*

 
dossier

Archief

Betalers smeergelden zitten in het Westen

Michel van Hulten − 06/11/99, 00:00

Ondernemers moeten met hun concurrenten afspreken geen steekpenningen te betalen. En ambtenaren die hierom vragen moeten worden bestraft. Corruptie? Hard aanpakken. Want door corruptie worden verkeerde beslissingen genomen en gaan kosten omhoog.

Corruptie is in. Het groeit in de breedte en in de diepte. Aan smeergelden wordt steeds meer betaald. De transacties waarvoor betaald moet worden nemen toe in aantal en omvang. Corruptie is het misbruik van een publiek ambt voor particulier gewin. Per definitie is het dus gebonden aan politici en ambtenaren.

Laat er geen misverstand over bestaan: het betalen van smeergelden is minstens even verwerpelijk als het ontvangen ervan. Wij hebben in Nederland, en in het algemeen in de zogenaamde rijke landen, vooral aandacht voor de ontvangers van smeergelden in de zogenaamde ontwikkelingslanden. Dat de betalers dan in de regel hier in het rijke Westen zitten, komt wat minder in beeld.

Als corrupte bestuurders zich laten betalen voor het verkrijgen van een vergunning of van een leveringscontract, is dat onethisch gedrag. Maar belangrijker is dat corruptie leidt tot economisch onverstandig handelen. Verkeerde beslissingen worden erdoor in de hand gewerkt. Producten en diensten worden duurder. Verkeerde bestellingen worden geplaatst. Vergunningen kosten extra geld. De opbrengst van al die smeergeldbetalingen vloeit dan ook nog eens in de privézakken van ambtenaren en politici. Het geld kan niet gebruikt worden voor zinniger bestedingen en het verdwijnt in de regel ook nog in het zogenaamde zwarte of grijze circuit.

Gepoogd wordt ondernemers over te halen af te spreken dat zij geen smeergelden meer betalen voor het binnenhalen van orders. Op initiatief van Transparency International (TI, een internationale niet-gouvernementele organisatie die corruptie bestrijdt, vergelijkbaar met Amnesty International dat opkomt voor de mensenrechten of Greenpeace dat milieubelangen behartigt) worden bedrijven die eenzelfde hoofdactiviteit hebben, benaderd met de vraag met hun concurrenten afspraken te maken om te weigeren smeergelden te betalen. De achterliggende gedachte is dat wellicht op deze wijze islands of integrity, eilandjes van integer handelen dus, geschapen kunnen worden. Daarvan zal de invloed zich geleidelijk uitbreiden, omdat ook ondernemers inzien dat zij uiteindelijk beter af zijn als zij in de vrije markt waarin zij opereren geen smeergelden meer hoeven te betalen. Die zekerheid kunnen zij hebben als zij met hun collega's, lees concurrenten, hebben afgesproken zich niet meer te laten omkopen en zich ook aan die afspraken houden. Van opvallende successen is hierbij echter nog geen sprake.

Dit jaar heeft TI een poging gedaan de betalers van steekpenningen beter in beeld te krijgen. Het noemt zelf die lijst van betalers van steekpenningen, die dit jaar voor het eerst is vastgesteld, de Bribe Payers Index. TI heeft aan Gallup International opgedragen in veertien groei-economieën van de wereld (waaronder India, Indonesië, Argentinië, Hongarije, Polen en in Afrika Marokko, Nigeria en Zuid-Afrika) in totaal 770 leidende ondernemers, accountants, Kamers van Koophandel, banken en advocatenkantoren te laten aangeven in welke van landen de kans het kleinst is om een bedrijf te vinden dat genegen is steekpenningen te betalen. Daarvoor krijgen ze een lijst voorgelegd van negentien grote exporterende landen.

Wat allereerst opvalt is dat een land als Zweden, dat op een andere lijst, die van corruptielanden er al vijf jaar als erg 'schoon' uit komt, ook op deze lijst bovenaan staat met een score van 8.3. Het ontbreken van corruptie werkt blijkbaar in beide richtingen. Verder worden ook weinig steekpenningen betaald in Australië, Canada, Oostenrijk en Zwitserland. Na deze vijf komt dan als goede zesde ook Nederland met een score van 7.4. Aan de staart van deze lijst hangen (van onderaf) China (score 3.1), Zuid-Korea, Taiwan en Italië (score 3.7).

Opvallend is dat Gallup in deze landen met een sterk groeiende economie niet tevens politici en ambtenaren heeft ondervraagd. Die moeten toch ook wel het een en ander afweten van steekpenningen die hun maar al te graag worden aangeboden door in het noorden van de wereld gevestigde bedrijven die orders willen binnenhalen.

Tegelijkertijd zien we dat ook de aandacht van politici voor corruptie groeit. De Oeso, een overkoepelende organisatie van de zogenaamde rijke landen, heeft in februari van dit jaar een conventie aangenomen waarin is bepaald dat het betalen van smeergelden aan buitenlandse functionarissen een misdrijf is (voor smeergelden aan binnenlandse ambtenaren gold dat al). Achttien landen hebben die conventie inmiddels geratificeerd, maar Nederland nog niet. Nederland is op het terrein van de corruptiebestrijding niet zo'n hardloper, ook al ligt er al sinds april 1998 een initiatief-wetsontwerp van PvdA-kamerleden Van Oven en Van Heemst, en heeft ook onlangs minister Korthals een wetsontwerp ter bestrijding van corruptie ingediend. Het zou goed zijn als Nederland op korte termijn toch zou overgaan tot ratificatie van de conventie.

mailIcon print |