*

 
dossier

Archief

Geen voorkeur in zorg, maar niemand weet hoe

WILFRIED VAN DER BLES − 29/01/98, 00:00

DEN HAAG - Aan beantwoording van de hamvraag kwamen de deelnemers aan het rondetafelgesprek over wachtlijsten in de gezondheidszorg én een eventuele voorkeursbehandeling voor werknemers gisteren helaas niet toe: de vergadering werd gesloten.

Net hadden de vertegenwoordigers van werkgevers- en werknemersorganisaties, ziekenhuizen, artsen- en patiëntenorganisaties besloten dat zij op korte termijn een actieplan opstellen voor het wegwerken van de wachtlijsten. Daarbij geldt het principe dat van een voorrangsbehandeling voor werknemers geen sprake kan zijn. Deelnemer aan het gesprek, het D66-Kamerlid Van Boxtel, zal ongetwijfeld hebben gedacht: is dit niet te mooi om waar te zijn? Is hier geen sprake van lippendienst aan het heilige principe: gelijke behandeling voor iedereen?

Wat gebeurt er immers in de praktijk? Her en der hebben werkgevers, ziekenhuizen en verzekeraars plannetjes in de maak om aan werknemers juist wel een voorrangsbehandeling te geven. Van Boxtel: “Alle partijen willen voorkomen dat er een tweedeling ontstaat, een apart circuit voor de happy few. Laten we dan ook een moratorium afspreken op initiatieven in die richting.”

Helaas, hoe verzekeraars, ziekenhuizen en werkgevers over deze suggestie denken, bleef in de mist hangen. Want conferentievoorzitter Jeltje van Nieuwenhoven (PvdA) hamerde de vergadering om één uur 's middags resoluut af. Van Boxtel sputterde nog tegen, maar Van Nieuwenhoven antwoordde: “U hebt er toch zelf op aangedrongen om ons stipt aan het tijdstip van één uur te houden?”

De Kamercommissie voor de volksgezondheid hield het rondetafelgesprek ter voorbereiding van een overleg over dit onderwerp met minister Borst, volgende maand.

Wellicht kwam het ook wel goed uit om de vergadering af te hameren. In de loop van de ochtend was immers een roerende consensus ontstaan over het uitgangspunt dat wachtlijsten niet mogen worden weggewerkt met behulp van bedrijvenpoli's, aparte klinieken of spreekuren voor werknemers. Dat was tamelijk verrassend, omdat werkgevers en werknemers in de Stichting van de Arbeid onlangs overeenkwamen dat voorrang voor werknemers in elk geval tijdelijk zou moeten worden toegestaan. Op lange termijn, zo viel te lezen in het stichtingsakkoord, is een tweedeling niet acceptabel. Vlak na het afsluiten van het akkoord distantieerden de drie grootste FNV-bonden - de industrie- en voedingsbond en de AbvaKabo - zich van dat akkoord.

De vertegenwoordiger van de vakbeweging moest gisteren dus voorzichtig manoeuvreren. Het stichtingsakkoord werd zo uitgelegd dat van een achterstelling van niet-werknemers geen sprake zal zijn. Alle deelnemers schaarden zich achter de gedachte dat er meer beroepsgerelateerde klinieken moeten komen, zoals nu al bestaan voor kappers en dansers.

Dus toch een aparte behandeling voor werknemers? Nee, vond voorzitter Minderhoud van de artsenorganisatie KNMG: “Voorwaarde is wel dat alle zieken met die bepaalde aandoening, en niet alleen werknemers daar geholpen worden.”

De vertegenwoordiger van de werkgeversorganisatie VNO/NCW, Van der Plank, was dat met Minderhoud eens: “Wij willen ook niet dat werknemers ten koste van niet-werkenden voorrang krijgen. De gezondheidszorg moet beter gaan functioneren. Gebeurt dat niet, dan krijgen we Engelse toestanden en ontvangen de happy few betere zorg.” Van Boxtel stelde daarom voor om niet te spreken van beroepsgerelateerde poli's maar van aandoeningsgerichte poli's. Dan is veel duidelijker dat iedereen - werknemers, uitkeringsgerechtigden en zelfstandigen - daar terecht kan.

Van der Plank (VNO/NCW) stelde voor dat de zorgsector zelf een actieplan opstelt om de wachtlijsten versneld weg te werken. Zo'n plan moet gebaseerd zijn op drie elementen: meer geld, logistieke verbetering (dus grotere doelmatigheid) en preventie.

Voorzitter Krol van de Nederlandse Zorgfederatie (NZF) meende dat het mogelijk moet zijn om een dergelijk plan eind februari klaar te hebben. Meer geld komt er in elk geval. Over de hele linie zijn de politieke partijen het er wel over eens dat het budget voor de zorgsector met zeker 2 procent moet kunnen groeien in de komende kabinetsperiode.

mailIcon print |