Van onze buitenlandredactie AMSTERDAM - De socialistische Spaanse oud-premier en ex-leider van de Partido Socialista Obrero Español, Felipe González, stelt zich niet meer beschikbaar als kandidaat voor het premierschap bij de volgende verkiezingen voor het parlement, de Cortes.
Daarmee doven de politieke schijnwerpers voor de man die - ondanks de verkiezingsnederlaag van zijn partij in maart 1996 - nog steeds de populairste politicus van Spanje mag heten. De man ook die Spanje vanuit de onzekere overgangsperiode na de dictatuur van Franco leidde naar wat het nu is: een moderne en open democratie, en een eersterangs natie in Europees verband. Hetzelfde verband waarbinnen hij zich heeft weten op te werken tot een internationaal gerespecteerd staatsman.
De nu 55-jarige Felipe González, gedurende zijn ballingschap ten tijde van het Franco-regime de politieke protégé van de West-Duitse socialistische leider Willy Brandt, was premier van Spanje van oktober 1982 tot maart vorig jaar. In dat laatste jaar werd hij opgevolgd door de leider van de rechtse Partido Popular, José Maria Aznar, die een nipte overwinning boekte op González' Psoe en sindsdien het land bestiert via een minderheidsregering, met gedoogsteun van Catalaanse en Baskische nationalisten.
Ruim een jaar na de verkiezingsnederlaag, in mei dit jaar, legde González ook de functie neer van secretaris-generaal van de Psoe, de partij die hij 23 jaar had geleid. Niettemin leefde de verwachting - en binnen zijn partij de hoop - dat 'Felipe' zijn populariteit nog zou kunnen gebruiken als springplank voor een premierschap na de volgende verkiezingen.
Aan die speculaties heeft González nu een einde gemaakt in een toespraak, maandagavond, tot 4000 partijaanhangers in het Galicische Ourense. “Ik heb goed nieuws voor rechts”, zei González daar, “ik stel me niet kandidaat in de volgende verkiezingen. Maar ik heb ook slecht nieuws voor rechts, ik zal Spanje blijven doorkruisen om mijn ideeën te verdedigen.” Hoewel dat niet gemeld werd, zal Joaquim Almunia, de opvolger van González als partijleider, straks naar alle waarschijnlijkheid de socialistische kandidaat zijn voor het premierschap.
Hoewel González de politiek niet écht verlaat - hij blijft beschikbaar als parlementslid, ook bij de volgende verkiezingen, die uiterlijk in 2000 moeten plaatsvinden - komt zijn beslissing toch hard aan. “Het is alsof je Ronaldo op de reservebank laat zitten”, zei oud-minister van arbeid José Antonio Grignan, met een hint naar de Braziliaanse voetbalvedette.
Een woordvoerder van de Psoe-fractie in de Cortes kon zijn teleurstelling moeilijk verbergen en had het over een “onnodig geschenk aan Aznar”. Maar er is er in eigen kring in elk geval een die juicht om González' beslissing, zijn vrouw Carmen Romero, tevens parlementslid voor de Psoe. Ze was zeer content met het besluit van haar echtgenoot, “zoals met alle besluiten die hij zelf neemt”.
Wie zal treuren om González' beslissing is de bejaarde socialistische militant die voor de verkiezingen van maart vorig jaar zijn lof voor de toenmalige premier niet onder stoelen of banken stak. “Onder de dictatuur van Franco en ook nog daarna trokken wij Spanjaarden de Pyreneeën over op zoek naar werk, naar eten, de pet in de hand, en met schaamte in het lijf over die achterlijke dictatuur”, zei hij toen. “González heeft ons onze eigenwaarde teruggegeven. Dankzij González staan we met opgeheven hoofd in Europa.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.