MAASTRICHT - Als de duisternis invalt krijgt Borgharen een spookachtige aanblik. Straten zijn leeg, woonkamers onverlicht. Voor alle deuren en nissen liggen zandzakken opeengestapeld. Vanuit de verte, over de door rivierwater overspoelde weg, nadert een legertruck. De zoveelste vandaag.
Van de 2022 inwoners die de Maastrichtse wijk Borgharen telt, heeft dan ongeveer de helft gehoor gegeven aan het advies van burgemeester Houben de woningen te verlaten. “Haast U”, had Houben gezegd, “Het wassende Maaswater is zo verraderlijk, dat het beter is te gaan op het moment dat het kan”.
Meer dan 1000 bewoners van Borgharen twijfelen niet aan de oprechte bedoelingen van de burgemeester, wèl aan de inhoud van zijn advies. George Steijn is een van hen. “Houben is een tikje panisch”, vindt hij, terwijl zijn ogen onophoudelijk over de sterk gezwollen rivier turen. “Houben heeft last van stress. Onnodig, hier in Borgharen weten we precies wat wel en wat niet kan. De burgemeester is een beste vent hoor, maar het is mal dat hij honderden mensen regelrecht op de vlucht heeft doen slaan”.
Steijn, Hagenaar van geboorte maar al tientallen jaren woonachtig in het Maastrichtse, piekert er vooralsnog niet over zijn huiselijke stekje in Borgharen tijdelijk op te geven. “Plunderen meneer. Plunderen, daar ben ik benauwd voor, geeft hij zijn grootste angst aan. Ik ben als de dood zo bang dat ze m'n huis leegroven. Wie houdt hier toezicht als iedereen weg is?. Geen mens toch?” Steijn wandelt verder, lijkt even verzonken in gedachten en vervolgt: “Alleen als het echt niet anders kan, ga ik weg. Maar dan moet de nood letterlijk aan de man zijn. Zo'n vaart zal het denk ik vast niet lopen. Wie de kerst van '93 heeft overleefd, hoeft nergens meer voor te vrezen. Het water toen vloog met een noodgang door de straten en zette in mum van tijd alles onder. Nu niet, nu gaat alles veel geleidelijker”.
George Steijn zegt dat hij de waterellende in Borgharen best kan overzien. Zijn vrouw niet. “Daarom gaan we verhuizen. Mijn echtgenote wordt er gek van. Iedere keer dat water. De spulletjes zolder op en zolder af. Maar zo goedkoop wonen als in Borgharen zal nergens anders lukken”. Hij loopt door. Definitief nu. De blikken wederom gevestigd op de rivier.
In het donker is amper iemand te bekennen. De straathoeken, waar het eerder deze week een komen en gaan was van bewoners die zand kwamen scheppen, liggen er nu verlaten bij. In de Pastoor van Kanstraat staat zelfs geen auto meer. Alle zijn ze naar hogere gebieden gebracht, ver buiten het dorp, bij de sluizen. Een vader loopt met zijn zoon van hooguit vijf nog een keer naar de rivierkant. Via de Grote Dries, het pad dat deels al prooi is van het water. “Zo te zien, moeten we weg”, zegt de vader. “Over een uurtje gaan we!”. Het jongetje knikt.
De waterstand bedraagt dan 45,31 meter boven NAP. Rond middernacht zal daar volgens Rijkswaterstaat nog eens 19 centimeter bovenop zijn gekomen. En daarboven morgen zelfs een halve meter, zeggen de deskundigen. “Het is verschrikkelijk, zegt een bewoonster van de Bovenstraat. “En ziet u de prei in mijn tas? Ik was net van plan om een pan 'ertesop' te maken. Wat zal mijn man morren, als dat niet doorgaat”.
Waar in Borgharen nog licht brandt, is dat op de bovenverdiepingen. Maar de kaarsen staan overal gereed, mocht straks de stroom en de elctriciteit uitvallen. Voedsel is in alle nog bewoonde huizen ruimschoots aanwezig. Evenals melk en ook wel wijn, want een hartversterkertje kan in deze dagen geen kwaad vinden de bewoners.
Angst is er onder deze achterblijvers nauwelijks. “De burgemeester zegt dat het te gevaarlijk zal zijn om ons 's nachts te evacueren”, zegt Patrick van 18. “Maar dat geloof ik niet. Als het moet, halen ze ons er echt wel uit. Met zo'm amfibievoertuig, of met de boten van de reddingsbrigade of de helicopter. Ze laten ons hier heus niet stikken”.
Anderen gaan nog een stap verder. Zoals de vier jeugdige bewoners van de Bovenstraat 25, van wie de ouders met vakantie zijn. “Wij hebben beloofd op het huis te passen en dat doen we dus ook”, zegt de dochter des huizes, met voor haar stapels stapels zandzakken. “Ook al wordt ons gezegd dat we weg móeten, dan nog gaan we niet”, valt haar broer bij. “Stel je voor dat het hele huis wordt leeggeroofd. Dat risico willen we niet nemen. De wereld zit nu eenmaal vol gekken”.
Grif geeft het viertal toe dat hun woning binnen enkele uren deels onder water zal staan. “Maar we gaan lekker boven zitten”, zegt het meisje. “De meeste spullen van beneden heben wij daar al naar toe gebracht en wij kunnen daar ook nog wel bij”. Angst voor een lange, enge nacht? “Nee hoor, wij redden het best”.
De weg terug naar de meer bewoonde wereld is een vrijwel onbegaanbare. Het water stroomt niet alleen in alle hevigheid over het asfalt, maar sleurt ook hele en halve boomstronken mee. Takken liggen er overal, net als afval. Veel afval, plastic zakken, spuitbussen, lege flessen. Een koppel brandweerlieden bokst tegen de stormachtige noordwester op. “Bent u bewoner van Borgharen?” vraagt een van hen. Na de ontkenning zegt de man: “Gelukkig, want dáár heeft niemand meer iets te zoeken”.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.