*

 
dossier

Archief

'Werk Van Traa voorbeeld voor België'

Door: redactie − 03/02/96, 00:00

Van onze correspondent BRUSSEL - Schitterend, noemt de liberale Vlaamse politicus Hugo Coveliers het werk van Van Traa en de zijnen. Senator Coveliers pleit in eigen land al jaren voor een wettelijke regeling, die aangeeft hoe en wanneer politie en justitie gebruik mogen maken van informanten en infiltranten.

Tot dusverre bestaat er over dit onderwerp in België slechts een (geheime) 'omzendbrief' van het ministerie van justitie aan de talrijke opsporingsdiensten die het land rijk is. De gerechtelijke politie, een van die diensten, heeft openlijk geklaagd over het gebrek aan heldere regels.

Ook in België doen speurders een beroep op informanten en infiltranten, met name bij de bestrijding van de handel in drugs. “Er worden zelfs pseudo-kopers opgeleid bij de rijkswacht en de gerechtelijke politie”, aldus Coveliers.

Anders dan in Nederland mogen in België echter alleen agenten undercover-werk doen; er mogen geen mensen gerecruteerd worden uit criminele kringen. Wel laat de minister van justitie, de christen-democraat Stefaan De Clerck, momenteel onderzoeken of het verbod op burger-infiltranten moet blijven bestaan. Zijn collega van binnenlandse zaken, Johan Vande Lanotte, is echter voorstander van de huidige regeling.

Maar ook onder de huidige omstandigheden kan de misdaadbestrijding totaal uit de hand lopen, waarschuwt senator Coveliers. Hij verwijst naar de affaire-Willy van Mechelen, een rijkswachter die vorig jaar in Antwerpen werd opgepakt in verband met drugssmokkel. Na een paar dagen was de politieman weer op vrije voeten. Maar het is het volgens Coveliers nooit duidelijk geworden of Van Mechelen “in opdracht werkte, dan wel voor eigen rekening”.

Volgens Belgische politiefunctionarissen is het in hun land ondenkbaar, dat criminelen enorme bedragen toegestopt krijgen als beloning voor bewezen diensten, of om een nieuw bestaan op te bouwen, zoals in Nederland is gebeurd. Er wordt in België wel tipgeld betaald aan informanten. “Wij hebben mensen in binnen- en buitenland, Belgen en vreemdelingen. Het tipgeld kan gaan van een paar duizend tot honderdduizenden franken, maar geen miljoenen zoals in Nederland”, aldus een hoge functionaris eind vorig jaar in het weekblad Knack.

Volgens senator Coveliers heeft Nederland dank zij het onderzoek van Van Traa c.s. “een grote voorsprong op andere landen”. Nederland kan nu gaan werken aan verbetering van opsporingstechnieken, terwijl elders in Europa het feilen van politie en justitie nog niet eens in kaart is gebracht.

Hij is ervan overtuigd dat ook in andere landen grove fouten worden gemaakt bij de misdaadbestrijding. Coveliers denkt overigens dat in België een onderzoek als in Nederland “in de volle openbaarheid” niet mogelijk is.

De toonaangevende Belgische kranten hebben gisteren betrekkelijk weinig aandacht besteed aan de bevindingen van de commissie-Van Traa. Alleen De Morgen plaatste een bericht op de voorpagina: 'Nederlandse staat was grootste drugsdealer'.

In een artikel op een binnenpagina heeft de krant vooral aandacht voor de zogeheten sapman, 'de drugsinformant die vanuit België opereerde.' Het dagblad De Standaard meldde de conclusies van Van Traa en de zijnen onder de kop: 'Nederlandse misdaadbestrijding scoort laag'.

De belangrijkste Franstalige krant, Le Soir, schonk in het geheel geen aandacht aan de misdaadbestrijding in Nederland. De krant had wel oog voor problemen bij de politie in eigen land: een Vlaamse politieman is in Brussel betrapt op seksuele contacten met minderjarigen.

mailIcon print |