AMSTERDAM - En daar kwam hij weer: “Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat . . .”. Zeker tien keer, maar misschien nog wel vaker gebruikte rechtbank-voorzitter R. van Os-Lang deze strofe gisteren in haar vonnis tegen drugsbaron Etienne Urka. En elke keer weer trof de ontkenning van het gelijk de verdediging als een mokerslag. Murw gebeukt verliet Urka's raadsman C. Korvinus uiteindelijk “buitengewoon teleurgesteld” de rechtszaal.
Het pak slaag voor de ene partij, betekende een pluim voor de andere. De Haarlemse officier van justitie F. van Straelen hield zijn gezicht in de plooi, maar van binnen moet hij gejuicht hebben. De zes jaar cel die aan Urka zijn opgelegd, zijn niet alleen een beloning voor zijn Kernteam dat jarenlang een miljoenen verslindend onderzoek heeft uitgevoerd, maar met het vonnis kan Haarlem ook de frustratie van zich afschudden dat het heeft overgehouden aan de IRT-affaire uit 1993. Het toenmalige IRT werd destijds ontbonden omdat de politie in het zogenoemde Delta-onderzoek verdovende middelen zou hebben 'doorgeleverd'. Een parlementaire enquête leidde daarop tot het ontslag of overplaatsing van de verantwoordelijken. En het was juist deze Etienne Urka op wie het IRT zijn tanden had stukgebeten.
Wat zal het OM in Haarlem tevreden zijn dat het juist hem alsnog achter tralies heeft kunnen krijgen, met een volgens de rechtbank smetvrij onderzoek, dat opvalt door wat 'ouderwets, gedegen speurwerk' genoemd kan worden. Haarlem heeft tegen Urka - tegen wie enkele jaren geleden nog diepte-infiltranten werden ingezet - geen gebruik hoeven te maken van under cover-operaties, kroongetuigen en andere omstreden opsporingsmethoden. Het KTR heeft hem gepakt op het vergrijp waarop ook Al Capone is getackeld (belastingontduiking), en heeft dit onderzoek langzamerhand uitgebreid naar zijn rol in een criminele organisatie, die veel geld verdiende met de grootschalige handel in hasj.
Bracht het KTR de bende aanvankelijk in beeld door honderden telefoongesprekken af te luisteren en te analyseren, het 'plaatje' kwam pas rond, zoals ze bij de politie zeggen, toen het KTR in het tuinhuisje van Urka's boekhouder een elektronische zakagenda vond vol geheimtaal en codes. Maanden van intensieve analyse van met name deze gegevens, leverde het bewijs op tegen de bende die gisteren uiteindelijk veroordeeld is.
Besmetting
De verdediging heeft gedurende het slepende proces steeds proberen aan te tonen dat het onderzoek tegen Urka 'besmet' is, omdat justitie gebruik zou hebben gemaakt van gegevens uit het IRT-Delta-onderzoek, die in een kluis liggen opgeslagen en niet toegankelijk mogen zijn. Met het verhaal over die besmetting, trachtte Urka's raadsman Korvinus het onderzoek 'breed' te maken, en zo ook het terrein waarop justitiële fouten denkbaar zijn. Maar die tactiek heeft voor de Amsterdamse rechtbank weinig opgeleverd. Al eerder in tussen-vonnissen, maar ook gisteren in haar finale betoog, maakte voorzitter Van Os-Lang duidelijk dat voor zo'n besmetting geen enkele aanleiding is.
Een ander heet hangijzer was de overtuiging van de raadslieden dat officier van justitie Gonzales, die het politieonderzoek grotendeels heeft geleid, een oneigenlijke 'deal' zou hebben gesloten met getuigen in de Verenigde Staten. In de VS werd een partij hasj onderschept, afkomstig van de bende van Urka na een infiltratieactie door de Drugs Enforcement Administration (DEA). Van een deal met de betrokken getuigen is geen sprake geweest, vindt de rechtbank. Evenmin zijn er drugs 'doorgeleverd' zoals de advocaten hebben betoogd.
De verdedigers hebben in het weken durende proces eigenlijk maar twee keer gescoord. Gisteren hoorden zij dat de rechtbank hun bezwaar deelt, dat justitie oneigenlijk gebruik heeft gemaakt van tapverslagen uit het zogenoemde Bruinsma-onderzoek, die van de rechter-commissaris vernietigd hadden moeten worden. Deze taps liet de rechtbank dan ook buiten het bewijs, maar de rechtbank ging niet zover dat justitie door deze handelswijze het recht op vervolging zou hebben verspeeld.
Een ander succesje had de verdediging al in het begin van het proces toen bleek dat Urka destijds door Frankrijk is uitgeleverd vanwege binnenlandse handel in softdrugs, terwijl hij in Nederland ook voor buitenlandse handel werd vervolgd. De rechtbank stelde dat dit niet mogelijk was, waarop justitie deze fout repareerde door de internationale hasj-transporten onder te brengen onder artikel 140 (deelname aan een criminele organisatie). Gisteren bleek dat de schade voor justitie beperkt is gebleven. Twee van de drie transporten werden gewoon 'meegenomen' in het bewijs.
Advocaat Korvinus deelde gisteren direct na de zitting mee dat het vonnis wat hem betreft een 'tussen-balans' is, afkomstig van een rechtbank die 'vooringenomen lijkt'. Hij gaat zeker in hoger beroep. Het is zeer de vraag of er in hoger beroep ruimte is voor een ander oordeel. Juist omdat in de vervolging van Urka geen vergaande opsporingsmethoden zijn gebruikt en ook geen juridisch omstreden deals met criminelen zijn gesloten, is de vraag waarop Korvinus zich in tweede aanleg moet richten. Het KTR lijkt van alle feiten en feitjes tegen Urka en zijn bende een ragfijn web te hebben gespannen, waaruit ontsnappen niet mogelijk is.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.