*

 
dossier

Archief

Jurist breekt door met strips over rechterlijke macht

NOORTJE JANSE − 21/10/96, 00:00

'Waarde lezer. Jesse van Muylwijck verstaat zijn vak. Zijn relativerende strips zijn een genot om te lezen; dat moet ook voor de rechter het geval zijn bij het lezen van 'De Rechter'. Immers: wie zijn vak echt serieus neemt, moet er nu en dan ook om kunnen lachen.' aldus minister Sorgdrager van justitie in het voorwoord van 'Verkeerd verweer', een satirisch stripalbum, waarin voor de rechterlijke macht een hoofdrol is weggelegd.

Het album is geschreven door de enige striptekenende jurist die Nederland rijk is. Het is de tweede bundeling van 'De Rechter'-strips, die eerder in twaalf regionale dagbladen verschenen. Vandaag wordt het eerste exemplaar aangeboden aan de minister. Van Muylwijck: “Ik vind het ontzettend leuk dat Sorgdrager zo'n gevoel voor humor heeft, dat ze mijn strips waardeert en dat ze erboven kan staan.”

Jesse van Muylwijck studeerde rechten in Groningen, maar bezocht ook de kunstacademie. In de boekenkast in zijn tekenstudio zijn die twee - recht en beeldende kunst - dan ook allebei evenredig vertegenwoordigd. Boven staat de verplichte literatuur voor juristen, onder een grote verzameling kunstboeken.

Zijn loopbaan als striptekenaar begon hij zo'n vijftien jaar geleden - hij was toen twintig - met de strip 'Visserslatijn'. Vijftig afleveringen lang verscheen de reeks in een plaatselijk huis-aan-huisblad. Ook bedacht hij daarna nog de serie 'Er was eens'.

Hierin stapt het lelijke eendje naar de schoonheidssalon en belanden de glazen muiltjes onverhoeds in de glasbak. Om nog maar te zwijgen van het tragische lot van de boze heks: de sociale dienst eist dat ze eerst haar snoephuisje tot op de fundering opeet, voordat ze een uitkering krijgt.

“Voor 'De Rechter' tekende ik eerst een jaar lang strips, zonder dat ik wist of een krant ze ooit zou accepteren. Toen ik 144 stroken had en nog wat extra teksten in de la, ben ik naar de regionale pers gestapt. Mijn poppetjes had ik inmiddels goed ontwikkeld. En omdat ze meteen een half jaar vooruit konden, durfden ze het wel met me aan.”

De figuren en situaties in de strip ontleent Van Muylwijck vaak aan zijn eigen ervaringen met de rechterlijke macht. “Ik heb regelmatig contact met advocaten, ik loop wel eens een dag mee met een officier van justitie of met een rechter-commissaris, wanneer hij een verdachte verhoort. En na de zitting van een rechtbank praat je wel eens wat na.”

Toch zijn de hoofdpersonen eerder karikaturen van de werkelijkheid. “Advocaten kunnen alles mooi praten, ze kunnen een hoepel nog recht leuteren. Dat is ook hun vak. Ik gebruik dat gegeven in mijn strips. De advocaat is daar iemand die vaak hele lange verhalen ophangt. Verder is het een beetje een bal en een carrièrejager, die conservatieve opvattingen ventileert vanachter zijn glas cognac en zijn sigaar. Natuurlijk heeft hij ook een autotelefoon.”

De rechter in het boek is uit een heel ander hout gesneden. Hij is duidelijk een bezadigd man, oud en grijs, afkerig van computers en en ten prooi aan beroepsdeformatie. Zelfs als hij met zijn vrouw, met wie hij eindeloos kibbelt voor de tv, op het strand ligt, houdt hij stug zijn toga aan. En de enige keer dat hij een zwembroek draagt, blijkt deze subtiel bedrukt met kleine weegschaaltjes.

Toch haalt Van Muylwijck sommige situaties regelrecht uit de werkelijkheid. “Er gebeuren soms dingen die je zelf niet kan verzinnen. Een rechter die in lachen uitbarstte, terwijl hij normaal natuurlijk altijd een pokerface hoort op te zetten. Dat gebruik ik dan weer.”

Zijn strips staan ook regelmatig in de juristenbladen. “Dan krijg ik een exemplaar thuisgestuurd. Die bladen staan vol met inside information, dan beginnen mijn hersenen meteen op volle toeren te werken, uitstekende stof voor een strip.”

Behalve rechters, advocaten en officieren van justitie voert hij ook grote en kleine criminelen op en een gedreven journaliste. “Die heeft weer een dochtertje die heel onbevangen vragen kan stellen. Zo vraagt ze een keer: “Wat is 'gedogen'?”. Haar moeder zegt dan: “Dat is toestaan”, maar tegelijkertijd zegt de officier: “Dat is afkeuren.” Op zo'n manier geef ik een genuanceerd beeld van de situatie. Dat is overigens niet altijd even gemakkelijk in drie of vier plaatjes, je moet in heel weinig woorden heel veel zeggen.”

Toch wil hij voorkomen dat zijn strips bol komen te staan van de politieke standpunten. “Je moet af en toe kritisch zijn. Als er bij de rechterlijke macht zelf wordt ingebroken omdat de boel niet goed beveiligd is, dan maak ik daar iets over.

Tijdens die CTSV-affaire merk je dat het toch altijd weer dezelfde mensen zijn die op dezelfde plaatsen terecht komen, terwijl ze lang niet altijd geschikt zijn voor hun taak. Maar ik wil niet altijd alleen maar kritiek leveren. Ik gebruik veel anekdotes uit de rechtszaal over kleine criminelen die voor de rechter moeten verschijnen, dat doet het ook heel leuk in de kranten.''

Zelfs slakken en spinnen geven in de strip af en toe hun eigen visie op de maatschappij. Zo begrijpt de slak niet waarom mensen hem langzaam vinden, als ze zelf dertig jaar bezig zijn met het afbetalen van hun hypotheek. De spin heeft het erg naar zijn zin in een tussen de dossiers geweven web. “Alleen mijn neef zit nóg langer tussen twee dossiers. Maar wat wil je, dat zijn asielaanvragen”, zo deelt hij ons mede, terwijl hij genoeglijk achterover leunt.

“In en om de rechtszaal is er een duidelijk soort toneel waar spelers een kostuum aantrekken, het is een plek waar de hele maatschappelijke realiteit belicht wordt en daarom is het zo ideaal om te gebruiken in mijn strips. Daarnaast is het onderwerp grafisch ook heel interessant, die mooie zwarte toga's kunnen er zo lekker uitknallen. Ik kan me er als tekstschrijver en jurist in uitleven, maar ook als tekenaar. Die twee dingen zijn op een ideale manier samengesmolten.”

mailIcon print |