*

 
dossier

Archief

theater

HANS ORANJE − 05/02/96, 00:00

Theater aan de Rijn in Arnhem 6-9/2. Daarna toernee tot 4/4.

In 'Winkeldochters' uit 1983 zette Ger Thijs drie mensen op het toneel, twee ouders en hun dochter van 35. De verpaupering van de buurt, de junks, de zwervers en de Turken vergiftigen hun geest en hun bestaan. Ze gaan ten onder aan zelfbeklag, bedrog en onderling wantrouwen. Tijdens de late avond en de vroege ochtend daarop dat het stuk speelt, schoppen ze het laatste greintje moed uit hun leven weg. Theater van het Oosten vroeg regisseur Mark Timmer het stuk opnieuw te ensceneren, omdat het in de afgelopen dertien jaar nog niets aan actualiteit heeft ingeboet. In een sterke bezetting met Margreet Blanken als de moeder, Jan van Eijndthoven als de vader, en Loes Wouterson als de dochter kunnen we het stuk, dat geschreven is in de realistische stijl van het Engelse kitchensink-drama, de komende maanden overal in het land weer gaan zien.

Als het een functie van het theater is de toeschouwer een spiegel voor te houden van de samenleving, kun je zeggen dat de voorstelling daardoor zijn bestaan voldoende rechtvaardigt. Zelf heb ik daar nog wat twijfels over. In een bevlogen stukje in de nieuwsbrief van het gezelschap zegt Timmer dat hij veel theater plat vindt geworden. “Mensen komen als het ware op met bordjes om hun nek waarop staat wie ze zijn en wat we er van moeten vinden: de schoft, de boef, de held. Ik ben niet zozeer geïnteresseerd in meningen. Die heb ik zelf meer dan genoeg. Wat ik wil verdedigen is begrip en compassie.”

Maar vragen het stuk en deze voorstelling ervan om ons begrip en compassie? Ik kan het alleen maar afgrijselijke mensen vinden, en denken: wat knap zet Blanken een verzuurde, valse, in zelfmedelijden omkomende oude vrouw neer, of Van Eijndthoven een kortademige driftkikker. Ik begrijp helemaal niets van ze, ik denk: rot op, doe wat aan jezelf.

Wat ik wil zien in een voorstelling, is iets als een openbaring, een visionair moment. Het gaat even die kant op, als de dochter aan het eind tegen zichzelf zegt: “Nooit meer dapper zijn, Mensje, nooit meer.” De keuze om voortaan laf te zijn, komt daarin schrikaanjagend naar boven. Maar verder is de voorstelling wel degelijk plat in de zin dat toneelwerkelijkheid en de boze werkelijkheid gelijk op gaan. De trage regie met veel dat te langdradig wordt uitgespeeld, maakte op mij een ouderwetse indruk. Zo ook het decorontwerp van André Joosten, de etalage van 'Dassen's modeschoenen' waarin de familie ongeloofwaardig open en bloot voor de straat in haar huiskamer zit. Dat wandje beweegt trouwens te veel, als iemand ertegenaan komt.

mailIcon print |