Wat stilletjes teruggekeerd uit het museum Beelden aan Zee in Scheveningen, waar de expositie: Vrouw in beeld is ingericht ter gelegenheid van het feit dat Koningin Wilhelmina in 1898 de tentoonstelling Vrouw en Arbeid heeft geopend.
De vrouwelijke kunstenaars hebben allerlei technieken gebruikt om een onzichtbaar idee zichtbaar te maken en een emotie vorm te geven. Een gevoel is steen geworden, of hout, goud, marmer. Het staat nu bloot voor ieders oordeel, onderhevig aan kritiek, het is soms zelfs te koop. Goed dat ik naar huis werd gereden, de beelden schuiven nog voor mijn ogen. Lilith, de zwarte tweede vrouw van Adam, een brede schoot, smalle schouders. Met een klein hamertje heeft zij door honderden slagen haar ruwe, gevlekte huid gekregen. Er naast ligt een vrouw, wit en glad, uit een harde steen gesneden, haar lege armen als een brug over een dood kind. Maar op mijn erf is alles groen en vol leven. De hond blaft tegen de mussen die in de bomen het gedicht 'Tsjielp' van Jan Hanlo opzeggen: tsjielp, tsjielp, tsjielp... en onder de bomen is het feest met blauwe sneeuwroem (Chionodoxa sardensis), Scilla bifolia en Scilla siberica. Sneeuwroem is blauw met een groot wit hart. S. bifolia heeft piepkleine donkerblauwe aartjes en S. siberica heeft een paar hardblauwe klokjes. De heel lichtblauwe Scilla mischtschenkoana, die al eind januari ging bloeien verdwijnt nu onder een tapijt van speenkruid (Ranunculus ficaria). Dit heeft veel glimmend groene blaadjes en lekker vette gele bloemetjes. Niet iedereen vindt ze leuk en daarom heb ik er zoveel. Elk bezoek sjouwt wel een zakje moeizaam opgegraven speentjes mee, niet beseffend dat door dat uitdunnen de achterblijvers extra voedsel en ruimte krijgen om uit te dijen. Er komen steeds meer gekweekte vormen van speenkruid, met witte, oranje en zelfs dubbele bloemen. Een bekende is 'Brazen Hussy' met purperen blad en gele bloemen.
Planten die zomaar aan komen waaien vind ik het leukst. Veel zaden komen mee met het stro dat we in voor- en najaar gebruiken om het land stuifvrij te houden na het planten van vaste planten en lelies, of na het rooien van de bollen. Wij kennen in de Bollenstreek namelijk een 'onderdekplicht': kruiend zand zou poldersloten dicht laten slibben en de buren willen geen vreemd zand op hun schone land, het zou onkruidzaden en ziektekiemen kunnen bevatten. 'Stro steken' is bijna folklore geworden. Het wordt met de hand over het land gestrooid en dan 'ingereden' door vier scherpe ijzeren wielen die het stro doorsnijden en in het zand drukken. Deze stro-inrijder is meest een piepend en gammel geval. Voortgetrokken door de kweker en een ander willig persoon.
Tot voor kort mocht er drijfmest over het land worden gespoten, maar dit zou ammoniak in de lucht veroorzaken. Inmiddels verheugen wij ons over een nieuwe zegening van de techniek: men spuit nu een laagje papiercellulose over de velden. De gewassen groeien er doorheen en houden zelf het zand vast. Gelukkig gebruiken we nog stro en riet als winterdek dus de aanvoer van zaad is verzekerd. Zo kwam ik aan poelruit. Thalictrum flavum, een overblijvende moerasplant met groene pluimen in juni. Tevens nestelde gevlekte orchis zich in werkelijk alle hoekjes, de paarse toortsen prijken tussen planten, stenen en vlonders. Helemaal verrukt ben ik van de grote grijze dwergdistel. Het gewas wordt ondanks de zeewind tussen twee en drie meter hoog en verleent door zijn viltachtige, zilverwitte bladeren (met stekels) een eerbiedwaardig cachet aan mijn erf. Deze Ornopordum acanthium is tweejarig. Er zijn dus altijd jonge grijze rozetten tussen zwarte tulpen en paarse sier-uien, terwijl de oudere planten haastig groeien om een glanzend decor te vormen achter blauwe Aconitum, roze Lavatera en witte koningslelies (Lilium regale). Het is een beeld van een tuin. Emoties kun je ook omzetten in bloemen en bladeren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.