*

 
dossier

Archief

Tweedeling

Door: redactie − 06/01/98, 00:00

De uitspraak van minister Borst van volksgezondheid dat de nadelige gevolgen van de privatisering van de ziektewet het kabinet hebben overvallen, is curieus. Als dat klopt, hebben de ministers de afgelopen jaren op een andere planeet vertoefd, want gewaarschuwd is er binnen en buiten het parlement uit en te na voor effecten die ongelijkheid zouden scheppen tussen groepen burgers.

Al lang voordat vorig voorjaar bedrijven met de kosten van het ziekteverzuim werden opgezadeld, was het duidelijk dat de werkgevers zouden pogen die kosten te drukken. Het kabinet voorzag dat wel degelijk. In de Kamer is uitvoerig gesproken over het gevaar van een strengere selectie van personeel, waardoor mensen 'met een vlekje' het risico zouden lopen buitenboord te vallen. Minstens zo indringend waren de waarschuwingen voor de pogingen van werkgevers om via overeenkomsten met verzekeraars een voorrangsbehandeling voor hun werknemers in ziekenhuizen 'te kopen'. Borst zelf verklaarde zich anderhalf jaar terug tegenstander van zulke arrangementen, omdat zij het principe van een voor iedereen gelijke toegang tot de gezondheidszorg zouden aantasten.

De minister verklaarde toen in deze krant dat ongelijke behandeling in de zorg onaanvaardbaar is. Zelfs 'een beetje ongelijke behandeling' zou ze niet tolereren. Door vorig jaar toestemming te geven voor experimenten met eerder diagnosticeren van werknemers, heeft Borst laten zien dat ze toch niet zo onwrikbaar is.

Duidelijk is dat de minister niet kan volhouden dat het kabinet door de ongunstige effecten is verrast. Het kabinet onderkende die effecten, maar liet, net als bij de nabestaandenwet, zwaarder wegen dat de privatisering in het regeerakkoord was afsproken en daarvan het hart vormde. Borst zou moeten erkennen dat die politieke reden de doorslag gaf.

mailIcon print |