De Vatnajokull is, wanneer de ijskap op Groenland niet wordt meegerekend, de grootste gletsjer op aarde. Hij beslaat een oppervlakte van meer dan 8300 vierkante kilometer. Ter vergelijking: de grootste gletsjer van de Alpen beslaat nog geen 120 vierkante kilometer. De maximale dikte van de Vatnajokull is 900 meter en de gemiddelde dikte 400 meter. De Vatnajokull bereikte deze afmetingen pas tijdens de 'kleine ijstijd' (1600 tot 1900), toen zelfs boerderijen aan de voet van de gletsjer werden bedekt met gletsjer-ijs.
Met man en macht is de afgelopen dagen gebouwd aan dammen en zijn sleuven gegraven. Het kolkende zwarte lava-water uit het meer met ongekende afmetingen van 100 bij 50 kilometer kon ondanks die inspanningen niet in goede banen worden geleid. Een deel van de Ringweg, die langs de hele kust loopt, sloeg weg. Wie nu van het vissersdorp Vik naar het handelsdorp Hofn aan de zuidkust wil - hemelsbreed zo'n 150 kilometer van elkaar - moet duizend kilometer omrijden. De IJslanders weten dat mopperen geen zin heeft. Het komt niet in hen op een schade-eis in te dienen bij de overheid. Dergelijke ongemakken brengt het leven in IJsland nu eenmaal met zich mee. Een natuurspektakel is op een eiland dat bovenop de Middenatlantische rug ligt meer regel dan uitzondering. Wetenschappers van het Meteorologisch Instituut in Reykjavik voorspellen binnen vier jaar bijvoorbeeld een zware aardbeving, die het hele zuidwesten, inclusief de hoofdstad Reykjavik, bedreigt. Toch blijven de ruim 250.000 IJslanders kalm. Wat kunnen ze anders?
Leuke bijkomstigheid bij de gebeurtenissen als van de afgelopen dagen is wel dat IJsland weer eens in de schijnwerpers staat. En van wat aandacht af en toe zijn de IJslanders allesbehalve vies.
HOFDI-HUIS Een enkele keer eerder in de geschiedenis haalde IJsland het nieuws. De wereldpers had zich in 1986 verzameld rond het Hofdi-huis in Reykjavik, toen de presidenten Gorbatsjov en Reagan binnen zaten voor een topconferentie. Tien jaar later is het huis, dat uitkijkt op de baai, nog steeds een verplicht nummer tijdens elke toeristische stadsrondrit.
Twee jaar geleden was het weer raak, al was de media-belangstelling toen minder groot. Het feit dat het eiland in 1994 haar vijftigjarige onafhankelijkheid van Denemarken vierde, gaf IJsland de kans zichzelf wereldwijd te promoten. Maar of het iets opgeleverd heeft..?
IJsland is nou eenmaal geen hotspot, waar wereldschokkende dingen gebeuren. De enige strijd die gevoerd wordt, is die met de natuur, die er alle macht heeft. De invloed van de mens wordt slechts gedoogd op het randje ervan. De IJslanders leven al tien eeuwen in een haat-liefdeverhouding met Moeder Natuur. Een keer leek die laatste de mens helemaal zat te zijn. In 1783 spleet de aarde over een lengte van 30 kilometer open. Asregens en vulkanische gifgassen teisterden de verre omgeving en doodden bijna de hele veestapel op het eiland. De hongersnood die volgde, eiste het leven van een vijfde deel van de bevolking. In Denemarken lagen toen plannen klaar om de overgebleven IJslanders, ongeveer 40.000, naar Jutland te emigreren. Het plan is niet uitgevoerd, maar soms vraag je je af waarom. Het leven in dit mens-onvriendelijke gebied had blijkbaar ook z'n aantrekkelijke kanten.
Voorzorgsmaatregelen voor natuurrampen kun je sindsdien overal aantreffen. Huizen worden steevast gebouwd met gewapend beton en tegenwoordig koopt niemand in IJsland een auto zonder vierwielaandrijving. Het zijn pure noodzaken. Het eiland pruttelt, beweegt en rommelt aan alle kanten en om staande te blijven moet je je wapenen.
STRAATVERWARMING Op dit moment hebben de contacten tussen mens en natuur veel weg van een handelsovereenkomst. De mens mag op IJsland wonen en zelfs gebruik maken van wat de natuur te bieden heeft, als het maar met respect gebeurt. Neem de geothermische industrie. Water dat vlak onder de grond al gloeiend heet is, perst zich door de dunne bodem met geweld naar buiten. De temperatuur in de aardkorst neemt er - recht naar beneden gerekend - iedere kilometer toe met zo'n honderd graden (normaal is dat 15 graden). IJslanders maken gretig gebruik van deze gratis watervoorziening en verwarmen vrijwel alle gebouwen ermee. Zo kan het gebeuren dat zelfs de hoofdwinkelstraat van Reykjavik, de Laugavegur, voorzien is van vloerverwarming. En ook de zwembaden worden gevuld met grondwater. In de hotpots, waar de temperatuur tot 44 graden Celsius kan oplopen, heb je het gevoel levend te verbranden. Door dergelijke voorzieningen wordt het landschap op steeds meer plekken ontsierd door misselijke metalen bouwsels en buizen.
Opwekking van elektriciteit door waterkracht kan zelfs een interessante exportbusiness worden. Buitenlandse bedrijven staan te trappelen om handel te drijven en IJsland maakt likkebaardend de eerste contracten op. De Universiteit van Reykjavik is een van de weinige universiteiten op de wereld waar geothermiek wordt gedoceerd.
De enige nog werkende geiser in IJsland, de wereldberoemde Strokkur, maakt aanschouwelijk wat waterkracht is. Elke paar minuten spuit het water met grote kracht dertig meter de lucht in en toeristen vergapen zich eraan. De allerbekendste geiser, Geysir, ligt er vijftig meter verderop een beetje triestig bij, omdat die niet meer spuit.
OERBOSSEN Dat de inwoners niet altijd even zorgvuldig omgingen met de natuur, blijkt uit het feit dat bomen, die er altijd zijn geweest, ontbreken. Of beter: ze zijn er wel, maar net geplant, dus klein. Een grapje dat je, als buitenlander zeker, altijd te horen zult krijgen, is: Als je in IJsland bent verdwaald in het bos, hoe kun je dan de weg terugvinden? Antwoord: opstaan.
De Noren - de eerste bewoners van IJsland - hebben honderden jaren flink huisgehouden in de kolossale oerbossen en gebruikten het hout vooral voor de bouw van huizen en boten. Zonder dat ze het doorhadden stierf de boom uit op IJsland. Vandaar dat het oude centrum van Reykjavik vol staat met huizen, opgetrokken uit golfplaat. De regering zet nu bosprojecten op en organiseert boomplantdagen voor schoolkinderen. Maar het zal nog decennia duren voordat IJsland haar volwaardige bossen van vroeger weer terug heeft.
VIKINGENBLOED Intussen riekt het in de hoofdstad Reykjavik, waar de helft van alle IJslanders woont, naar seks, drugs en rock 'n roll. Het westerse leven heeft zich hier inmiddels in haar volle omvang opgedrongen. In de noordelijkste hoofdstad ter wereld paraderen vrouwen volgens de laatste Parijse mode door de Adalstraeti in het oude centrum en lurken in Café Paris gedecideerd van hun kopje koffie. Mannen doen hun best om er ruig uit te zien en het lukt hen ook nog omdat ze stuk voor stuk een pielig baardje laten staan. Het Vikingenbloed stroomt waar het niet gaan kan. In de weekenden liggen de straten bezaaid met dronkaards. Alcoholisten waggelen om zeven uur al door de straten van Reykjavik of blijven hardnekkig zitten aan de bar van donkere cafés. In de Biobarinn smijt de portier regelmatig een al te agressieve (lees: dronken) klant de straat op. Misschien was het alcoholverbod, dat in IJsland tot 1989 heeft gegolden, niet eens zo'n domme maatregel.
Maar, zoals de natuur haar gang gaat, doet ook de inwoner van IJsland uiteindelijk wat hem goeddunkt, zeker in Reykjavik. Want in Reykjavik gelden de wetten van de mens, van het nachtleven en Café Amsterdam. Van alcohol, alleenstaande moeders - in IJsland een ongekend aantal - en Levi's. Van caféruzies, straatfestivals en verkeersknooppunten. Kijken of Moeder Natuur dat pikt... Voor het jaar 2000 weten we meer.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.