Een burgemeester die het 'onbestaanbaar' noemt dat de politie in zijn gemeente urenlang niets onderneemt, terwijl burgers worden blootgesteld aan plundering, brandstichting en vandalisme, beseft als geen ander hoezeer het vertrouwen van de burgerij in het gezag moet zijn geschokt. Het siert daarom de Groningse burgemeester Hans Ouwerkerk dat hij, als eerst verantwoordelijke voor de openbare orde, alleen verder wilde met de brede steun van de gemeenteraad en hij - toen bleek dat die brede steun achterwege bleef - zijn ontslag heeft ingediend.
Neemt niet weg dat het ongetwijfeld een bittere pil voor hem zal zijn geweest. Het zou ook onbillijk van de raad zijn geweest als Ouwerkerk uitsluitend afgerekend was op die ene beoordelingsfout, door niet naar het bureau te gaan om zich persoonlijk van de ontreddering op de hoogte te stellen. Maar zo is het niet: de raad neemt het hem ook kwalijk dat de politie als zodanig zo opvallend in gebreke bleef. Voorts bleek uit het rapport-Bakkenist dat tal van andere zaken ook al niet goed geregeld waren.
Ouwerkerk zou je kunnen zeggen is het zoveelste slachtoffer geworden van de meer algemene gezagscrisis, waarmee politie en justitie nog steeds te kampen hebben. Dat kun je betreuren, te meer waar het om een burgemeester gaat wiens herbenoeming destijds met breed enthousiasme werd begroet. Maar het is niet anders. Ergens toch zal het reinigingsproces in gang moeten worden gezet.
Wat irriteert is dat dit proces zo weinig beleidsmatig van de grond komt, maar als het ware strompelt van incident naar incident. De Groningse gemeenteraad heeft dan wel gesproken, maar diezelfde raad dient ook te bedenken zelf ernstig tekort te zijn geschoten in zijn controlerende taak. Daarmee heeft ook de raad zijn bijdrage geleverd aan het bestaan van de huidige gezagscrisis.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.