AMSTERDAM - G. J. Zijlstra, directeur van ENW Amsterdam, heeft een probleem. Hij weet niet goed hoe het verder moet met zijn bedrijf en met Energie Noord West als geheel, waar 3 800 mensen werken. Die onzekerheid wordt veroorzaakt door de nieuwe Elektriciteitswet die de Tweede Kamer maandag behandelt.
Meer markt, een sterke vaderlandse stroomsector en lagere prijzen, belooft minister Wijers in zijn wet. Een vreemde markt, kreupele energiebedrijven, meer gedoe en geen lagere prijzen, voorspelt Zijlstra als de Kamer de Wet tenminste ongeschonden laat passeren.
De stroommarkt wordt vrijer, wordt geliberaliseerd. Grote bedrijven - en in de toekomst ook de kleinere - mogen zelf bepalen van wie zij hun stroom afnemen. Om het verkeer van stroom goed te regelen, wil Wijers aparte bedrijven in het leven roepen die de elektriciteitsnetten, die nu eigendom zijn van de energiebedrijven, beheren. Logisch. Want als de distributiebedrijven de scepter zwaaien over het elektriciteitsnet, wie zegt dan dat ze hun concurrenten, de andere stroomleveranciers, op datzelfde net de ruimte geven.
“Logisch, dat plan van Wijers”, beaamt ook Zijlstra. “In theorie althans. Maar in de praktijk niet. Neem ENW Amsterdam: we leveren aan 410 000 klanten elektra en aan 380 000 klanten gas. Er werken 1 600 mensen bij dit bedrijf. Een kleine 600 daarvan zijn direct of indirect bezig met de aanleg, het beheer en het onderhoud van ons elektriciteitsnet. Ongeveer 50 procent van ons kapitaal zit in dat net. Wat moeten we nu als dit bedrijf zijn eigen netwerk vrijwel moet afstoten? Het betekent dat we een groot deel van de zeggenschap over ons kapitaal kwijt zijn. Bovendien is er geen stimulans om ons netwerk te verbeteren. Want de baten zijn van tevoren vastgelegd door de minister.”
“Wat moet ik nou?”, herhaalt Zijlstra. “De afgelopen jaren zijn alle energiebedrijven druk bezig geweest met fuseren - een aantal jaren geleden waren er nog 140, nu nog zo'n 35 - en met het integreren van gas en elektra. Dat laatste heeft veel voordelen opgeleverd. Er is één centrum van waaruit we alles regelen, we hebben één geautomatiseerd systeem, we kunnen vanuit één controleruimte zowel het gas- als het stroomnet controleren, onze monteurs kunnen zowel het gas- als het stroomnet repareren. Kortom: het is goedkoper geworden.”
“Maar wat gebeurt er als de wet wordt ingevoerd? Dan moet ik dat bedrijf dus splitsen. Aan de ene kant heb je dan een bedrijf dat stroom verhandelt met huizen en bedrijven, dat voor de distributie van gas zorgt èn de gasleidingen beheert. Aan de andere kant krijg je een bedrijf dat het stroomnet beheert en stroom transporteert. Da's raar, althans, da's duurder dan één bedrijf. En het was toch niet de bedoeling om dingen duurder te maken.”
Die splitsing heeft nóg een nadeel, betoogt Zijlstra. “Vroeger was het eenvoudig. Je had stroom en je had gas. Tegenwoordig is het, mede door de noodzaak om energiezuiniger en milieuvriendelijker te werken, veel ingewikkelder. Neem de aanleg van een nieuwe wijk. Als je veel aan zonne-energie wilt doen, heeft dat gevolgen voor het stroomnet dat je aanlegt. Als je wilt gaan werken met warmtepompen, heb je extra elektriciteit nodig. De Bijlmer krijgt stadsverwarming, de warmte komt van een centrale in de buurt. Het is rendabel om die warmte naar de Bijlmer te vervoeren, omdat het oude huizen zijn. De nieuwe wijk IJburg ligt iets verder weg van die centrale. Maar omdat daar nieuwe, moderne huizen staan, die goed geïsoleerd zijn, is de behoefte aan warmte kleiner en is het knokken om die warmte rendabel naar IJburg te voeren.”
“Als de huizen in IJburg nog energiezuiniger worden”, concludeert Zijlstra, moet je daar dus iets anders doen en dat heeft gevolgen voor de netten die er komen te liggen. Het is erg handig als er één energiebedrijf is dat zowel die lastige beslissingen als de risico's neemt. Het is niet handig als er èn een energiebedrijf èn een netwerkbedrijf is. Dan is er een extra schakel in het overleg, dat maakt het ingewikkelder en zeker niet goedkoper.”
Alles goed en wel, maar ligt daar wel de echte pijn? Want ook nu zijn het onderhoud en het beheer van het stroomnet een apart onderdeel van ENW Amsterdam, een onderdeel dat weinig te maken heeft met de afdeling die de gas- en lichtrekening naar de klanten stuurt. Zijlstra: “Dat klopt, al moet je de last van zo'n extra schakel niet onderschatten. Het gaat natuurlijk ook om zeggenschap. Ik denk dat zo'n monopolist vervreemdt van de markt, en denk ook dat wij beter in staat zijn om moeilijke beslissingen te nemen dan zij. Wij kennen de netwerken, wij hebben contact met de klanten, wij hebben ervaring met lastige afwegingen.”
Een klein, wat kreupel distributiebedrijf dat zijn belangrijkste kapitaal - het stroomnet - kwijt is, dat is de sombere toekomst die Zijlstra voor zich ziet. Maar als die toekomst zo duister is, waarom dan niet eerder aan de bel getrokken? Waarom niet een stevige lobby op touw gezet? Zijlstra: “Tja, lobbyen, we zijn het niet gewend, we zijn er niet goed in. Maar één excuus hebben we. We hebben niet voorzien dat het deze kant zou opgaan. In andere landen waar de stroommarkt vrijer is dan in Nederland, zoals de Scandinavische landen en Engeland, is geen rigoureuze scheiding aangebracht tussen netwerk- en distributiebedrijven. Wij dachten dat het hier ook zo zou gaan. Dat het anders is gelopen, heeft ons verbaasd en onaangenaam verrast.”
Volgens Zijlstra kan het allemaal veel simpeler dan Wijers voorstelt. In zijn ogen moet het energiebedrijf gewoon de zeggenschap houden over het stroomnet. Wel moet er dan een strikte administratieve scheiding komen tussen beide. En er moet een instantie komen die erop toeziet dat de energiebedrijven hun concurrenten niet discrimineren.
Naast het voorkomen van allerlei organisatorische rompslomp heeft zijn oplossing het voordeel dat de stroombedrijven direct baat hebben bij verbetering van het stroomnet, zegt Zijlstra. Hoe beter hun net, hoe goedkoper zij hun diensten kunnen aanbieden.
“Zeventig procent van onze kosten gaat op aan de aankoop van stroom. In de toekomst moeten wij die stroom kopen bij het ene grote productiebedrijf dat ontstaat als de vier huidige producenten fuseren. Omdat andere distributiebedrijven dat ook doen, kun je op dat onderdeel niet of nauwelijks concurreren. Het grootste deel van de rest van de kosten zit 'm in het beheer en het onderhoud van het net. Dat raken we kwijt. Dan resteren de kosten voor de organisatie en het maken en sturen van de rekeningen naar de klanten. Op dat kleine onderdeel zouden we dan moeten concurreren? Denkt Wijers nou echt dat dat zoveel gaat opleveren?”
- Zie ook pagina 11: Podium
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.