“Dat huis met die mooie serre, dat is het helemaal”, zegt de een. “Nee, dat is te duur, we komen op te hoge maandlasten”, meent de ander. “Kom nou, de hypotheekrente is nu toch 4,5 procent”, brengt de eerste daar weer tegenin.
Bestaan ze echt? Mensen die ineens een huis kopen dat eerst buiten hun financiële mogelijkheden lag, maar door de lage rente ineens haalbaar lijkt. Het is bloedlink, die 4,5 procent. Die rente geldt slechts voor één jaar. Voor vijf jaar vast zit je al tegen de zes procent. Natuurlijk er is altijd kans dat wanneer het ene jaar om is, de rentetarieven verder zijn gedaald. De inflatie is laag. En de economie aarzelt wat na twee jaar opgang. In zo'n fase van de conjunctuur heeft de rente vaak de neiging te zakken. Maar over een jaar kan het voordeligste tarief ook 6,5 procent zijn. En dan is dat huis met die serre een loodzwaar blok aan het been.
Bij de vereniging Eigen huis verwachten ze trouwens niet dat door de record-lage rente meer mensen dan anders zich te diep in de schulden zullen steken. De ene keer is het de rente, een andere keer de aantrekkelijkheid van een huis, die iemand er toe verleidt te grote leningen af te sluiten. Waaghalzen zijn er altijd. Het ligt meer aan de aard van de koper dan aan de omstandigheden.
Dat is weleens anders geweest. Eind jaren zeventig rezen de huizenprijzen de pan uit. Kandidaat-kopers moesten soms binnen een uur beslissen, zo niet, dan kocht een ander wel. De hypotheekrente was op dat moment niet extreem laag, mede door de toen hoge inflatie. Maar verstrekkers van hypotheekleningen gaven geweldige faciliteiten. Zoals de groeihypotheek, die vooruitliep op de veronderstelde stijging van het inkomen. De bedragen aan rente en aflossing startten laag en liepen in de loop van de tijd op. Kredietverstrekkers waren soms zelf bereid een aankoop tot 120 procent van de prijs te financieren.
De huizenprijzen bleven stijgen tot de rente op een niveau van 12 procent belandde en de inkomensontwikkeling achterbleef bij de optimistische schattingen. Ook de werkloosheid liep sterk op. De huizenmarkt stortte in. Duizenden die niet meer aan hun rente- en aflossingsverplichtingen konden voldoen, raakten aan de grond. De verkoop van hun huis bracht minder op dan het geleende bedrag.
Zitten we weer op een zeepbel, die elk ogenblik kan klappen? Je weet het nooit zeker, maar waarschijnlijk valt het mee. Er zijn geen aanwijzingen dat mensen op grote schaal huizen hebben gekocht die hun financiële krachten eigenlijk te boven gaan. De prijzen zijn fors gestegen, maar minder snel dan eind jaren zeventig.
Daar komen enkele factoren bij, die de prijzen eerder opstuwen dan drukken. Tallozen voor wie de financiële polsstok niet te kort is, zullen op korte termijn door de lagere rente toch in staat zijn meer te betalen. Op wat langere termijn is er het huizentekort. Als we de Nederlandse Vereniging van makelaars mogen geloven is het bouwvolume te klein als gevolg van de traagheid waarmee gemeenten bouwvergunningen verlenen. Veel gemeenten hebben trouwens een gebrek aan bouwlocaties.
Geen directe reden voor paniek dus. Toch blijft die zeepbel een dreiging op de achtergrond. Directies van banken verlangen omzet van hun hypotheekafdelingen. En wat doe je dan als bankman wanneer de klant de hypotheek op zijn huis wil verhogen om er de nieuwe auto mee te financieren. Een langlopende lening voor een snel slijtend produkt. Nuchter blijven en je niet gek laten maken, Dat is voor de consument het beste.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.