stevig op te stampen. Gebiologeerd keek ik naar het walgelijke schouwspel, dat enige tijd duurde, omdat niemand durfde ingrijpen. Dood ging de stierenvechter niet, maar gebutst en bloedend werd hij afgevoerd, terwijl de spreekstalmeester iets over 'jeunesse' declameerde.

Leerde ik iets? Wierp het licht op het bestaan? Besefte ik mijn eigen dierlijke wreedheid en menselijk medelijden? Niets van dat al. Het enige dat ik voelde, was het deerlijke gemis voortaan van een op niets gebaseerde, volstrekt toevallige mening over het stierenvechten.

mailIcon print |