Prof. Dronkers stelt op de Podium-pagina van woensdag 31 december dat het stil gebleven is in de media na de aankondiging van staatssecretaris Netelenbos, dat zij een kwaliteitskaart voor scholen wil invoeren. Dit vindt hij raar, want, zo zegt hij, de voorgestelde kwaliteitskaart lijkt veel op de in Trouw gehanteerde methode van het Trouw-Onderzoek Schoolprestaties, die de afgelopen twee maanden zoveel reacties uitlokte. Gaarne doorbreek ik de stilte.
Tegen de plannen van mevrouw Netelenbos zijn dezelfde fundamentele bezwaren aan te voeren als tegen het onderzoek van Trouw. Kwaliteit reikt veel verder dan de kenmerken van Dronkers of de uitgebreidere reeks die Netelenbos voorstelt. Als Trouw en Dronkers kwaliteit willen meten, laten zij dan eens beginnen met te vertellen, wat zij daar eigenlijk onder verstaan. Onderwijs is vorming, geen productie. Men kan niet naar een school kijken als naar een fabriek, met productie- en rendementscijfers. Voor al dat gecijfer is het nieuwe werkwoord van Youp van 't Hek prima op zijn plaats: het onderwijs 'endemollen'.
Prof. Dronkers mist in de plannen van mevrouw Netelenbos een “samenvattend oordeel, dat voor de ouders bruikbaar is”. Het is te hopen dat een rapportcijfer als samenvattend oordeel achterwege blijft. Wie krijgen er een betere beoordeling? Een school, waar het vak maatschappijleer tot een karikatuur verworden is, of een school met één procent minder zittenblijvers in de tweede klas? Een school, die goede aandacht schenkt aan de expressievakken, of een school met een 0,3 hoger eindexamengemiddelde? Een school waar in een half jaar vier bromscooters gestolen worden, of een school met een 0,2 lager eindexamengemiddelde? Een school waar de keuze van een extra eindexamenvak onmogelijk gemaakt wordt, of een school met een drie procent lager slaagpercentage?
Het rapportcijfer van Dronkers is volstrekt ondoorzichtig met een voor vrijwel iedereen onbegrijpelijke berekeningsmethode. Ik kan als wiskundige (en met mij vele vakgenoten) niet bevatten, wat afgelopen najaar in deze krant gepubliceerde formules met kwaliteit te maken hebben. Waarom telt op 4-VWO een uitvaller negen keer zo zwaar als een uitvaller-zittenblijver? Waarom telt op de Havo Nederlands 2,5 keer zo zwaar als Engels? Waarom telt Nederlands op het VBO 57 (!) keer zo zwaar als Engels? Op het VWO tellen de eindexamencijfers relatief lager dan op de Mavo, omdat de Mavo minder leerjaren en dus minder zittenblijf-kenmerken heeft. Is dit redelijk? Waarom worden tussentijdse uitvallers op 3-VWO positief (als bonus) gerekend? Zo kan men talloze vragen stellen. Ook de correctie voor allochtonen is methodologisch zeer aanvechtbaar. Op de Havo levert 12,5% allochtonen een punt extra op; op de Mavo is dit ongeveer 17%. Ondanks correcties halen scholen met veel allochtonen over het algemeen lagere rapportcijfers. Voorts: hoe komt het dat tweelingscholen in Sittard en Ede (gymnasium en atheneum formeel gescheiden, maar in de praktijk één school) zo'n verschillend eindcijfer halen? Worden daar de leraren of de leerlingen beoordeeld? de uitleg van Dronkers tot nu toe is niet bevredigend. Op welke ideeën is zijn berekeningsmethode gebaseerd? Hoe moet zo'n samenvattend oordeel worden opgesteld? In het Trouw-Onderzoek Schoolprestaties staat: een vijf betekent niet dat een school onvoldoende functioneert. De overheid heeft nooit vastgesteld, wanneer een school onvoldoende functioneert, zo schreef prof. Dronkers. Maar hoe bepaalt hij dat? En als een zes betekent dat een school beter functioneert dan een met een vijf, waar is dan vastgesteld wat 'beter functioneren' is?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.